Week 1
Uurtarief= productieve uren: personeelskosten
Variabel: kan veranderen als de productie stijgt.
Constant: veranderen niet als de productie stijgt.
Direct: heft relatie met de product of dienst.
Indirect: heeft geen relatie met de product of dienst.
Loonkosten= bruto + vakantietoeslag + uitkering
Kosten arbeid:
- vakantiegeld, eindejaarsuitkering
- premies
- werkgeversheffing
- overige kosten
Personeelskosten per uur= kosten arbeid : productieve uren
Kosten grondstoffen en hulpstoffen
Afval: netto= bruto (100%) - afval
Uitval: afgekeurde producten
Gereed producten - goedkeurde producten = afval
Stap 1) netto → bruto (werk met 100)
bruto - afval= netto x kosten grondstof= aantal kosten
Stap 2) Afval verwerken
Afval= netto - bruto
Afval x prijs = opbrengst
Stap 1 - stap 2 (kosten - opbrengst afval)
Stap 3) Overige kosten
Loonkosten + overige kosten (= voor 100 ongekende producten)
Staf 4) Uitval verwerken
Gegeven % is van 100 producten= de opbrengst
Kosten x goedgekeurde producten : hoeveelheid goedgekeurde producten
Afschrijving lineair: A-R/N aanschafwaarde-restwaarde/levensduur
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen: A+R/2x…%
Complementaire kosten: alle kosten die geen afschrijving of ingecalculeerde rente zijn
(belasting, verzekering, benzine).
Afschrijving van panden is gebonden aan regels.
- besloten vennootschap= 100% afschrijven van de bodemwaarde
- eenmanszaak= afschrijven 50%
- Belegerspanden= 100%
Uurtarief= productieve uren: personeelskosten
Variabel: kan veranderen als de productie stijgt.
Constant: veranderen niet als de productie stijgt.
Direct: heft relatie met de product of dienst.
Indirect: heeft geen relatie met de product of dienst.
Loonkosten= bruto + vakantietoeslag + uitkering
Kosten arbeid:
- vakantiegeld, eindejaarsuitkering
- premies
- werkgeversheffing
- overige kosten
Personeelskosten per uur= kosten arbeid : productieve uren
Kosten grondstoffen en hulpstoffen
Afval: netto= bruto (100%) - afval
Uitval: afgekeurde producten
Gereed producten - goedkeurde producten = afval
Stap 1) netto → bruto (werk met 100)
bruto - afval= netto x kosten grondstof= aantal kosten
Stap 2) Afval verwerken
Afval= netto - bruto
Afval x prijs = opbrengst
Stap 1 - stap 2 (kosten - opbrengst afval)
Stap 3) Overige kosten
Loonkosten + overige kosten (= voor 100 ongekende producten)
Staf 4) Uitval verwerken
Gegeven % is van 100 producten= de opbrengst
Kosten x goedgekeurde producten : hoeveelheid goedgekeurde producten
Afschrijving lineair: A-R/N aanschafwaarde-restwaarde/levensduur
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen: A+R/2x…%
Complementaire kosten: alle kosten die geen afschrijving of ingecalculeerde rente zijn
(belasting, verzekering, benzine).
Afschrijving van panden is gebonden aan regels.
- besloten vennootschap= 100% afschrijven van de bodemwaarde
- eenmanszaak= afschrijven 50%
- Belegerspanden= 100%