Stofwisseling &
Endocrinologie
,Door: MvdM
Th 0: Metabolica-herhaling
Herhaling energiebronnen
Het lichaam heeft diverse energiebronnen die elk op een andere manier kunnen worden ingezet/ bewerkt. ATP is de
energiebron van de cel. ATP-vorming is gekoppeld aan de oxidatie van koolstoffen met O2.
De drie hoofd-energiebronnen zijn:
1) Vetzuren
▪ Synthese uit: Glucose en aminozuren
▪ Bron voor: X
o Voeding: Vet
o Opslag : TAG
2) Koolhydraten
▪ Synthese uit: Glycogene aminozuren (ketogene AZ’en niet)
▪ Bron voor: Vetzuren & aminozuren
o Voeding: Zetmeel
o Opslag : Glycogeen
3) Aminozuren
▪ Synthese uit: Glucose
- Alleen synthese van niet-essentiële aminozuren
- N-groep moet worden toegevoegd
▪ Bron voor: Glucose & vetzuren
- Verlies van N-groep
o Voeding: Eiwit
o Opslag : Eiwit
Herhaling basis van metabole kaart:
Leren van de kaart:
- Namen van metabole routes
- Namen van enzymen
- Regulering van enzymen en paden
o Vet (TAG) → Vetzuur = Lipolyse
o Vetzuur → Vet (TAG) = TAG-synthese
o Acetyl-CoA → Vetzuur = Lipogenese
o Vetzuur → Acetyl-CoA = Beta-oxidatie
o Pyruvaat → Glucose = Gluconeogenese
o Glucose → Pyruvaat = Glycolyse
o Acetyl-CoA & meer → NADH/FADH2 = Krebscyclus
o NADH/FADH2 → ATP = Oxidatieve fosforylering
2
,Door: MvdM
Naamgeving enzymen
A. Dehydrogenase:
▪ Oxideert substraat: haalt er een H+ /elektron vanaf
▪ Naamgeving: naar substraat aan de kant met NAD+, FAD of NADP+
- Bv: Lactaat-dehydrogenase (LDH) vs pyruvaat-dehydrogenase (PDH)
Pyruvaat-DH : oxidatie van pyruvaat naar Acetyl-CoA
Lactaat-DH: oxidatie van lactaat naar pyruvaat
- Verder nog: isocitraat-DH, a-ketogluteraat-DH, succinaat-DH
B. Carboxylase:
▪ Carboxyleert substraat: Zet een -COO aan substraat m.b.v. CO2
▪ Naam van substraat aan de kant waar -COO aan wordt geplakt
- Bv: Pyruvaat-carboxylase (PC)
- Bv. Acetyl-CoA-Carboxylase (ACC)
∗ Uitzondering: PEP-carboxy-kinase
C. Kinase
▪ Fosforyleert substraat Zet een -P-groep aan het substraat
▪ Naam van substraat aan de kant waar ATP bij staat
- Bv: Hexokinase (HK)
- Pyruvaat kinase (PK)
D. Fosfatase:
▪ Defosforyleert substraat: Haalt een -P-groep
van het substraat
▪ Naam van substraat zonder fosfaat
- Bv: Glucose-6-fosfatase
- Fructose-1,6-bisfosfatase
3
, Door: MvdM
Th 1: Koolhydraatmetabolisme
Belangrijke vragen:
Hoe ‘WEET’ een cel wanneer hij glucose uit het bloed mag opnemen en glycogeen mag opslaan?
Hoe ‘WEET’ je pancreas wanneer er insuline uitgescheiden moet worden?
Hoe wordt geregeld dat een levercel niet tegelijkertijd glucose gaat afbreken en opslaan?
Regulering van het KH-metabolisme: overzicht
De lever en het vetweefsel zijn de belangrijkste organen voor de glucostase en homeostase.
▷ Lever:
a) Glycogenese
b) TAG-productie en -export
c) Gluconeogenese uit lactaat, (glucogene) AZ, glycerol
d) Ketonlichamen
- Alleen in de lever, maar bij herkauwer ook in penswand
▷ Vetweefsel:
a) Afgifte van VVZ > regulatie van VZ-oxidatie, ketonlichaammetabolisme en glucoseverbruik
Metabolisme wordt op drie mogelijke manieren gereguleerd:
1. Hoeveelheid enzymen: door synthese (gentranscriptie) en afbraak
2. Activiteit van de enzymen: door allostere interacties (bv feedback)
door covalente modificatie (conformatieverandering / zoals (de)fosf.)
- Onder invloed van: hormonen, [ATP]
3. Beschikbaarheid van substraat door compartimenten (VZ in mito = oxidatie vs VZ in cyto = synthese)
◼ Metabole mogelijkheden voor glucose
1. Glycolyse , KC, oxfos → ‘energie’ productie
2. PPP → NADPH + ribose-5-P
- NADPH is nodig voor de lipogenese (vetzuursynthese)
- Ribose-5-P is nodig voor de vorming van RNA en DNA
3. Opslag voor “slechte tijden”
a. Glycogeen in de lever en spier
b. Vet (via Acetyl-CoA vetzuren (NADPH nodig) TAG)
Welk pad zou handig zijn bij een hoge [glucose] in het bloed?
- Opname uit het bloed
- Gebruik voor energie
- Opslag voor later gebruik
➔ Het verschilt per orgaan!
4