Testweek Biologie
5.1
Hormonen= groei en ontwikkeling van lichaam
Hormoonstelsel= worden hormonen geproduceerd door hormoonklier
Hypofyse= hormonen (teelbal – zaadcellen) (eierstok – eicellen)
Primaire geslachtskenmerken= vanaf de geboorte
secundaire geslachtskenmerken= in puberteit, 10 jaar ong.
Geestelijke veranderingen= seksualiteit/volwassen worden
sociale veranderingen= rol ouders/vrienden
verschil geslachtshormonen en geslachtscellen= hormonen zijn stofjes die cellen maakt
5.2 (afb. 5.2 en 5.3)
Teelballen= maak zaadcellen, ligt buiten lichaam omdat zaadcellen in goede conditie moeten blijven,
dus balzak met teelballen is lager dan 37 graden.
Zaadbuisjes= zit in teelballen, zaadcellen worden hier gevormd
bijballen= slaat zaadcellen tijdelijk op
zaadleiders= zaadcel verlaat via hier het lichaam
zaadblaasjes= produceert deel van zaadvocht
prostaat= maakt de rest van zaadvocht
sperma= zaadcellen + zaadvocht
urinebuis= binnen penis, via hier verlaat urine en sperma het lichaam
zaadlozing= hier word ervoor gezorgd dat urine en sperma niet mengen, zaadcellen verlaten lichaam
zwellichamen= om erectie te krijgen, er word bloed hierin gepompt
5.3 (afb. 5.4 en 5.5)
Eierstokken= 2 kleine orgaantjes onder in de buik
follikel= pakketje met eicel kan rijpen in puberteit en cellen in de wand produceren oestrogeen.
Eileider= na openbarsting follikel komt eicel in eileider
ovulatie/eisprong= openbarsting follikel en komt in eileider terecht, 1x per 28 dagen komt eicel vrij.
Trilhaartjes= zorgt ervoor dat eicel in richting van baarmoeder beweegt
baarmoeder= hol, peervormig orgaan met sterke wand, eicel groeit hier tot baby
baarmoedermond= kleine opening aan onderkant van baarmoeder.
Vagina= andere kant van baarmoedermond ook wel geboorte kanaal genoemd
vulva= opening vagina naar buiten toe, schaamlippen bedekken vulva
clitoris= net boven opening urineleider
man vrouw
Miljoenen zaadcellen 1 eicel 1x in 28 dagen
Productie zaadcellen Productie eicellen tot overgang
Gedeeltelijk buiten lichaam: teelballen Alles binnen lichaam
Erg gevoelig voor prikkels Minder gevoelig voor prikkels
Kleine cel Grote cel
Geen reserve voedsel Wel reservevoedsel
5.1
Hormonen= groei en ontwikkeling van lichaam
Hormoonstelsel= worden hormonen geproduceerd door hormoonklier
Hypofyse= hormonen (teelbal – zaadcellen) (eierstok – eicellen)
Primaire geslachtskenmerken= vanaf de geboorte
secundaire geslachtskenmerken= in puberteit, 10 jaar ong.
Geestelijke veranderingen= seksualiteit/volwassen worden
sociale veranderingen= rol ouders/vrienden
verschil geslachtshormonen en geslachtscellen= hormonen zijn stofjes die cellen maakt
5.2 (afb. 5.2 en 5.3)
Teelballen= maak zaadcellen, ligt buiten lichaam omdat zaadcellen in goede conditie moeten blijven,
dus balzak met teelballen is lager dan 37 graden.
Zaadbuisjes= zit in teelballen, zaadcellen worden hier gevormd
bijballen= slaat zaadcellen tijdelijk op
zaadleiders= zaadcel verlaat via hier het lichaam
zaadblaasjes= produceert deel van zaadvocht
prostaat= maakt de rest van zaadvocht
sperma= zaadcellen + zaadvocht
urinebuis= binnen penis, via hier verlaat urine en sperma het lichaam
zaadlozing= hier word ervoor gezorgd dat urine en sperma niet mengen, zaadcellen verlaten lichaam
zwellichamen= om erectie te krijgen, er word bloed hierin gepompt
5.3 (afb. 5.4 en 5.5)
Eierstokken= 2 kleine orgaantjes onder in de buik
follikel= pakketje met eicel kan rijpen in puberteit en cellen in de wand produceren oestrogeen.
Eileider= na openbarsting follikel komt eicel in eileider
ovulatie/eisprong= openbarsting follikel en komt in eileider terecht, 1x per 28 dagen komt eicel vrij.
Trilhaartjes= zorgt ervoor dat eicel in richting van baarmoeder beweegt
baarmoeder= hol, peervormig orgaan met sterke wand, eicel groeit hier tot baby
baarmoedermond= kleine opening aan onderkant van baarmoeder.
Vagina= andere kant van baarmoedermond ook wel geboorte kanaal genoemd
vulva= opening vagina naar buiten toe, schaamlippen bedekken vulva
clitoris= net boven opening urineleider
man vrouw
Miljoenen zaadcellen 1 eicel 1x in 28 dagen
Productie zaadcellen Productie eicellen tot overgang
Gedeeltelijk buiten lichaam: teelballen Alles binnen lichaam
Erg gevoelig voor prikkels Minder gevoelig voor prikkels
Kleine cel Grote cel
Geen reserve voedsel Wel reservevoedsel