Taak 4: Een nieuwe vijand
Moeilijke woorden: /
Extra informatie: algemene kenmerken van bacteriën en virussen -> dus niet specifiek
Corona
Probleemstelling:
1. Hoe werk immuunsystemen?
2. Wat zijn virussen en micro-organismen?
Brainstorm:
- Meest voorkomende micro-organismen
- Bacteriën en virussen
- Soort immuniteit? Passief actief
- Afweer reacties
- Geheugen cellen en anti stoffen
- Witte bloedcellen
- Opbouwen beter immuunsysteem/ stimuleren
- Verslechterd immuunsysteem door wat
- Hoe zorgt het immuunsysteem voor de verwijdering van micro-organismen als dit nodig is
- Verspreiding virussen
- Hoe kunnen virussen binnendringen terwijl lichaam dit juist afstoot / hoe overleven ze dit
- Waarom is de griep elk jaar anders? Snelle mutaties van ziektes
- Wat zijn immuunziektes, wat hebben deze mensen niet
- Verschillende soorten afweer; specifiek en aspecifiek, chemisch, hormonaal, geworven
afweer
- Antibiotica resistentie
- Bacterie leeft, virus niet
- Bacterie deelt zelfstandig en virus niet
- Gastheercel
- Bepaalde cellen maken zichzelf kapot of teveel maakte zich kapot
- Bestrijding vanuit het lichaam
- T helper cellen; andere kant immuunsysteem dus nu niet erbij
- Macrofaag / granulocyt
- Neutrofielen
- Verschillende lagen; wel noemen
- Fagocyten en proces
- Eerste en tweede afweer; niveaus hebben nummers
Leerdoelen:
1. Wat zijn micro-organismen en de verschillen tussen virussen en bacteriën?
, (hoepelman)
verschil is dat micro organisme eigenlijk niet echt een virus is en verder is de voortplanting ander
eukaryoten → hebben celkern
prokaryoten → zonder celkern
autotroof → zelfvoedend
heterotroof → voedend uit andere
bacterie
- heeft maar één chromosoom en bevat verschillende onderdelen die belangrijk zijn voor
overleven
- éen chromosoom
- DNA
- opgevouwen
- plasmiden → of ziekte verwekken of resistent tegen antibiotica
- flagellum → zweepstaart, beweging
- pili zorgt voor infectie door aanhechting
- capsule laagje saccharide waardoor ze minder herkenbaar zijn voor afweer systeem
- !! binnen 20 minuten delen (niet voor altijd exponentieel)
bacterie onderscheiden
- door gram kun je kijken hoe dik de wand is, dit laat de kleuring van celwand zien
- vorm
- metabolisme/chemisch
virus
- gebruiken gastheer cel
- kan enkel of dubbel strengs zijn
- verschillende manieren van aanhechting
- eiwitten
- vorm
- wat voor type ziekten ze veroorzaken
- genetisch bekijken
- of ze een envelop (virus omhulsel) hebben of niet → met omhulsel is moeilijker te vinden
want die kan zich aanpassen
a. Hoe delen micro-organismen zich?
virus → via een gastheercel
bacterie → mitose en meiose
Moeilijke woorden: /
Extra informatie: algemene kenmerken van bacteriën en virussen -> dus niet specifiek
Corona
Probleemstelling:
1. Hoe werk immuunsystemen?
2. Wat zijn virussen en micro-organismen?
Brainstorm:
- Meest voorkomende micro-organismen
- Bacteriën en virussen
- Soort immuniteit? Passief actief
- Afweer reacties
- Geheugen cellen en anti stoffen
- Witte bloedcellen
- Opbouwen beter immuunsysteem/ stimuleren
- Verslechterd immuunsysteem door wat
- Hoe zorgt het immuunsysteem voor de verwijdering van micro-organismen als dit nodig is
- Verspreiding virussen
- Hoe kunnen virussen binnendringen terwijl lichaam dit juist afstoot / hoe overleven ze dit
- Waarom is de griep elk jaar anders? Snelle mutaties van ziektes
- Wat zijn immuunziektes, wat hebben deze mensen niet
- Verschillende soorten afweer; specifiek en aspecifiek, chemisch, hormonaal, geworven
afweer
- Antibiotica resistentie
- Bacterie leeft, virus niet
- Bacterie deelt zelfstandig en virus niet
- Gastheercel
- Bepaalde cellen maken zichzelf kapot of teveel maakte zich kapot
- Bestrijding vanuit het lichaam
- T helper cellen; andere kant immuunsysteem dus nu niet erbij
- Macrofaag / granulocyt
- Neutrofielen
- Verschillende lagen; wel noemen
- Fagocyten en proces
- Eerste en tweede afweer; niveaus hebben nummers
Leerdoelen:
1. Wat zijn micro-organismen en de verschillen tussen virussen en bacteriën?
, (hoepelman)
verschil is dat micro organisme eigenlijk niet echt een virus is en verder is de voortplanting ander
eukaryoten → hebben celkern
prokaryoten → zonder celkern
autotroof → zelfvoedend
heterotroof → voedend uit andere
bacterie
- heeft maar één chromosoom en bevat verschillende onderdelen die belangrijk zijn voor
overleven
- éen chromosoom
- DNA
- opgevouwen
- plasmiden → of ziekte verwekken of resistent tegen antibiotica
- flagellum → zweepstaart, beweging
- pili zorgt voor infectie door aanhechting
- capsule laagje saccharide waardoor ze minder herkenbaar zijn voor afweer systeem
- !! binnen 20 minuten delen (niet voor altijd exponentieel)
bacterie onderscheiden
- door gram kun je kijken hoe dik de wand is, dit laat de kleuring van celwand zien
- vorm
- metabolisme/chemisch
virus
- gebruiken gastheer cel
- kan enkel of dubbel strengs zijn
- verschillende manieren van aanhechting
- eiwitten
- vorm
- wat voor type ziekten ze veroorzaken
- genetisch bekijken
- of ze een envelop (virus omhulsel) hebben of niet → met omhulsel is moeilijker te vinden
want die kan zich aanpassen
a. Hoe delen micro-organismen zich?
virus → via een gastheercel
bacterie → mitose en meiose