Samenvatting Natuurkunde
Hoofdstuk 11
Paragraaf 1
Statische elektriciteit = Elektronische lading op een persoon of ding. Kan
opgewekt worden door wrijving. Er ontstaat dan een overdracht van negatieve
elektronen van het ene atoom naar de andere.
Molecuul bestaat uit atomen. De kern van een atoom bestaan uit protonen,
positief geladen deeltjes. Deze kunnen niet bewegen, blijven op hun plek.
Neutronen zijn ongeladen deeltjes, zitten in de kern en zorgen dat de protonen
bij elkaar blijven. Elektronen zijn negatief geladen deeltjes om de kern heen.
De lading geef je weer met het symbool q (of Q), eenheid coulomb (C).
Geleiders (Metalen) Elektronen bewegen vrij rond.
Isolatoren Elektronen blijven rond hun kern bewegen.
Elektrische influentie = het verschuiven van lading in een voorwerp. Neutrale voorwerpen
kunnen hierdoor aangetrokken worden door geladen voorwerpen.
Elektroscoop = apparaat waarmee je kunt zien dat een voorwerp geladen is.
Wet van coulomb:
Fel Elektrische kracht die op de landingen werkt Newton (N)
f De constante in de wet van Coulomb 8,99x109 Nm2C-2
q De grootte van de ene lading Coulomb (C)
Q De grootte van de andere landing Coulomb (C)
r De afstand tussen de middens van de twee ladingen Meter (m)
De kracht die ladingen op elkaar uitoefenen (aantrekken/ afstoten) is afhankelijk van:
Onderlinge afstand
De lading van het deeltje.
Paragraaf 2
Elektrisch veld = het gebied waarin de elektrische kracht werkt. De veldlijnen geven de
richting van de elektrische kracht op een positieve lading aan. (AFSPRAAK!)
Het veld gaat altijd van + naar -.
Het veld wordt aangegeven met een pijl, hoe meer hoe krachtiger.
Veldlijnen staan loodrecht op het oppervlak!
Homogeen veld betekent dat het veld overal even sterk is en overal
dezelfde richting. Rond een bolvormig voorwerp heerst een radiaal
veld. Daar lopen de veldlijnen naar buiten toe. In het midden lopen de
veldlijnen dicht bij elkaar. daar is het veld het sterkst.
Hoofdstuk 11
Paragraaf 1
Statische elektriciteit = Elektronische lading op een persoon of ding. Kan
opgewekt worden door wrijving. Er ontstaat dan een overdracht van negatieve
elektronen van het ene atoom naar de andere.
Molecuul bestaat uit atomen. De kern van een atoom bestaan uit protonen,
positief geladen deeltjes. Deze kunnen niet bewegen, blijven op hun plek.
Neutronen zijn ongeladen deeltjes, zitten in de kern en zorgen dat de protonen
bij elkaar blijven. Elektronen zijn negatief geladen deeltjes om de kern heen.
De lading geef je weer met het symbool q (of Q), eenheid coulomb (C).
Geleiders (Metalen) Elektronen bewegen vrij rond.
Isolatoren Elektronen blijven rond hun kern bewegen.
Elektrische influentie = het verschuiven van lading in een voorwerp. Neutrale voorwerpen
kunnen hierdoor aangetrokken worden door geladen voorwerpen.
Elektroscoop = apparaat waarmee je kunt zien dat een voorwerp geladen is.
Wet van coulomb:
Fel Elektrische kracht die op de landingen werkt Newton (N)
f De constante in de wet van Coulomb 8,99x109 Nm2C-2
q De grootte van de ene lading Coulomb (C)
Q De grootte van de andere landing Coulomb (C)
r De afstand tussen de middens van de twee ladingen Meter (m)
De kracht die ladingen op elkaar uitoefenen (aantrekken/ afstoten) is afhankelijk van:
Onderlinge afstand
De lading van het deeltje.
Paragraaf 2
Elektrisch veld = het gebied waarin de elektrische kracht werkt. De veldlijnen geven de
richting van de elektrische kracht op een positieve lading aan. (AFSPRAAK!)
Het veld gaat altijd van + naar -.
Het veld wordt aangegeven met een pijl, hoe meer hoe krachtiger.
Veldlijnen staan loodrecht op het oppervlak!
Homogeen veld betekent dat het veld overal even sterk is en overal
dezelfde richting. Rond een bolvormig voorwerp heerst een radiaal
veld. Daar lopen de veldlijnen naar buiten toe. In het midden lopen de
veldlijnen dicht bij elkaar. daar is het veld het sterkst.