Bestuursrecht H3 Bevoegdheden van het openbaar bestuur
3.1 Bestuurshandelingen
Bestuurshandelingen: acties van bestuursorganen.
Noodbevel: burgemeester kan bewegingsvrijheid beperken van personen die ernstige
wanordelijkheden veroorzaken. Dit is samen met vergunning en ontzegging een
publiekrechtelijke rechtshandeling. Hiertegen kun je beroep instellen als je belanghebbende
bent. Bij noodverordening niet. Als de gemeente met een stratenmaker afspreekt om een
plein op te knappen is dat een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Onrechtmatige daad: als de gemeente met een feitelijke handeling een onbedoeld
rechtsgevolg verricht. Voorbeeld: De veegwagen rijdt tegen een geparkeerde auto aan.
Eenzijdige publiekrechtelijke rechtshandeling: het uiten van de wil door het bestuursorgaan
is voldoende om het rechtsgevolg tot stand te brengen.
Meerzijdige publiekrechtelijke rechtshandeling: De wilsuiting van twee of meer
bestuursorganen is nodig om het rechtsgevolg tot stand te brengen. Voorbeeld: enkele
gemeenten stellen een speciaal openbaar lichaam in voor de ontwikkeling en beheer van een
natuur- en recreatiepark.
3.2 Besluiten
Besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling. Moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
1- Er moet sprake zijn van een beslissing
Het bestuursorgaan moet bewust wil hebben geuit (positief besluitbegrip). De
wil is gericht op het intreden van de rechtsgevolgen, namelijk op een
verandering in bestaande rechten of plichten. (Schriftelijke) afwijzing van een
aanvraag van een beschikking valt ook onder het besluitorgaan.
2- Het besluit moet schriftelijk worden vastgelegd
Het besluit kan worden vastgelegd in een brief, notulen of elektronisch.
Mondelinge besluiten zoals een stopteken gelden niet.
3- Het besluit moet afkomstig zijn van een bestuursorgaan
Deze zijn weergegeven in art. 1:1 Awb.
4- Het moet gaan om een handeling met een beoogd rechtsgevolg
De handeling moet gericht zijn op het ontstaan van enig rechtsgevolg in de
vorm van het scheppen, wijzigen of opheffen van rechten en/of plichten.
5- De rechtshandeling moet publiekrechtelijk van aard zijn
3.1 Bestuurshandelingen
Bestuurshandelingen: acties van bestuursorganen.
Noodbevel: burgemeester kan bewegingsvrijheid beperken van personen die ernstige
wanordelijkheden veroorzaken. Dit is samen met vergunning en ontzegging een
publiekrechtelijke rechtshandeling. Hiertegen kun je beroep instellen als je belanghebbende
bent. Bij noodverordening niet. Als de gemeente met een stratenmaker afspreekt om een
plein op te knappen is dat een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Onrechtmatige daad: als de gemeente met een feitelijke handeling een onbedoeld
rechtsgevolg verricht. Voorbeeld: De veegwagen rijdt tegen een geparkeerde auto aan.
Eenzijdige publiekrechtelijke rechtshandeling: het uiten van de wil door het bestuursorgaan
is voldoende om het rechtsgevolg tot stand te brengen.
Meerzijdige publiekrechtelijke rechtshandeling: De wilsuiting van twee of meer
bestuursorganen is nodig om het rechtsgevolg tot stand te brengen. Voorbeeld: enkele
gemeenten stellen een speciaal openbaar lichaam in voor de ontwikkeling en beheer van een
natuur- en recreatiepark.
3.2 Besluiten
Besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling. Moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
1- Er moet sprake zijn van een beslissing
Het bestuursorgaan moet bewust wil hebben geuit (positief besluitbegrip). De
wil is gericht op het intreden van de rechtsgevolgen, namelijk op een
verandering in bestaande rechten of plichten. (Schriftelijke) afwijzing van een
aanvraag van een beschikking valt ook onder het besluitorgaan.
2- Het besluit moet schriftelijk worden vastgelegd
Het besluit kan worden vastgelegd in een brief, notulen of elektronisch.
Mondelinge besluiten zoals een stopteken gelden niet.
3- Het besluit moet afkomstig zijn van een bestuursorgaan
Deze zijn weergegeven in art. 1:1 Awb.
4- Het moet gaan om een handeling met een beoogd rechtsgevolg
De handeling moet gericht zijn op het ontstaan van enig rechtsgevolg in de
vorm van het scheppen, wijzigen of opheffen van rechten en/of plichten.
5- De rechtshandeling moet publiekrechtelijk van aard zijn