100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting kennisclips module 0 t/m 5 'Beschrijvende en inferentiële statistiek'

Rating
-
Sold
-
Pages
60
Uploaded on
22-02-2022
Written in
2021/2022

De volgende kennisclips zijn samengevat: 0.1: Introductie 0.1 Inleiding - Waar gaat de cursus over? 0.2: Statistische concepten 1.1 Data beschrijven 1.1.1. Tabellen 1.1.2 Grafieken 1.2 Maten van centraliteit 1.2.1 Modus, mediaan en gemiddelde 1.3 Maten van variantie 1.3.1 Bereik, interkwartielafstand en boxplot 1.3.2 Variantie en standaarddeviatie 1.3.3 Z-scores 2.1 Samenhang tussen categorische variabelen 2.1.1 Een kruistabel (contingency table) 2. 1. 2 Kruistabellen en spreidingsdiagrammen (scatterplot) 2.2 Samenhang tussen categorische variabelen 2.2.1 De correlatiecoëfficiënt 2.3 De regressielijn 2.3.1 De regressielijn vinden 2.3.2 De regressielijn beschrijven 2.3.3 Hoe goed past de regressielijn op data? 2.4 Het toepassen van correlatie en regressie 2.4.1 Hoe correlatie en regressie (niet) toe te passen 2.4.2 Correlatie is geen causatie 3 Betrouwbaarheidsanalyse 3.1 Introductie 3.2 Cronbach’s alfa 3.2.1 Wat is Cronbach’s alfa en hoe bereken je dit? 3.2.2 Handmatige berekening (Cronbach’s alpha) 3.2.3 Hoe kun je Cronbach’s alfa verhogen? 3.2.4 Conclusie betrouwbaarheidsanalyse 3.3 Een schaal maken 3.3.1 Een schaal maken met ‘Compute’ 3.4 (plus) Factoranalyse als deel van schaalconstructie 3.4.1 Factoranalyse als onderdeel van schaalconstructie 3.4.2 Stappen: bekijk de correlatiematrix 3.5 (plus) De factoranalyse in SPSS 3.5.1 Voorbeeld factor analyse in SPSS 3.6 (plus): conclusie factoranalyse: hoe nu verder? 4.1 De normaalverdeling 4.2 Kansen voor klokvormige verdelingen 4.2.1 De normaalverdeling: kansberekening 4.2.1 De standaard normaalverdeling 5.1 De normaalverdeling 5.1.1 Steekproef en populatie 5.2 De steekproefverdeling 5.2.1 Steekproefverdelingen rond een populatiegemiddelde 5.2.2 Nogmaals: steekproefverdelingen rond een populatiegemiddelde 5.2.3 Steekproevenverdelingen rond een populatieproportie 5.3 Eigenschappen van de steekproevenverdeling 5.3.1 De centrale limietstelling 5.3.2. Voorbeeld: De centrale limietstelling toegepast bij een steekproevenverdeling van een proportie. 5.4 Waarschuwing: gerandomiseerde steekproeven 5.4.1 Steekproeftrekking

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 22, 2022
File latest updated on
February 22, 2022
Number of pages
60
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

STATISTIEK KENNISCLIPS
0.1: Introductie
0.1 Inleiding - Waar gaat de cursus over?
Statistiek gaat over de methoden om gegevens (data) te verzamelen, bewerken,
interpreteren en presenteren.
● Doel: door middel van data kennis vergaren over de wereld om ons heen.

Twee soorten statistiek
1. Beschrijvende statistiek: samenvatting van de verkregen data (Gemiddelde,
antwoorden, bijvoorbeeld opiniepeiling)
2. Inferentiële statistiek: uitspraken en voorspellingen doen over hele populatie op
basis van de verkregen data, ofwel de steekproef. (Wat kan ik met mijn onderzoek
met 10 studenten, zeggen over alle studenten?) → infer: concluderen uit/ opmaken
uit.

Voorbeeld beschrijvende statistiek




Voorbeeld inferentiële statistiek
● Is dit verschil significant?
● Wat is op basis van deze steekproef een plausibele populatieparameter voor alle
oudere werknemers?

0.2: Statistische concepten

1. Hoe zien kwantitatieve data eruit?
● Variabelen → kenmerken van iets of iemand, het moet variëren.
○ Voorbeeld: kleur haar, leeftijd, gewicht.
● Cases → mensen of dingen
○ Voorbeeld: kappers, boeken, voetbalspelers, teams
● Constant → wanneer er in de kenmerken geen variatie is.
○ Voorbeeld: de voetbalclubs komen allemaal uit Spanje.

Categoriale variabelen
Nominale variabele = verschillende categorieën, zonder volgorde
● Bijvoorbeeld nationaliteit (Spaans, Mexicaans, Zweeds), dit verschilt van elkaar, maar
de volgorde van de nationaliteiten doet er niet toe.

Ordinale variabele = verschillende categorieën en volgorde.
● Bijvoorbeeld de volgorde voetbalwedstrijd: je hebt een eerste, tweede, derde plaats.
Maar je weet niet hoeveel de eerste en tweede van elkaar verschillen.




1

,Kwantitatieve variabelen
Het onderscheid tussen interval en ratio is in deze cursus niet erg belangrijk.

Interval niveau = verschillende categorieën, verschillende volgorde, vergelijkbare intervallen
tussen de categorieën.
● Voorbeeld: leeftijd spelers → Speler 1 (18) en speler 2 (16). We kunnen nu zeggen:
○ Ze verschillen twee jaar
○ Speler 1 is ouder
○ Het verschil tussen speler 1 (18) en speler 2 (16) is gelijk aan spelers die 14 en
spelers die 12 zijn.
● Voorbeeld: Een beter voorbeeld van een interval variabele (in plaats van leeftijd) is
temperatuur. Een tip om te onthouden of er sprake is van een betekenisvol nulpunt:
als het gisteren 10 graden Celsius was en vandaag 20 graden is, kun je dan zeggen
dat het buiten "twee keer zo warm" is? (10 * 2 = 20).Nee, want als we dit zouden
omrekenen naar graden Fahrenheit (deze schaal heeft een ander nulpunt), dan is er
slechts een temperatuurstijging van 50°F naar 68°F.

Rationiveau = verschillende categorieën, verschillende volgorde, vergelijkbare intervallen
tussen de categorieën, nulpunt heeft betekenis.
● Voorbeeld: lengte in cm van speler. Een lengte van 0 cm betekent dat er geen lengte
is.
● In tegenstelling zullen veel andere docenten leeftijd gewoon een ratio variabele
noemen ipv interval. Als je bijvoorbeeld iemand van 2 jaar oud vergelijkt met iemand
van 1 jaar, zullen de meeste mensen zeggen dat deze persoon "twee keer zo oud is".
Tenzij je de filosofische vraag opwerpt wat eigenlijk precies het nulpunt is van
"leven". Je zou ook -9 maanden als nulpunt kunnen kiezen. Maar dan geldt dus niet
meer dat iemand van 2 jaar (nieuwe score van leeftijd wordt dan: 2 jaar + 9
maanden) twee keer zo oud is als iemand van 1 jaar (nieuwe score wordt dan: 1 jaar
+ 9 maanden)!

Kwantitatieve variabelen kunnen discreet of continu zijn:
Discreet = als het mogelijk is dat categorieën een set aparte nummers vormen
● Voorbeeld: Het aantal gescoorde doelpunten door een speler (hele getallen: 1/2/3)
Continu= als het mogelijk is dat de waarden een interval vormen
● Voorbeeld: lengte van een persoon (getal achter de komma: 170,83/169,91)




2

,1.1 Data beschrijven
1.1.1. Tabellen
Data → om het te ordenen kan je het in een datamatrix zetten. Datamatrix is het
kernelement van elke statische studies. De getallen noemen we observaties.




Een frequentietabel laat zien hoe de waarden van een variabel zijn verdeeld over de cases.
● Een lijst met alle mogelijke waarden. Dit is een getal.

Cumulatieve percentage = opgetelde procentuele getallen. Zie onderstaand voorbeeld
(rechterkolom):




Intervals = grotere groepen om data overzichtelijke te maken. Bijvoorbeeld: 30- 40 jaar i.p.v.
30,31,32, etc.. Hercoderen van kwantitatieve variabele naar ordinale variabele.
● Let op: andersom is dit niet mogelijk.

Samenvatting:
Je gebruikt een datamatrix als de bron van al je statistische analyses. Het is het overzicht van
je data. Echter, als je bevindingen wil presenteren aan anderen, dan maakt je gebruik van
samenvattingen van je data. Een goede manier om samen te vatten is het maken van een
frequentietabel. Als het nodig is, kun je kwantitatieve variabelen hercoderen in ordinale.

1.1.2 Grafieken
Categorische (/nominale) variabele
Cirkeldiagram = de categorieën van de variabele die je wilt samenvatten in punten
van een taart. De punten zijn het percentages aan observaties in elke categorie.
● Voordeel: je ziet meteen het procentuele aandeel.
● Nadeel: het exacte aantal kan je niet aflezen.

Staafdiagram = de hoogte van de staven staat voor een percentages observaties
van elke categorie.
● Voordeel: je kan meteen het exacte aandeel aflezen, soms handiger
naarmate het aantal categorieën in een variabele toeneemt.
● Nadeel: je kan het procentuele aandeel niet aflezen.




3

, Kwantitatief:
Dotplot = handig wanneer je maar een paar observaties hebt.
● De horizontale lijn: mogelijke waarden in gelijke intervallen.
● De verticale lijn: voor elke observatie plaats je een punt op de
horizontale lijn.

Histogram = handig wanneer je meerdere observaties hebt. Met een histogram
maak je gebruik van staven, deze staven raken elkaar aan. Dit staat voor dat de
waarden van interval ratio variabele een onderliggende continue schaal
representeren.
● Voorbeeld we hebben gewicht van verschillende spelers: 82,5 en 84,7 en
86,8. Je kan dan intervallen maken, dat zijn in dit geval kleine reeksen aan
kg, voorbeeld: 80 - 85, 85 - 90. Je zet dan tussen deze reeksen het midden in van de
reeks, dus in het geval van 80 - 85 zet je neer: 82,5. Belangrijk is dat de intervallen
altijd dezelfde grootte moeten hebben.

Verschillende vormen histogrammen:




Klokvorm - unimodel Twee pieken (bv. Kinderen en ouders leeftijd) -bimodal




Skew to the left Skew to the right (bv: verdeeldheid salaris)

Samenvatting:
Het is altijd een goed idee om je data samen te vatten in grafieken. Als we met een nominale
of ordinale variabele werken, dan maak je een cirkeldiagram of staafdiagram. Werk je met
interval ratio variabele, dan gebruik je histogram. Kijk naar de vorm of je histogram.
(unimodal/ bimodal/ Skew to the left/ Skew to the right)




4

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
amberengelbracht Hogeschool van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
117
Member since
7 year
Number of followers
110
Documents
15
Last sold
3 year ago

3.5

19 reviews

5
2
4
7
3
9
2
0
1
1

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions