100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie (van Beemen, 7e druk).

Rating
-
Sold
7
Pages
18
Uploaded on
24-05-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting voor Ontwikkelingspsychologie toets voor de eerstejaars. Gebaseerd op het boek Ontwikkelingspsychologie (Van Beemen, 7e druk). Dankzij deze samenvatting zelf een 8,2 gehaald! Hoofdstuk 1, 2 en 6 t/m 15 zijn hierin te vinden.

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1 t/m 2 & 6 t/m 15
Uploaded on
May 24, 2021
Number of pages
18
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Ontwikkelingspsychologie
Alle hoofdstukken behalve 3, 4 en 5.

Hoofdstuk 1: Het terrein van ontwikkelingspsychologie
Essentiële kenmerken van ontwikkeling:
 Verandering
 Vooruitgang

Psychologie = beschrijven en verklaren van het menselijk gedrag. Doordat je ouder wordt
ontwikkelen dingen zich, dat heet rijping. Leren is de omgeving die invloed heeft op wat jij weet, kent
of doet.

Rijping is verandering en vooruitgang:
 Van klein naar groot (groei / verandering)
 Van eenvoudig naar moeilijker (differentiatie / vooruitgang)

Fasen op basis van leeftijd:
 Baby (0 – 12 maanden): Enorme groei in wat ze kunnen en in de lengte. De hechting, moet
zich hechten aan verzorger, een veilige band daarmee creëren. Taalontwikkeling is ook groot.
 Peuter (1 – 4 jaar): Ondernemend en zelfbewust, ik is heel belangrijk. Het woordje nee is ook
nieuw. Egocentrisch.
 Kleuter (4 – 6 jaar): meer op anderen gericht, magisch denken. Empathisch vermogen komt
rustig aan. Bij kleuters kunnen ze echt al verhalen maken, ze hebben een rijke fantasie
 Schoolperiode (6 – 12 jaar): de wereld wordt groter, ze komen andere mensen tegen.
 Adolescentie (12 – 18 jaar): geslachtsrijping, puberbrein is minder gevoelig voor risico’s

Vanaf de Verlichting is er belangstelling voor kinderen als aparte groep ontstaan.
Twee ontwikkelingspsychologen:
 John Locke: Elk kind is hetzelfde en wordt hetzelfde geboren, het gaat erom hoe je opvoedt.
Strenge hand, rechtvaardig. Kinderen worden gevormd door omgeving = nurture.

 Jean-Jacques Rousseau: De mens is van nature goed. Die wordt al helemaal goed geboren en
hoeft alleen maar te ontwikkelen. Volwassen moeten dit niet verstoren. Kind heeft ruimte,
respect en stimulans nodig. Nature

2 onderzoeksmethoden zijn:
Dwarsdoorsnede onderzoek
 Op één tijdstip 2 groepen met elkaar vergelijken.
 Snel en goedkoop
 Geen individuele ontwikkeling volgen.

Longitudinaal onderzoek.
 Zelfde groep mensen op een later tijdstip nog een keer vragen.
 Individuele ontwikkeling volgen.
 Duur en langdurig, hierdoor kunnen proefpersonen afhaken.

Belangrijke begrippen:
Correlatie: Een verband/samenhang tussen 2 factoren. Samenhang tussen lengte en gewicht. Als je
groter wordt word je ook zwaarder.

Operationaliseren: Je kan niet alle begrippen zomaar meten. Het woord vertalen, zodat er meetbare
gegevens aan gekoppeld kunnen worden.

,Betrouwbaarheid: Meting levert, ongeacht tijdstip en de persoon die de meting verricht, telkens
hetzelfde resultaat oplevert.

Validiteit: Meet het instrument wat het moet meten. Een toets ontwikkelingspsychologie moet in
het Nederlands afgenomen worden, want als het in het Frans is, wordt Frans gemeten

Cohort: Groep mensen met hetzelfde geboortejaar.

Hoofdstuk 2: Ontwikkelingspsychologische theorieën:

Sigmund Freud: seksuele energie (libido) voor het eerst ontwikkelingsfasen gemaakt.
 Orale fase (0 -1 jaar): Alles wordt in de mond gestopt.
 Anale fase (1 – 3 jaar): Kind krijgt controle over sluitspier, erg interessant. Heeft met
zindelijkheid te maken.
 Fallische fase (3 – 6 jaar): Kind voelt zich aangetrokken tot ouder van het andere geslacht en
ziet diegene als rivaal. Meisjes kunnen last hebben van penisnijd, jaloers zijn op de vader dat
hij een penis heeft.
 Latentiefase (6 – 12 jaar): Seksuele gevoelens worden onderdrukt.
 Genitale fase (na 12 jaar): Seksuele gevoelens komen omhoog en worden niet meer
onderdrukt, voorbereiding volwassenheid.
Denkwijze Freud:
Es: De ongeremde ik, niet geremd worden en alle behoeften vervullen die je vervuld willen hebben.
Ich: Bemiddelaar, wat je wil en wat kan, aangepast aan wat de omgeving ervan vindt.
Uber-ich: De beste versie van jezelf, waar je aan wil voldoen, je normen en waarden.

Jean Piaget:
Cognitief (het denken) ontwikkelingsmodel gemaakt. Intelligentie heeft 2 functies:
Je maakt schema’s en die schema’s pas je aan door assimilatie en accommodatie.

 Assimilatie: Nieuwe ervaringen worden in een bestaand schema geplaatst. Ervaring wordt
hiervoor aangepast. Bijv. het bakken van biefstuk (een nieuwe ervaring) in de pan (het
schema) past niet. Dan wordt de biefstuk afgesneden om wel in de pan te passen, dus de
ervaring wordt geassimileerd om wel in het schema te passen.
 Accommodatie: Nieuwe ervaring zorgt ervoor dat het schema verandert / uitbreidt. Stuk
vlees past niet in de pan, stuk vlees blijft even groot, maar er wordt een grotere pan gepakt.

De leertheorie / behaviorisme: Sociaal gedrag is aangeleerd, leren = gedragsverandering door
ervaring. Je leert door iets mee te maken of het anderen te zien doen. Filosofen die het hier mee
eens zijn:
 Watson – klassieke conditionering: Heeft zelfde gedaan als Pavlov. Een konijn (neutrale
stimulus) kwam met een klap (ongeconditioneerde stimulus), dit zorgde ervoor dat de baby
moest huilen (ongeconditioneerde respons). Al bij het zien van het konijn moest de baby nu
huilen, terwijl er geen harde klap te horen was. Het konijn was nu een geconditioneerde
stimulus geworden en het gehuil de geconditioneerde respons.
 Skinner – operante conditionering: Hij richt zich op operant gedrag: spontaan gedrag dat
niet vaak herhaald zou worden door het effect van het gedrag. 2 knoppen, 1 rode, 1 groene.
Het kind klikt op de rode is een harde knal en de groene een leuk liedje, het kind zal vaker op
de groene klikken dan de rode. De knal is de straf en het liedje is de bekrachtiger of beloning.
Bandura – sociale leertheorie:
Mensen leren heel veel door naar anderen te kijken = modeling.

, Dacht dat mensen hun cognitie (weten en kennis) zouden gebruiken om iets uit te voeren. Ze gaan
niet voor dat ene lekker moment, maar denken op lange termijn na.
Bijvoorbeeld een snoepje is lekker, maar mensen denken erover na en weten dat het niet goed is
voor ze. Hij zegt ook dat kinderen leren door modeling, het nadoen en imiteren.

De manier hoe het best geleerd kan worden volgens de conditioneringsmethode:
 Gewenning / habituatie: Als je als eerst een harde klap hoort, reageer je daar heftig op.
Wanneer dit geluid vaker te horen is, wen je hieraan. Ook vormt het concentratievermogen.
Eerst worden alle kleine geluidjes gehoord, als je ouder wordt, filter je dat beter.
 Uitdoving/ extinctie: Wanneer er meerdere keren bij een geconditioneerde stimulus geen
ongeconditioneerde stimulus wordt gegeven, neemt de geconditioneerde respons af. Ook
wanneer kinderen niet willen eten en geen aandacht van de ouders krijgen bij het zeuren,
houden ze sneller met het zeuren op.
 Bekrachtiging: Wanneer een kind wat leuks of grappigs doet en hij bekrachtigd wordt (of
beloond) door bijv. het lachen van de ouders, neemt de frequentie toe.
 Straf: Een negatieve consequentie doet de frequentie afnemen. Jezelf slaan met een hamer,
doet pijn, dus krijg je straf van de hamer, hierdoor doet het kind het niet tot nooit meer.
 Bekrachtiging, continu of onderbroken: Continu belonen of juist soms belonen? Moet je een
kind altijd een snoepje geven, nooit als er om gezeurd wordt of af en toe?
 Imitatie: Het nadoen van wat gezien wordt. Als iets beloond wordt, wordt dit sneller
nagedaan. Als gedrag bestraft wordt, wordt het niet zo vaak nagedaan, omdat er een
negatieve consequentie aanzit.

Hoofdstuk 6: Het denken
Visie van Piaget:
Ieder kind is een onderzoeker en leert door het oppikken van dingen uit de omgeving om te vormen
naar eigen idee. Het kind leert op eigen tempo en wordt niet beïnvloed door anderen daarin.

Vier stadia cognitieve ontwikkeling (Piaget):
1. Sensomotorisch stadium (0-2 jaar): Denken door te doen. Eerst is het een reflex, dat wordt
daarna reflectie. Al snel kan de baby meerdere handeling verrichten. Het wegleggen van een
doekje om een boekje te pakken. Handelingen gaan eerst per ongeluk, dat wordt al gauw
doelgericht.
2. Preoperationele stadium (2-6 jaar): Er wordt meer gecommuniceerd via taal, kinderen delen
hun fantasiewereld sneller. Samen spelen. Steeds meer aandacht voor de ander, minder
egocentrisme (denken vanuit het eigen perspectief). Centratie is het andere kenmerk van dit
stadium. Peuters en kleuters letten alleen op de toestand (wat hier en nu gebeurt) en niet op
hoe die toestand zo is gekomen (wat vooraf is gegaan). Ze vinden clowns eng, ook al hebben
ze voor af gezien dat een clown geschminkt wordt. Ook kunnen makkelijke problemen
opgelost worden, maar als het ingewikkelder wordt, lukt dat niet meer. Een lang glas wordt
altijd als meer gezien dan een breed glas, omdat het hoger is. Ook wanneer dat wat water
overschonken wordt en er niks gemorst wordt, denken ze dat het lange glas meer is:
conservatie. Dit heeft ook met centratie te maken, ze kijken naar de toestand en niet naar de
handeling die vooraf is gedaan.
3. Concreet operationele stadium (6-12 jaar): Er wordt operationeel gedacht, door mentale
operatie neemt het probleemoplossend vermogen toe. 2 mentale operaties: reversibiliteit:
De uitgevoerde handeling wordt gezien en teruggedraaid, waardoor het kind weet dat het
evenveel water is. Bij organisatie wordt er naar meerdere aspecten van het probleem
gekeken. Welk treintje gaat het snelst, hangt af van het vertrekpunt en eindpunt. Niet alleen
het eindpunt, welk treintje dus het snelst bij het einde is.
4. Formeel operationele stadium (vanaf 12 jaar): Abstracter denken, er kan ook gedacht
worden aan: wat was er gebeurd als .. niet uitgevonden was. Om de problemen op te lossen

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
DeedeeD Hogeschool InHolland
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
70
Member since
4 year
Number of followers
64
Documents
0
Last sold
4 months ago

3.8

11 reviews

5
0
4
9
3
2
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions