1. Inleiding atherosclerose
- Samenspel van risicofactoren
- Verloop:
o Chronisch: stenose
▪ Uit zich in stabiele klachten: stabiele angor, stabiele claudicatio
o Acuut: trombus op onstabiele plaque
▪ Acute klachten: acuut coronair syndroom, beroerte
ONDERZOEK PERIFEER ARTERIEEL LIJDEN
2. Enkel arm index
- EAI = systolische BD thv enkel / systolische BD thv arm
o Enkel: tibialis post of ant
o Systolische drukken meten met doppler
- Interpretatie
o >0,90: normaal
▪ Want systolische enkeldruk = systolische armdruk (EAI = 1) = normaal
o 0,51-0,90: matig tot gemiddeld perifeer vaatlijden
▪ Beginnende slagaderobstructie:
• Enkeldruk rust: kan normaal zijn
o Bij inspanning: ↓ enkeldruk
o 0-0,50: ernstig perifeer vaatlijden
▪ Enkeldruk in rust ↓
▪ Bv. claudicatio: rustindex vaak ≤ 0,7
▪ Bv. ischemische rustpijn: enkeldruk vaak ≤ 50 mmHg
- DD neurogene claudicatio
o Meet EAI in rust, laat mensen stappen, meet EAI opnieuw vanaf last bij stappen
▪ Neurogene claudicatio: EAI daalt niet na inspanning
- Beperkingen
o Obstructie van 1 parallelle slagader: geen drukdaling aan enkel
o Geïsoleerde obstructie van voetslagaders: geen drukdaling aan enkel
o Gemeten enkeldruk vals verhoogd bij verharde, niet-samendrukbare slagaders
▪ Bv. diabetes (enkeldruk vaak 3x hoger dan armdruk)
• Nuttige info maar niet betrouwbaar voor diagnose
atherosclerose
a. DOPPLER
- Detectie flow
o Is er een signaal (= bloedstroom)?
o Sensor: bepaling systolische druk
- Snelheid van RBC
o Flowsnelheid + flowspectrum (gestroomlijnd vs. turbulent)
▪ Bepaling stenosegraad
1
, Prognose na 10j = prognose van
kanker
Hoger cardiovasculair risico
Vaak: iets dikkere patiënten,
diabetes, rokers
3. Duplex slagader
- Echo + dopplersignaal
o Echo:
▪ Identificatie bloedvat
▪ Meten wanddikte
▪ Opsporen wanddikte
▪ Opsporen vaatletsels
▪ Richten van doppler
→ morfologische-anatomische info
o Doppler: snelheid RBC
▪ Stenosegraad bepalen
• Flow ter hoogte van stenose neemt fors toe
o Hoe kleiner opening, des te groter flowsnelheid ter
hoogte van opening
→ hemodynamische info
4. angioCT, angioMRI, angiografie
5. tcpO2 (transcutane pO2)
- O2-gevoelige elektrode op huid
- Meet overmaat zuurstofmoleculen die doorheen huid diffunderen tijdens
maximale lokale hyperemie
- Percutaan gemeten pO2 = 20 mmHg lager dan arterieel gemeten pO2
- Enkel ↓ TcpO2 in rust indien ernstige ischemie
o Dus enkel zinvol bij rustpijn en/of huidletsels
- TcpO2 < 20 mmHg: weinig kans op spontane heling huidletsels
- Doel: bepalen van amputatieniveau of leefbaarheid van huid rond ulcus
ONDERZOEK VENEUZE INSUFFICIËNTIE
- Opsporen reflux aan juncties van beide v. saphena (tijdens Valsalva)
- Opsporen reflux in diepe aders (tijdens Valsalva)
- Opsporen insufficiënte v. perforantes
- Opsporen oppervlakkige tromboflebitis
2
, DUPLEX HALSSLAGADERS
- Anatomisch-morfologische informatie
o Identificatie slagader
o Beoordelen wand: dikte, letsels
- Hemodynamische informatie (snelheid RBC & flowspectrum): bepalen stenosegraad
- Wordt momenteel vervangen door CT: beoordelen halsslagaders + intracraniële vaten +
hersenen
AANDOENINGEN VAN MICROCIRCULATIE
- Capillaroscoop
o Microscoop met koude lichtbron
o Vergroting 10-50x
o Morfologie van capillairen beoordelen
o Snelheid van capillairen meten
o Thv nagelbed vingers/tenen
o Geen afwijkingen bij functionele afwijkingen
Vaatlabo: toestellen
- Ultratonentoestellen (doppler, echo, duplex)
- pO2-meter
- Microscoop (capillaroscoop)
Onderzoeken bij:
- Perifeer arterieel vaatlijden
- Extracranieel vaatlijden
- Vasospastische aandoeningen
- Veneuze trombose
- Veneuze insufficiëntie
3