1
Samenvatting: Fysiologie van het
Orofaciale Systeem bij de Voedselinname:
Craniomandibulaire spieren:
• Staan in voor de verschillende onderdelen van het kauwen en slikken
o Kauwspieren zijn skeletspieren
▪ Contraheren enkel wanneer een elektrisch signaal vanuit het CZS wordt
verzonden via somatische zenuwen
Verschillen tussen skeletspieren en kauwspieren:
• Embryologisch:
o Skeletspieren ontwikkelen zich vanuit het mesoderm
o Spieren van het hoofd ontwikkelen zich uit de neurale groeve van de 1ste kieuwboog
▪ Worden bezenuwd door zenuw van 1ste kieuwboog (n. trigeminus)
• Histochemisch profiel:
o Spiervezelsamenstelling van kauwspieren is aangepast aan de specifieke functie van
de kauwspier
▪ M. pterygoideus bestaat voornamelijk uit type I vezels
• Voornamelijk posturale stabiliserende rol
• Geen belangrijke spierkrachten moeten ontwikkeld worden
▪ M. digastricus bestaat voornamelijk uit type II vezels
• Snelle kaakbewegingen nodig voor spraak
▪ Samenstelling kan binnen een spier variëren
• M. temporalis
Musculus temporalis:
• Oppervlakkig deel:
o Rijk aan type IIb vezels, voor snelle precieuze kaakbewegingen
• Diepe posterieel deel:
o Rijk aan type I vezels, bestaan teneinde zijn posturale rol te vervullen
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
, 2
Myosine in de kauwspieren:
• Type myosine verschilt met dat van andere spieren
o ‘supersnelle’ myosine dat hoge ATP-ase activiteit vertoont
▪ Laat spieren toe om zeer snelle en krachtige bewegingen te maken
Kracht van de kauwspier:
• Kauwspieren zijn enorm sterk en kunnen kracht van meer dan 4000N ontwikkelen
o Gevolg van samenstelling van de spiervezels
o Gevolg van biochemische eigenschappen
• Verhoging van efficiëntie:
o Kauwspieren hebben korte pezen (in tegenstelling tot ledemaatspieren)
▪ Praktisch aangehecht op bot zonder lange pezen
Musculus masseter:
• Betrokken bij de kaakbeweging
o Staat in voor opheffen van de mandibula (zeer krachtige elevator)
• Oppervlakkig deel:
o Oefent een verticale en licht anterior gerichte kracht uit op de mandibula
▪ Staat ongeveer loodrecht op het occlusale vlak van de molaren
o Oefent een heterolaterale kracht uit
▪ Leidt tot een mediale beweging
• Diepe deel:
o Oefent een ipsilaterale kracht
▪ Leidt tot een laterale beweging
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Musculus temporalis:
• Wordt opgesplitst in 3 functionele delen
o Waaiervormige morfologie geeft aan dat richting van de uitgeoefende kracht kan
variëren in functie van welk deel van de spier actief is
• Voorste deel:
o Vezels lopen praktisch verticaal
• Middelste deel:
o Vezels lopen schuin naar voor
• Achterste deel:
o Vezels lopen praktisch horizontaal
o Zal achterwaartse kracht uitoefenen op de onderkaak
• De temporalis is in eerste instantie een elevator van de onderkaak
• Overgang ter hoogte van de arcus zygomaticus
o Werkt als een soort draaipunt
o Vandaar effectieve krachtrichting op de onderkaak is verticaal
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
, 3
Musculus pterygoideus medialis:
• Zorgt in synergie met de m. masseter en temporalis voor maalbewegingen van kaken en
tanden
• Spier heeft een heterolateraal gerichte krachtcomponent
o Geeft aanleiding tot een mediale beweging
• Functie
o Primair een elevator van de onderkaak
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Musculus pterygoideus lateralis:
• Zorgt voor voorwaartse beweging van de mandibula
o Betrokken bij de maalbeweging
• Beide koppen spelen een verschillende rol bij uitvoering van de onderkaakbewegingen
o Bovenste kop; actief tijdens de sluitbewegingen
o Onderste kop; contraheert tijdens voorwaartse bewegingen en openen bij
heterolaterale bewegingen
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Musculus buccinator:
• Houdt het voedsel binnen het maaloppervlakte van de tanden en mond
Tongspieren:
• Musculus genioglossus:
o Uitsteken van de tong
• Musculus hyoglossus:
o Tong naar beneden bewegen
• Musculus styloglossus:
o Tong terugtrekken en opheffen
Slikspieren:
• Kunnen onderverdeeld worden in
suprahyoidale spieren en infrahyoidale
spieren
• Suprahyoidale spieren:
o Helpen de mondbodem verstevigen
o Ankeren de tong
o Bewegen de larynx naar boven tijdens het slikken
Musculus digastricus:
• Staat in voor het opheffen en fixeren van het hyoidbeen tijdens het slikken en spreken
o Tongbeen is niet gefixeerd tijdens het kauwen
• Betrokken bij de mondopening
• Activiteit van de m. digastricus zal de mandibula naar beneden en naar achter laten trekken
• Innervatie:
o Voorste buik; door n. mandibularis
o Achterste buik; door n. facialis
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
, 4
Musculus stylohyoideus:
• Functie:
o Stabilisator, retractor en elevator
van tongbeen
o Tijdens kauwen, spier heeft
weinig invloed op de bewegingen
van de onder
• Innervatie gebeurt door de nervus facialis
Musculus mylohyoideus:
• Bij gestabiliseerde mandibula
o Activatie van deze spier de mondbodem en het tongbeen opheffen
o Os hyoideum wordt naar voor getrokken
o Zorgt er voor dat de tong een opwaartse beweging en achterwaartse druk geeft
▪ Zo voedsel in farynx duwen
• Bij gestabiliseerd tongbeen
o Spier zal de onderkaak naar beneden trekken
• Innervatie gebeurt door de n. mandibularis
Musculus geniohyoideus:
• Gefixeerde mandibula
o Hyoidbeen en mondbodem worden verheven
▪ Protrusie van de tong treedt op
▪ Farynx wordt geopend voor het slikken
• Gefixeerd tongbeen:
o Spier zal onderkaak naar beneden trekken
• Innervatie gebeurt door de ventrale vertakkingen van de eerste cervicale spinale zenuwen
o Via de nervus hypoglossus (n. XII)
Infrahyoidale spieren:
• Liggen inferior van het os hyoideum
• Spelen een belangrijke rol bij het stabiliseren en omlaag trekken van het hyoidbeen
• Controleren of beperken zij de opwaartse beweging van het tongbeen
• Tijdens slikken en spreken doen ze het tongbeen en de larynx dalen
o Spelen dus rol met suprahyoïdale spieren bij de controle van posities van tong,
tongbeen en onderkaak
• Musculus sternohyoideus:
o Doet larynx dalen
• Musculus sternothyroideus:
o Trekt aan het thyroidbeen en via de
ligamentaire verbindingen ook de
larynx en het os hyoideum naar
omlaag
• Innervatie:
o Door 1ste, 2de en 3de cervicale zenuw
via de n. XII en de ansa cervicalis
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
Samenvatting: Fysiologie van het
Orofaciale Systeem bij de Voedselinname:
Craniomandibulaire spieren:
• Staan in voor de verschillende onderdelen van het kauwen en slikken
o Kauwspieren zijn skeletspieren
▪ Contraheren enkel wanneer een elektrisch signaal vanuit het CZS wordt
verzonden via somatische zenuwen
Verschillen tussen skeletspieren en kauwspieren:
• Embryologisch:
o Skeletspieren ontwikkelen zich vanuit het mesoderm
o Spieren van het hoofd ontwikkelen zich uit de neurale groeve van de 1ste kieuwboog
▪ Worden bezenuwd door zenuw van 1ste kieuwboog (n. trigeminus)
• Histochemisch profiel:
o Spiervezelsamenstelling van kauwspieren is aangepast aan de specifieke functie van
de kauwspier
▪ M. pterygoideus bestaat voornamelijk uit type I vezels
• Voornamelijk posturale stabiliserende rol
• Geen belangrijke spierkrachten moeten ontwikkeld worden
▪ M. digastricus bestaat voornamelijk uit type II vezels
• Snelle kaakbewegingen nodig voor spraak
▪ Samenstelling kan binnen een spier variëren
• M. temporalis
Musculus temporalis:
• Oppervlakkig deel:
o Rijk aan type IIb vezels, voor snelle precieuze kaakbewegingen
• Diepe posterieel deel:
o Rijk aan type I vezels, bestaan teneinde zijn posturale rol te vervullen
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
, 2
Myosine in de kauwspieren:
• Type myosine verschilt met dat van andere spieren
o ‘supersnelle’ myosine dat hoge ATP-ase activiteit vertoont
▪ Laat spieren toe om zeer snelle en krachtige bewegingen te maken
Kracht van de kauwspier:
• Kauwspieren zijn enorm sterk en kunnen kracht van meer dan 4000N ontwikkelen
o Gevolg van samenstelling van de spiervezels
o Gevolg van biochemische eigenschappen
• Verhoging van efficiëntie:
o Kauwspieren hebben korte pezen (in tegenstelling tot ledemaatspieren)
▪ Praktisch aangehecht op bot zonder lange pezen
Musculus masseter:
• Betrokken bij de kaakbeweging
o Staat in voor opheffen van de mandibula (zeer krachtige elevator)
• Oppervlakkig deel:
o Oefent een verticale en licht anterior gerichte kracht uit op de mandibula
▪ Staat ongeveer loodrecht op het occlusale vlak van de molaren
o Oefent een heterolaterale kracht uit
▪ Leidt tot een mediale beweging
• Diepe deel:
o Oefent een ipsilaterale kracht
▪ Leidt tot een laterale beweging
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Musculus temporalis:
• Wordt opgesplitst in 3 functionele delen
o Waaiervormige morfologie geeft aan dat richting van de uitgeoefende kracht kan
variëren in functie van welk deel van de spier actief is
• Voorste deel:
o Vezels lopen praktisch verticaal
• Middelste deel:
o Vezels lopen schuin naar voor
• Achterste deel:
o Vezels lopen praktisch horizontaal
o Zal achterwaartse kracht uitoefenen op de onderkaak
• De temporalis is in eerste instantie een elevator van de onderkaak
• Overgang ter hoogte van de arcus zygomaticus
o Werkt als een soort draaipunt
o Vandaar effectieve krachtrichting op de onderkaak is verticaal
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
, 3
Musculus pterygoideus medialis:
• Zorgt in synergie met de m. masseter en temporalis voor maalbewegingen van kaken en
tanden
• Spier heeft een heterolateraal gerichte krachtcomponent
o Geeft aanleiding tot een mediale beweging
• Functie
o Primair een elevator van de onderkaak
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Musculus pterygoideus lateralis:
• Zorgt voor voorwaartse beweging van de mandibula
o Betrokken bij de maalbeweging
• Beide koppen spelen een verschillende rol bij uitvoering van de onderkaakbewegingen
o Bovenste kop; actief tijdens de sluitbewegingen
o Onderste kop; contraheert tijdens voorwaartse bewegingen en openen bij
heterolaterale bewegingen
• Innervatie gebeurt via de nervus mandibularis van de n. V
Musculus buccinator:
• Houdt het voedsel binnen het maaloppervlakte van de tanden en mond
Tongspieren:
• Musculus genioglossus:
o Uitsteken van de tong
• Musculus hyoglossus:
o Tong naar beneden bewegen
• Musculus styloglossus:
o Tong terugtrekken en opheffen
Slikspieren:
• Kunnen onderverdeeld worden in
suprahyoidale spieren en infrahyoidale
spieren
• Suprahyoidale spieren:
o Helpen de mondbodem verstevigen
o Ankeren de tong
o Bewegen de larynx naar boven tijdens het slikken
Musculus digastricus:
• Staat in voor het opheffen en fixeren van het hyoidbeen tijdens het slikken en spreken
o Tongbeen is niet gefixeerd tijdens het kauwen
• Betrokken bij de mondopening
• Activiteit van de m. digastricus zal de mandibula naar beneden en naar achter laten trekken
• Innervatie:
o Voorste buik; door n. mandibularis
o Achterste buik; door n. facialis
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname
, 4
Musculus stylohyoideus:
• Functie:
o Stabilisator, retractor en elevator
van tongbeen
o Tijdens kauwen, spier heeft
weinig invloed op de bewegingen
van de onder
• Innervatie gebeurt door de nervus facialis
Musculus mylohyoideus:
• Bij gestabiliseerde mandibula
o Activatie van deze spier de mondbodem en het tongbeen opheffen
o Os hyoideum wordt naar voor getrokken
o Zorgt er voor dat de tong een opwaartse beweging en achterwaartse druk geeft
▪ Zo voedsel in farynx duwen
• Bij gestabiliseerd tongbeen
o Spier zal de onderkaak naar beneden trekken
• Innervatie gebeurt door de n. mandibularis
Musculus geniohyoideus:
• Gefixeerde mandibula
o Hyoidbeen en mondbodem worden verheven
▪ Protrusie van de tong treedt op
▪ Farynx wordt geopend voor het slikken
• Gefixeerd tongbeen:
o Spier zal onderkaak naar beneden trekken
• Innervatie gebeurt door de ventrale vertakkingen van de eerste cervicale spinale zenuwen
o Via de nervus hypoglossus (n. XII)
Infrahyoidale spieren:
• Liggen inferior van het os hyoideum
• Spelen een belangrijke rol bij het stabiliseren en omlaag trekken van het hyoidbeen
• Controleren of beperken zij de opwaartse beweging van het tongbeen
• Tijdens slikken en spreken doen ze het tongbeen en de larynx dalen
o Spelen dus rol met suprahyoïdale spieren bij de controle van posities van tong,
tongbeen en onderkaak
• Musculus sternohyoideus:
o Doet larynx dalen
• Musculus sternothyroideus:
o Trekt aan het thyroidbeen en via de
ligamentaire verbindingen ook de
larynx en het os hyoideum naar
omlaag
• Innervatie:
o Door 1ste, 2de en 3de cervicale zenuw
via de n. XII en de ansa cervicalis
Fysiologie van het Orofaciale Systeem bij de Voedselinname