Paradigma van ergotherapie
Paradigma→ basis/theorie van ergothrapie
Handelen/occupaties/betekenisvol handelen
• Persoonsgebonden→ iedereen doet andere dingen graag en op andere manier
• Context based→ rekening houden met context
• Geeft betekenis aan leven→ uitgangspunt
• Beïnvloedt gezondheid en welzijn→ uitgangspunt
• Regelt tijd en structureert dag→ bij GGZ is belangrijk dat mensen bezig zijn, want duurt dag
lang
• Heeft therapeutische potentie→ uitgangspunt
• Occupational justice→ iedereen heeft recht op betekenisvol handelen
• Leidt tot engagement en engagement leidt tot handelen→ doordat je activiteiten gaat
ondernemen behoor je tot groep en als je tot groep behoort ga je handelen bv je
studeert dus behoort tot studenten en studenten studeren
• Mensen ervaren hierin verstoringen
- Occupational disruption→ persoon kan zelf handelingen niet kunnen uitvoeren
- Occupation deprivation→ omgeving belemmert dat persoon handelingen niet kan
uitvoeren
• Occupation refers to groups of activities and tasks of everyday life, named, organized and
given value and meaning by individuals and a culture. Occupation is everything people do to
occupy themselves including looking after themselves (self-care), enjoying life (leisure), and
contributing to the social and economic fabric of their communities (productivity); the
domain of concern and the therapeutic medium of occupational therapy (Townsend en
Polatajko, 2013)→ alle taken en activiteiten die mensen doen en waar ze bij betrokken zijn
- Voor zichzelf en anderen zorgen→ wonen en zorgen
- Ontspannen en sociale contacten leggen→ spelen en vrije tijd
- Deelnemen aan maatschappij→ leren en werken
• Uitvoering van activiteiten en taken
• Doelgericht
Uitgangspunten van handelen
1) Mens is handelend wezen
• Handelen→ fundamentele menselijke behoefte die biologisch is vastgelegd bv baby’s
hebben drang om te beweging, peuters verkennen omgeving
• Mens kan niet niets doen (Meyer 1922)
• Innerlijke drang om omgeving te leren kennen en onder controle krijgen
, 2) Handelen is resultaat van dynamische interactie van persoon, activiteit en context
• Person
- Bv jij bent persoon met cognitieve en fysiologische eigenschappen→ je hebt goeie
resultaten behaald in secundair→ je hebt gezien in brochure dat ergotherapie jou
aanspreekt→ inclusie, autonomie en creativiteit zijn belangrijke waarden en daarom
kies je ergotherapie→ intrinsiek gemotiveerd
• Environment
- Bv jou ouders en vrienden moedigen jou om ergotherapie te doen→ je weet dat
belangrijk is om diploma te halen→ je krijgt bepaalde status→ extrinsiek gemotiveerd
• Occupation
- Bv opleiding ergotherapie starten→ naar les gaan→ taken maken→ luisteren naar
opnames
• Person, occupation en environment zorgen voor
- Handelen
- Welzijn
- Kwaliteit van leven
➔ Gebruikt bij personen met beperking bv persoon met halfzijdige verlamming→ neurologisch
probleem→ persoon wil autonoom zijn→ omgeving aanpassen→ welzijn en kwaliteit van
leven ervaren
Voorbeeld koffie zetten
• De ene gaat koffie opgieten met filter en warm water in kan
- Betere smaak
- Makkelijker
- Omgeving bepaald dat je best zo doet
• Andere gaat koffie maken met machine
- Makkelijker
- Sneller
➔ Persoon en context bepalen hoe activiteit uitgevoerd wordt en hoelang duurt
Paradigma→ basis/theorie van ergothrapie
Handelen/occupaties/betekenisvol handelen
• Persoonsgebonden→ iedereen doet andere dingen graag en op andere manier
• Context based→ rekening houden met context
• Geeft betekenis aan leven→ uitgangspunt
• Beïnvloedt gezondheid en welzijn→ uitgangspunt
• Regelt tijd en structureert dag→ bij GGZ is belangrijk dat mensen bezig zijn, want duurt dag
lang
• Heeft therapeutische potentie→ uitgangspunt
• Occupational justice→ iedereen heeft recht op betekenisvol handelen
• Leidt tot engagement en engagement leidt tot handelen→ doordat je activiteiten gaat
ondernemen behoor je tot groep en als je tot groep behoort ga je handelen bv je
studeert dus behoort tot studenten en studenten studeren
• Mensen ervaren hierin verstoringen
- Occupational disruption→ persoon kan zelf handelingen niet kunnen uitvoeren
- Occupation deprivation→ omgeving belemmert dat persoon handelingen niet kan
uitvoeren
• Occupation refers to groups of activities and tasks of everyday life, named, organized and
given value and meaning by individuals and a culture. Occupation is everything people do to
occupy themselves including looking after themselves (self-care), enjoying life (leisure), and
contributing to the social and economic fabric of their communities (productivity); the
domain of concern and the therapeutic medium of occupational therapy (Townsend en
Polatajko, 2013)→ alle taken en activiteiten die mensen doen en waar ze bij betrokken zijn
- Voor zichzelf en anderen zorgen→ wonen en zorgen
- Ontspannen en sociale contacten leggen→ spelen en vrije tijd
- Deelnemen aan maatschappij→ leren en werken
• Uitvoering van activiteiten en taken
• Doelgericht
Uitgangspunten van handelen
1) Mens is handelend wezen
• Handelen→ fundamentele menselijke behoefte die biologisch is vastgelegd bv baby’s
hebben drang om te beweging, peuters verkennen omgeving
• Mens kan niet niets doen (Meyer 1922)
• Innerlijke drang om omgeving te leren kennen en onder controle krijgen
, 2) Handelen is resultaat van dynamische interactie van persoon, activiteit en context
• Person
- Bv jij bent persoon met cognitieve en fysiologische eigenschappen→ je hebt goeie
resultaten behaald in secundair→ je hebt gezien in brochure dat ergotherapie jou
aanspreekt→ inclusie, autonomie en creativiteit zijn belangrijke waarden en daarom
kies je ergotherapie→ intrinsiek gemotiveerd
• Environment
- Bv jou ouders en vrienden moedigen jou om ergotherapie te doen→ je weet dat
belangrijk is om diploma te halen→ je krijgt bepaalde status→ extrinsiek gemotiveerd
• Occupation
- Bv opleiding ergotherapie starten→ naar les gaan→ taken maken→ luisteren naar
opnames
• Person, occupation en environment zorgen voor
- Handelen
- Welzijn
- Kwaliteit van leven
➔ Gebruikt bij personen met beperking bv persoon met halfzijdige verlamming→ neurologisch
probleem→ persoon wil autonoom zijn→ omgeving aanpassen→ welzijn en kwaliteit van
leven ervaren
Voorbeeld koffie zetten
• De ene gaat koffie opgieten met filter en warm water in kan
- Betere smaak
- Makkelijker
- Omgeving bepaald dat je best zo doet
• Andere gaat koffie maken met machine
- Makkelijker
- Sneller
➔ Persoon en context bepalen hoe activiteit uitgevoerd wordt en hoelang duurt