VOORTPLANTINGSSTELSEL BIJ DE MAN
1. DE TESTES
Primair geslachtsorgaan bij de man
=> indaling bij de geboorte voltooid
- hangen in het scrotum, een vlezige buidel onder het
perineum.
=> de tunica dartos maakt de huid van het scrotus
rimpelig.
- M. Cremaster= spier dat ervoor zorgt dat de teelballen
ver of dicht tegen het lichaam hangen.
=> bij koude gaan de testes dichter tegen het lichaam worden getrokken
want de M. Cremaster trekt samen.
- Tunica albuginea omringt de testes
- Tussenwanden verdelen de testes in pyramide vormige lobjes
- Testiskanaaltjes in de lobjes (ontwikkelen spermacellen)
=> bevatten spermatogonia= stamcellen voor de spermatogenese
=> bevatten sertolicellen(steuncellen) geven steun en bevorderen de
spermatogenese (voeding)
=> rete testes = kanaaltjes
- Interstitiële cellen of cellen van Leidig omringen de kanaaltjes
=> produceren testosteron, het belangrijkste
mannelijk geslachtshormoon oiv LH en ICSH
1
,De spermatogenese
De spermacel
Kop
- Bevat celkern en chromosomen
- Acrosoom bevat enzymen die
noodzakelijk zijn voor bevruchting
Middelste gedeelte
- Bevat mitochondriën => leveren
enregie voor de staart
Staart
- Zweept de spermacel voort
Beweegelijk en functioneel na capacitatie
Belangrijk:
meiose produceert gameten die de helft van het aantal chromosomen in
lichaamscellen bevatten. Voor elke cel die meiose ondergaat, produceren de
testes 4 spermacellen, terwijl de ovaria slechts 1 eicel produceren.
2
, 2. DE EPIDIDYMIS
= bijbal (langwerpig orgaan)
- In scrotum, op en achter de testis
- Bestaat uit:
=> afvoerende buisjes = bijbalgang/ ductus epididymis
Functie van de bijbal is:
- opslag/ rijping van zaadcellen
- geeft vloeistof af
Als spermacellen uit de epididymis gaan zijn ze fysiek rijp, maar ze blijven
onbeweegelijk. Om beweegelijk en volledig functioneel te worden moeten ze
capacitatie ondergaan.
Vindt plaats:
1. Nadat spermacellen zijn gemengd met klierproducten van de zaadblaasjes
2. Zijn blootgesteld aan de omstandigheden binnen de vrouwelijke
voortplantingsorganen.
Ductus deferens
= zaadleider
Stijgt op in de buikholte binnen de zaadstreng
- vanuit de bijbal => door lieskanaal => over
urineblaas => in prostaat => mondt uit in de
urethra
Komt samen met de zaadblaasjes
Door de mannelijke urethra komt zowel urine als sperma.
Het ejaculatiekanaal
= ductus ejaculatorius
- korte buis (2 cm)
- door gespierde wand van de prostaatklier
- monden uit in urethra
3