Dierenzorg landbouwhuisdieren
1 Inleiding
1.1 De rol van de landbouw in de maatschappij
1.1.1 Stellingen
1.1.1.1 Intensieve landbouw is de beste manier om de wereld van voldoende voedsel te
voorzien
- Waar: Met intensieve landbouw meer voedsel met minder middelen
- Niet waar: Intensivering gaat vaak samen met globalisering, profits bij de rijkere
bevolking
1.1.1.2 Voedselveiligheid komt boven alles wanneer men met voedselproducerende dieren
werkt
- Waar: Voor wetgever is voedselveiligheid belangrijkste factor
- Niet waar: In de praktijk zijn ook bv economisch aspect, diergezondheid en
dierenwelzijn belangrijk
1.1.1.3 Grootschalige dierproductie is in de huidige ecologische context onverantwoord
- Waar: Vleesproductie heeft een negatieve impact op het milieu (groot grondgebruik,
productie voedergewassen, overbemesting, bijdrage tot broeikasgassen)
- Niet waar: Grootschalig (intensief) is ecologische dan kleinschalig (industrieel lager
voederverbruik per kip)
1.1.1.4 Intensieve landbouw bestaat hoofdzakelijk uit grote ‘dier-fabrieken’, waarin het
dierenwelzijn ondergeschikt is aan het economisch resultaat
- Waar: Individuele welzijn minder opgevolgd bij intensieve landbouw
- Niet waar: grootschaligheid hangt samen met professionalisering (minder stress =
betere economische resultaten)
1.2 De rol van een dierverzorger op een landbouwbedrijf
- Algemeen: een evenwicht bewaren tussen het optimaliseren van het dierenwelzijn
en het optimaliseren van de bedrijfsresultaten
- Herkennen van pijn en ongemak bij dieren
1.2.1 Herkennen van pijn bij varkens (niet kennen)
1.2.2 Herkennen van pijn bij herkauwers
- Signalen:
o Oren → gespannen en achteruit of afhangend
o Ogen → staren of afwezig, spanning in de spieren boven de ogen
o Gezichtsspieren → gespannen aan de zijkant van de kop
o Neusspiegel → opengesperde neusgaten, verhoogde tonus van de lippen
- Figuur:
1
,1.3 Inleiding op de kleine herkauwers
- Schapen en geiten zijn geen mini-koeien
- Runderen en schapen zijn grazers → geiten zijn browsers
1.3.1 Lammersterfte
- Sterfte bij jonge lammeren = 15-25% (grootste deel eerste week na partus)
- Oorzaken:
o Hypothermie
o Honger
o Ziekte
o Pijn
o Letsels
o Stress separatie moeder
- Oplossing voor veel van deze problemen: cruciale ooi-lam binding (en biest)
2
,1.3.2 Biestbeleid bij kleine herkauwers
- Soms geen biest van moeder → biest overdraagbare ziektes (Zwoegerziekte, CAE en
paratuberculose)
3
, 1.4 Inleiding tot gezelschapsvarkens
- Meest voorkomende hobbyrassen:
o Vietnamese hangbuikvarken (meest populair)
o Kune Kune varken
o Göttinger minivarken
o Meishan varken
o Yucatan varken
- Grootste problemen: obesitas
1.4.1 Obestitas
- Ontstaat door combinatie van:
o Raspredispositie
o Onvoldoende beweging
o Verkeerde voedersamenstelling
o Verkeerde voederhoeveelheid
- Voeder moet dus bestaan uit: veel vezels en
weinig eiwit (<12%)
- Meer beweging door natuurlijk gedrag
(wroeten, nieuwsgierigheid)
4
1 Inleiding
1.1 De rol van de landbouw in de maatschappij
1.1.1 Stellingen
1.1.1.1 Intensieve landbouw is de beste manier om de wereld van voldoende voedsel te
voorzien
- Waar: Met intensieve landbouw meer voedsel met minder middelen
- Niet waar: Intensivering gaat vaak samen met globalisering, profits bij de rijkere
bevolking
1.1.1.2 Voedselveiligheid komt boven alles wanneer men met voedselproducerende dieren
werkt
- Waar: Voor wetgever is voedselveiligheid belangrijkste factor
- Niet waar: In de praktijk zijn ook bv economisch aspect, diergezondheid en
dierenwelzijn belangrijk
1.1.1.3 Grootschalige dierproductie is in de huidige ecologische context onverantwoord
- Waar: Vleesproductie heeft een negatieve impact op het milieu (groot grondgebruik,
productie voedergewassen, overbemesting, bijdrage tot broeikasgassen)
- Niet waar: Grootschalig (intensief) is ecologische dan kleinschalig (industrieel lager
voederverbruik per kip)
1.1.1.4 Intensieve landbouw bestaat hoofdzakelijk uit grote ‘dier-fabrieken’, waarin het
dierenwelzijn ondergeschikt is aan het economisch resultaat
- Waar: Individuele welzijn minder opgevolgd bij intensieve landbouw
- Niet waar: grootschaligheid hangt samen met professionalisering (minder stress =
betere economische resultaten)
1.2 De rol van een dierverzorger op een landbouwbedrijf
- Algemeen: een evenwicht bewaren tussen het optimaliseren van het dierenwelzijn
en het optimaliseren van de bedrijfsresultaten
- Herkennen van pijn en ongemak bij dieren
1.2.1 Herkennen van pijn bij varkens (niet kennen)
1.2.2 Herkennen van pijn bij herkauwers
- Signalen:
o Oren → gespannen en achteruit of afhangend
o Ogen → staren of afwezig, spanning in de spieren boven de ogen
o Gezichtsspieren → gespannen aan de zijkant van de kop
o Neusspiegel → opengesperde neusgaten, verhoogde tonus van de lippen
- Figuur:
1
,1.3 Inleiding op de kleine herkauwers
- Schapen en geiten zijn geen mini-koeien
- Runderen en schapen zijn grazers → geiten zijn browsers
1.3.1 Lammersterfte
- Sterfte bij jonge lammeren = 15-25% (grootste deel eerste week na partus)
- Oorzaken:
o Hypothermie
o Honger
o Ziekte
o Pijn
o Letsels
o Stress separatie moeder
- Oplossing voor veel van deze problemen: cruciale ooi-lam binding (en biest)
2
,1.3.2 Biestbeleid bij kleine herkauwers
- Soms geen biest van moeder → biest overdraagbare ziektes (Zwoegerziekte, CAE en
paratuberculose)
3
, 1.4 Inleiding tot gezelschapsvarkens
- Meest voorkomende hobbyrassen:
o Vietnamese hangbuikvarken (meest populair)
o Kune Kune varken
o Göttinger minivarken
o Meishan varken
o Yucatan varken
- Grootste problemen: obesitas
1.4.1 Obestitas
- Ontstaat door combinatie van:
o Raspredispositie
o Onvoldoende beweging
o Verkeerde voedersamenstelling
o Verkeerde voederhoeveelheid
- Voeder moet dus bestaan uit: veel vezels en
weinig eiwit (<12%)
- Meer beweging door natuurlijk gedrag
(wroeten, nieuwsgierigheid)
4