KT5 Onderzoekend handelen Ines
- False consensus effect: De neiging om je eigen mening/visie of overtuigingen
meer waarde te geven dan de werkelijkheid
Brain en mind
- Brain= orgaan
- Mind= niet aan te wijzen
Verschil brain en mind: alles wat tastbaar is (brain) organen van de hersenen. En
mind is alles wat niet tastbaar is en wat je denkt, herinneringen.
Bijvangst:
Een bepaalde gedachte die spontaan in je opkomt, die niet altijd logisch is.
Bijv. heb ik de deur eigenlijk wel op slot gedaan, gas uitgezet
Bias= vertekening dat je conclusie word beïnvloed door niet relevante zaken van
buitenaf.
Denken in de hersenen kan met 2 systemen:
- Systeem 1= snel denken
Werkt automatisch en snel op basis van indrukken, ingevingen, intensies en
gevoelens. Het gebruiken van systeem 1 kost weinig inspanning en kan
moeilijk onder controle gehouden worden.
- Systeem 2= langzaam denken
Zorgt voor bewuste aandacht voor mentale inspanning, het rationele. Dit kost
energie en word gebruikt om indrukken van systeem 1 te onderdrukken wat
zorgt voor zelfbeheersing.
Drie denkvormen:
Technisch analytisch denken:
= het systematisch ontleden van een complex probleem. (kritisch denken)
duidelijk onderscheid maken tussen hoofd en bijzaken.
Empatisch denken/empatisch vermogen:
= vermogen om je in te leven in de gevoelens of gedachtegang van anderen.
(inlevingsvermogen)
Irrationeel denken:
= denkproces waarbij het individu rede en logica volledig negeert ten gunste
van emotie. Heel heftig reageren en niet nadenken. Haalt zichzelf naar
beneden.
, - Priming= een manier waarop ons gedrag word beïnvloed door de omgeving
waarin we ons bevinden. Woorden, geuren en beelden bepaald gedrag
kunnen activeren.
Vb.: in de wachtkamer zitten zoveel bejaarden, het lijkt wel een bejaardenhuis.
Ik voel me meteen oud.
Cognitieve illusie= een of meerdere situaties waarin we ten onrechte blind
vertrouwen op wat we denken te weten.
Drogredenering= een reden of redenering die niet klopt maar wel aannemelijk
lijkt.
Verschillende drogredeneringen herkennen:
- Onjuist oorzaak- gevolg relatie:
Er word gedaan alsof er een verband is tussen de oorzaak en het gevolg van
iets, terwijl er geen verband is tussen die twee.
Vb.: scheiden van ouders leiden tot kinderen met overgewicht. Dit heeft niks
met elkaar te maken.
- Vals dilemma:
Kiezen tussen twee opties terwijl er ook nog meerdere mogelijkheden zijn.
Vb.: of we gaan bezuinigen op kwaliteit zorg of op de uitjes van de bewoners.
- Onterecht beroep op autoriteit:
Ten onrechte iemand geloven die een bepaalde autoriteit heeft.
Vb.: in een reclame droeg een man een doktersjas dus het middel werd meer
verkocht. Iedereen denkt dat hij een dokter is dus het middel erg goed is.
- Overhaaste generalisatie:
Een algemene uitspraak doen over een groep of fenomeen op basis van
slechts een of enkele waarnemingen.
Vb.: mijn tante laat haar tieners altijd Redbull drinken, dus alle tieners drinken
dagelijks Redbull.
- False consensus effect: De neiging om je eigen mening/visie of overtuigingen
meer waarde te geven dan de werkelijkheid
Brain en mind
- Brain= orgaan
- Mind= niet aan te wijzen
Verschil brain en mind: alles wat tastbaar is (brain) organen van de hersenen. En
mind is alles wat niet tastbaar is en wat je denkt, herinneringen.
Bijvangst:
Een bepaalde gedachte die spontaan in je opkomt, die niet altijd logisch is.
Bijv. heb ik de deur eigenlijk wel op slot gedaan, gas uitgezet
Bias= vertekening dat je conclusie word beïnvloed door niet relevante zaken van
buitenaf.
Denken in de hersenen kan met 2 systemen:
- Systeem 1= snel denken
Werkt automatisch en snel op basis van indrukken, ingevingen, intensies en
gevoelens. Het gebruiken van systeem 1 kost weinig inspanning en kan
moeilijk onder controle gehouden worden.
- Systeem 2= langzaam denken
Zorgt voor bewuste aandacht voor mentale inspanning, het rationele. Dit kost
energie en word gebruikt om indrukken van systeem 1 te onderdrukken wat
zorgt voor zelfbeheersing.
Drie denkvormen:
Technisch analytisch denken:
= het systematisch ontleden van een complex probleem. (kritisch denken)
duidelijk onderscheid maken tussen hoofd en bijzaken.
Empatisch denken/empatisch vermogen:
= vermogen om je in te leven in de gevoelens of gedachtegang van anderen.
(inlevingsvermogen)
Irrationeel denken:
= denkproces waarbij het individu rede en logica volledig negeert ten gunste
van emotie. Heel heftig reageren en niet nadenken. Haalt zichzelf naar
beneden.
, - Priming= een manier waarop ons gedrag word beïnvloed door de omgeving
waarin we ons bevinden. Woorden, geuren en beelden bepaald gedrag
kunnen activeren.
Vb.: in de wachtkamer zitten zoveel bejaarden, het lijkt wel een bejaardenhuis.
Ik voel me meteen oud.
Cognitieve illusie= een of meerdere situaties waarin we ten onrechte blind
vertrouwen op wat we denken te weten.
Drogredenering= een reden of redenering die niet klopt maar wel aannemelijk
lijkt.
Verschillende drogredeneringen herkennen:
- Onjuist oorzaak- gevolg relatie:
Er word gedaan alsof er een verband is tussen de oorzaak en het gevolg van
iets, terwijl er geen verband is tussen die twee.
Vb.: scheiden van ouders leiden tot kinderen met overgewicht. Dit heeft niks
met elkaar te maken.
- Vals dilemma:
Kiezen tussen twee opties terwijl er ook nog meerdere mogelijkheden zijn.
Vb.: of we gaan bezuinigen op kwaliteit zorg of op de uitjes van de bewoners.
- Onterecht beroep op autoriteit:
Ten onrechte iemand geloven die een bepaalde autoriteit heeft.
Vb.: in een reclame droeg een man een doktersjas dus het middel werd meer
verkocht. Iedereen denkt dat hij een dokter is dus het middel erg goed is.
- Overhaaste generalisatie:
Een algemene uitspraak doen over een groep of fenomeen op basis van
slechts een of enkele waarnemingen.
Vb.: mijn tante laat haar tieners altijd Redbull drinken, dus alle tieners drinken
dagelijks Redbull.