Staatsrecht
Staatsrecht
regels die gelden voor overheidsinstanties onderling
- Overheidsorganisatie
- Verdeling van bevoegdheden over die organisaties
Verhoudingen tussen overheid en burgers
- Grondrechten
3 functies:
- Instellen van een overheidsorganisatie
- Toekennen van bevoegdheden
- Reguleren van de verhoudingen tussen de overheidsambten met de
burgers.
Formele constitutie:
- Grondwet
Nederlandse staatsinrichting geschiedenis
- Grondwet 1814/1815:
o Monarchie
o Wetgevende macht: Koning en Staten-Generaal
o Koning zelfstandige bevoegdheid regelgevingen
o Tweekamerstelsel (1815): 2e kamer getrapt; 1e kamer gekozen door
Koning
- Grondwet 1848
o Koning verliest macht
Is niet langer verantwoordelijk voor beleid
o Contraseign (artikel 47 GW):
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid (1840)
Politieke ministeriële verantwoordelijkheid (1848)
Minister verantwoordelijk voor Koning, Koning is
onschendbaar.
o Regering krijgt bevoegdheid ontbinding Kamers.
o 2e kamer rechtstreeks gekozen en rechten van amendement en
interpellatie (minister naar 2e kamer roepen om te ondervragen)
o Vertrouwensregel:
Geen vertrouwen Tweede Kamer? Dan ontslag
minister/kabinet.
- Grondwet 1917
o Algemene kiesrecht
Mannen boven 23 mogen kiezen
o 1919 vrouwenkiesrecht
o Evenredige vertegenwoordiging
Aantal stemmen evenredig aan aantal zetels
- Grondwet 1983
o Grondrechten eerste hoofdstuk en uitbreiding (sociale grondrechten)
1
, o Doodstraf afgestraft
Democratische rechtsstaat
- Democratiebeginsel
o Volk kiest volksvertegenwoordiger (2e kamer = direct) en via getrapt
stelsel (1e kamer = indirect) via Provinciale Staten
o 1e en 2e kamer:
Staten-Generaal
o Regering en Staten-Generaal:
Formele wetgever = wetgevende macht (art. 81 GW)
- Legaliteitsbeginsel
o Elk overheidsoptreden moet op een wettelijke grondslag berusten
o Om willekeur te voorkomen
Democratische rechtsstaat
- Machtenscheiding (trias politica)
o Scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
o Geen strikte scheiding in NL, maar ‘checks and balances’ = diverse
organen onderling afhankelijk en controleren elkaar.
- (Geschreven) grondwet, organieke wetten, rechtstreeks werkende
verdragen en AmvB’s
- Ongeschreven staatsrecht, bijvoorbeeld de vertrouwensregel
- 3 machten, bevoegdheden delen, elkaar controleren
Wat is staatsrecht?
- Een territorium
- Een grond waar de staat op gevestigd is
- Een overheid die effectief en daadwerkelijk gezag uitoefent over de op het
territorium woonachtige bevolking
Staat: 2 functies:
- Machtsfunctie
o Alleen de overheid mag legitiem geweld gebruiken.
- Juridische functie
o Regels.
Waaraan moet de overheid zich houden
Waar moet de burger zich aan houden
Rechtstaat
- Een staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het recht
om daarmee de vrijheid van burgers te waarborgen.
5 beginselen democratische rechtstaat
- Machtenscheiding
- Legaliteitsbeginsel
- Democratie
- Onafhankelijke rechten
- Waarborgen van grondrechten
2
,Machtenscheiding:
- Montesquieu
- 3 machten: Trias Politica
o Uitvoerende macht
Regering
Ook wel bestuur genoemd.
H2 van GW
o Wetgevende macht
Regering en Staten-Generaal
Wetten maken
Artikel 81 GW
o Rechtsprekende machten
Rechters
H6 van GW
Geen Trias Politica maar wel ‘Checks and Balances’
- gedeelde bevoegdheden op verschillende terreinen.
- Staan dichter bij elkaar dus beter te checken
- Gedeelde bevoegdheden (behalve rechtspraak)
- Ook andere vormen van controle
Legaliteitsbeginsel:
- Alles wat de overheid doet moet op de Grondwet of een wet in formele zin
zijn berust.
o Formele wet: gemaakt door regering en S-G.
o Materiele wet: inhoud. Algemene verbindende voorschriften
Strafrecht is formeel en materieel.
- Ze mogen aan de vrijheid van burgers geen andere beperkingen stellen
dan die in de wetten zijn neergelegd en dat die beperkingen in beginselen
voor iedereen gelijk zijn.
Democratiebeginsel
- Burgers hebben het recht te bepalen door wie zij vertegenwoordigd willen
worden, zodat zij invloed hebben op wetgeving en bestuur.
o Stemrecht
Nationaal niveau
Lokaal niveau
Artikel 4 van GW.
Artikel 50 e.v. wijze van verkiezingen
o Het volk heeft het voor het zeggen
Onafhankelijkheid van de rechter
- Grondwet hoofdstuk 6
- Rechter toetst op rechtmatigheid
- Artikel 11 AB (Algemene bepalingen): rechter geen wetgevende functie
- Eigen opvattingen niet bij uitspraak betrekken
- Artikel 112 en 113 GW: gerechten tot rechterlijke macht
- Waarborgen rechterlijke onafhankelijkheid
o Persoonlijk onafhankelijk zijn
Geen eigen visie, rechtspreken volgens de wet
3
, o Zakelijke onafhankelijk
Waarborg van grondrechten
- Vrijheidsrechten
- Klassieke grondrechten: overheidsonthouding
o Terughoudend opstellen
Vrijheid van godsdienst/meningsuiting
o In grondwet 1 t/m 17 globaal
- Sociale grondrechten: overheidsbemoeienis
o Artikel 18 tot 33 globaal
o De overheid moet zich bemoeien met die grondrechten
Recht op onderwijs
Recht op werkgelegenheid
Sociale verzorgingsstaat
- Na WO II: overheid dient zorg te dragen voor o.a. werkgelegenheid,
volksgezondheid en onderwijs
- Voor uitvoering van taken en bevoegdheden heeft de overheid
instrumenten gekregen (legaliteitsbeginsel)
- Sinds de GW-wijziging in 1983 zijn de sociale grondrechten verankerd in de
GW. Er worden prestaties van de overheid verwacht
o Typerend voor sociale rechtsstaat
Parlementaire democratie
Parlement
- 1e Kamer: indirect gekozen (trapsgewijs via Provinciale Statenverkiezingen)
o 75 leden
- 2e Kamer: direct gekozen (volksvertegenwoordiging)
o 150 leden
Directe democratie
- Referendum
- Wil van volk rechtstreeks tot uiting
- Bijvoorbeeld: referendum over Europa
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Eenheidsstaat (unitarisme)
o Staatshoofd (koning) symbool van eenheid
o Bestuurlijke beslissingen en regelgeving van lagere overheid (bijv.
gemeente) kunnen worden vernietigd door de centrale overheid
Door de regering indien i.s.m. het recht of algemeen belang
(artikel 142 lid 2 GW)
- Decentraal
o Lagere overheid bevoegdheden en taken om zaken op decentraal
niveau te regelen
o Organieke wetten: Gemeentewet en Provinciewet
Taken en bevoegdheden voor ‘eigen huishouding’
Decentralisatie
4
, - Een deel van de taak van de centrale overheid wordt overgedragen aan
lagere publiekrechtelijke overheidslichamen
o Gemeente
o Provincie
Doelen decentralisatie:
- Voorkomen dat de macht zich concentreert bij 1 overheidsorgaan
- Decentrale overheden beter in staat om in te spelen op omstandigheden
en belangen van een bepaald gebied
Normenhiërarchie (rangen van wetgeving)
Materieel constitutioneel recht
- Een ieder verbindende verdragsbepaling en rechtstreeks werkend EG-recht
- Statuut voor het Koninkrijk
o Voor wie is wetgeving van toepassing enz.
- Grondwet
o Hoofdlijn hoe iets geregeld moet worden
- Wet in formele zin (art. 81 Gw)
Wetten in materiele zin:
Niet gemaakt door regering en Staten Generaal
- Algemene maatregel van bestuur (art 89 Gw)
o regering
- Ministeriële regeling (art. 89 lid 4)
o minister
- Provinciale verordening (art. 127 Gw)
o Provinciale Staten
- Gemeentelijke verordening (art. 127 Gw)
Grondwetwijziging: 137 GW
Statische grondwet: moeilijker om een grondwet te wijzigen
1e lezing
- Voorstel
- Wordt naar 2e kamer gestuurd
5
, o Art. 84 Gw amendement.
Grondwetswijzigingen voorstellen
o Stemmen over de wijzigingen
Meerderheid voor de wijzigingen
o Stemmen over het geheel
Aangenomen bij een gewone meerderheid
Helft +1
150 leden is dus 76 leden moeten voorstemmen
- 2e kamer is akkoord, gaat nu naar 1e kamer
o Goed of afkeuren
Gewone meerderheid
Helft + 1
- Er ligt een bekrachtiging van de 1e lezing
Eventuele wijzigingen
Aanvaard door Tweede Kamer en Eerste Kamer
Wet wordt afgekondigd
Tweede Kamer ontbonden
Nieuwe Tweede Kamer verkiezingen
2e lezing
- Tweede Kamer wederom wetsvoorstel bekijken
o Geen recht van artikel 84 Gw amendement
Is al bekrachtigd door oude Tweede Kamer
o 2/3 van de meerderheid
100 van 150 leden moeten instemmen
- Goedgekeurd door Tweede Kamer
- Door naar Eerste Kamer
o Ook 2/3 meerderheid
50 van 75 stemmen
- Eerste Kamer aangenomen, dan is het afgerond en wordt het opgenomen
in het Grondwet
Kenmerk: 2 lezingen
- 2 keer gestemd over de Grondwetswijziging
College 2
Rechterlijke organisatie
- Grondwetswijziging 1983: hoofdlijnen van de taak en organisatie van de
rechtspraak vastleggen in de GW.
- Art. 2 Wet RO: tot de rechterlijke macht behoren:
o Rechtbanken (incl. sector kanton, art. 47 Wet RO)
o Gerechtshoven
o Hoge Raad
6
Staatsrecht
regels die gelden voor overheidsinstanties onderling
- Overheidsorganisatie
- Verdeling van bevoegdheden over die organisaties
Verhoudingen tussen overheid en burgers
- Grondrechten
3 functies:
- Instellen van een overheidsorganisatie
- Toekennen van bevoegdheden
- Reguleren van de verhoudingen tussen de overheidsambten met de
burgers.
Formele constitutie:
- Grondwet
Nederlandse staatsinrichting geschiedenis
- Grondwet 1814/1815:
o Monarchie
o Wetgevende macht: Koning en Staten-Generaal
o Koning zelfstandige bevoegdheid regelgevingen
o Tweekamerstelsel (1815): 2e kamer getrapt; 1e kamer gekozen door
Koning
- Grondwet 1848
o Koning verliest macht
Is niet langer verantwoordelijk voor beleid
o Contraseign (artikel 47 GW):
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid (1840)
Politieke ministeriële verantwoordelijkheid (1848)
Minister verantwoordelijk voor Koning, Koning is
onschendbaar.
o Regering krijgt bevoegdheid ontbinding Kamers.
o 2e kamer rechtstreeks gekozen en rechten van amendement en
interpellatie (minister naar 2e kamer roepen om te ondervragen)
o Vertrouwensregel:
Geen vertrouwen Tweede Kamer? Dan ontslag
minister/kabinet.
- Grondwet 1917
o Algemene kiesrecht
Mannen boven 23 mogen kiezen
o 1919 vrouwenkiesrecht
o Evenredige vertegenwoordiging
Aantal stemmen evenredig aan aantal zetels
- Grondwet 1983
o Grondrechten eerste hoofdstuk en uitbreiding (sociale grondrechten)
1
, o Doodstraf afgestraft
Democratische rechtsstaat
- Democratiebeginsel
o Volk kiest volksvertegenwoordiger (2e kamer = direct) en via getrapt
stelsel (1e kamer = indirect) via Provinciale Staten
o 1e en 2e kamer:
Staten-Generaal
o Regering en Staten-Generaal:
Formele wetgever = wetgevende macht (art. 81 GW)
- Legaliteitsbeginsel
o Elk overheidsoptreden moet op een wettelijke grondslag berusten
o Om willekeur te voorkomen
Democratische rechtsstaat
- Machtenscheiding (trias politica)
o Scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
o Geen strikte scheiding in NL, maar ‘checks and balances’ = diverse
organen onderling afhankelijk en controleren elkaar.
- (Geschreven) grondwet, organieke wetten, rechtstreeks werkende
verdragen en AmvB’s
- Ongeschreven staatsrecht, bijvoorbeeld de vertrouwensregel
- 3 machten, bevoegdheden delen, elkaar controleren
Wat is staatsrecht?
- Een territorium
- Een grond waar de staat op gevestigd is
- Een overheid die effectief en daadwerkelijk gezag uitoefent over de op het
territorium woonachtige bevolking
Staat: 2 functies:
- Machtsfunctie
o Alleen de overheid mag legitiem geweld gebruiken.
- Juridische functie
o Regels.
Waaraan moet de overheid zich houden
Waar moet de burger zich aan houden
Rechtstaat
- Een staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het recht
om daarmee de vrijheid van burgers te waarborgen.
5 beginselen democratische rechtstaat
- Machtenscheiding
- Legaliteitsbeginsel
- Democratie
- Onafhankelijke rechten
- Waarborgen van grondrechten
2
,Machtenscheiding:
- Montesquieu
- 3 machten: Trias Politica
o Uitvoerende macht
Regering
Ook wel bestuur genoemd.
H2 van GW
o Wetgevende macht
Regering en Staten-Generaal
Wetten maken
Artikel 81 GW
o Rechtsprekende machten
Rechters
H6 van GW
Geen Trias Politica maar wel ‘Checks and Balances’
- gedeelde bevoegdheden op verschillende terreinen.
- Staan dichter bij elkaar dus beter te checken
- Gedeelde bevoegdheden (behalve rechtspraak)
- Ook andere vormen van controle
Legaliteitsbeginsel:
- Alles wat de overheid doet moet op de Grondwet of een wet in formele zin
zijn berust.
o Formele wet: gemaakt door regering en S-G.
o Materiele wet: inhoud. Algemene verbindende voorschriften
Strafrecht is formeel en materieel.
- Ze mogen aan de vrijheid van burgers geen andere beperkingen stellen
dan die in de wetten zijn neergelegd en dat die beperkingen in beginselen
voor iedereen gelijk zijn.
Democratiebeginsel
- Burgers hebben het recht te bepalen door wie zij vertegenwoordigd willen
worden, zodat zij invloed hebben op wetgeving en bestuur.
o Stemrecht
Nationaal niveau
Lokaal niveau
Artikel 4 van GW.
Artikel 50 e.v. wijze van verkiezingen
o Het volk heeft het voor het zeggen
Onafhankelijkheid van de rechter
- Grondwet hoofdstuk 6
- Rechter toetst op rechtmatigheid
- Artikel 11 AB (Algemene bepalingen): rechter geen wetgevende functie
- Eigen opvattingen niet bij uitspraak betrekken
- Artikel 112 en 113 GW: gerechten tot rechterlijke macht
- Waarborgen rechterlijke onafhankelijkheid
o Persoonlijk onafhankelijk zijn
Geen eigen visie, rechtspreken volgens de wet
3
, o Zakelijke onafhankelijk
Waarborg van grondrechten
- Vrijheidsrechten
- Klassieke grondrechten: overheidsonthouding
o Terughoudend opstellen
Vrijheid van godsdienst/meningsuiting
o In grondwet 1 t/m 17 globaal
- Sociale grondrechten: overheidsbemoeienis
o Artikel 18 tot 33 globaal
o De overheid moet zich bemoeien met die grondrechten
Recht op onderwijs
Recht op werkgelegenheid
Sociale verzorgingsstaat
- Na WO II: overheid dient zorg te dragen voor o.a. werkgelegenheid,
volksgezondheid en onderwijs
- Voor uitvoering van taken en bevoegdheden heeft de overheid
instrumenten gekregen (legaliteitsbeginsel)
- Sinds de GW-wijziging in 1983 zijn de sociale grondrechten verankerd in de
GW. Er worden prestaties van de overheid verwacht
o Typerend voor sociale rechtsstaat
Parlementaire democratie
Parlement
- 1e Kamer: indirect gekozen (trapsgewijs via Provinciale Statenverkiezingen)
o 75 leden
- 2e Kamer: direct gekozen (volksvertegenwoordiging)
o 150 leden
Directe democratie
- Referendum
- Wil van volk rechtstreeks tot uiting
- Bijvoorbeeld: referendum over Europa
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Eenheidsstaat (unitarisme)
o Staatshoofd (koning) symbool van eenheid
o Bestuurlijke beslissingen en regelgeving van lagere overheid (bijv.
gemeente) kunnen worden vernietigd door de centrale overheid
Door de regering indien i.s.m. het recht of algemeen belang
(artikel 142 lid 2 GW)
- Decentraal
o Lagere overheid bevoegdheden en taken om zaken op decentraal
niveau te regelen
o Organieke wetten: Gemeentewet en Provinciewet
Taken en bevoegdheden voor ‘eigen huishouding’
Decentralisatie
4
, - Een deel van de taak van de centrale overheid wordt overgedragen aan
lagere publiekrechtelijke overheidslichamen
o Gemeente
o Provincie
Doelen decentralisatie:
- Voorkomen dat de macht zich concentreert bij 1 overheidsorgaan
- Decentrale overheden beter in staat om in te spelen op omstandigheden
en belangen van een bepaald gebied
Normenhiërarchie (rangen van wetgeving)
Materieel constitutioneel recht
- Een ieder verbindende verdragsbepaling en rechtstreeks werkend EG-recht
- Statuut voor het Koninkrijk
o Voor wie is wetgeving van toepassing enz.
- Grondwet
o Hoofdlijn hoe iets geregeld moet worden
- Wet in formele zin (art. 81 Gw)
Wetten in materiele zin:
Niet gemaakt door regering en Staten Generaal
- Algemene maatregel van bestuur (art 89 Gw)
o regering
- Ministeriële regeling (art. 89 lid 4)
o minister
- Provinciale verordening (art. 127 Gw)
o Provinciale Staten
- Gemeentelijke verordening (art. 127 Gw)
Grondwetwijziging: 137 GW
Statische grondwet: moeilijker om een grondwet te wijzigen
1e lezing
- Voorstel
- Wordt naar 2e kamer gestuurd
5
, o Art. 84 Gw amendement.
Grondwetswijzigingen voorstellen
o Stemmen over de wijzigingen
Meerderheid voor de wijzigingen
o Stemmen over het geheel
Aangenomen bij een gewone meerderheid
Helft +1
150 leden is dus 76 leden moeten voorstemmen
- 2e kamer is akkoord, gaat nu naar 1e kamer
o Goed of afkeuren
Gewone meerderheid
Helft + 1
- Er ligt een bekrachtiging van de 1e lezing
Eventuele wijzigingen
Aanvaard door Tweede Kamer en Eerste Kamer
Wet wordt afgekondigd
Tweede Kamer ontbonden
Nieuwe Tweede Kamer verkiezingen
2e lezing
- Tweede Kamer wederom wetsvoorstel bekijken
o Geen recht van artikel 84 Gw amendement
Is al bekrachtigd door oude Tweede Kamer
o 2/3 van de meerderheid
100 van 150 leden moeten instemmen
- Goedgekeurd door Tweede Kamer
- Door naar Eerste Kamer
o Ook 2/3 meerderheid
50 van 75 stemmen
- Eerste Kamer aangenomen, dan is het afgerond en wordt het opgenomen
in het Grondwet
Kenmerk: 2 lezingen
- 2 keer gestemd over de Grondwetswijziging
College 2
Rechterlijke organisatie
- Grondwetswijziging 1983: hoofdlijnen van de taak en organisatie van de
rechtspraak vastleggen in de GW.
- Art. 2 Wet RO: tot de rechterlijke macht behoren:
o Rechtbanken (incl. sector kanton, art. 47 Wet RO)
o Gerechtshoven
o Hoge Raad
6