TESTVRAGEN – ANTWOORDEN
1/ Welke aansprakelijkheden zijn verzekerbaar :
A. Alle mogelijke aansprakelijkheden
B. Zowel morele, burgerlijke als strafrechtelijke aansprakelijkheden
C. Zowel morele als burgerlijke aansprakelijkheden
D. Enkel burgerlijke aansprakelijkheden
2/ Bij een aansprakelijkheidsverzekering moet de benadeelde altijd volgende elementen bewijzen :
A. Fout in hoofde van de aansprakelijke partij
B. De opgelopen schade in hoofde van de benadeelde partij
C. De fout in hoofde van de aansprakelijke partij, de opgelopen schade in hoofde van de
benadeelde partij en het verband tussen beiden.
3/ Contractuele aansprakelijkheid ontstaat wanneer een overeenkomst
A. Niet wordt uitgevoerd
B. Gedeeltelijk wordt uitgevoerd
C. Slecht wordt uitgevoerd
D. Te laat wordt uitgevoerd
4/ Contractuele aansprakelijkheid is van toepassing op volgende contracten :
A. Resultaatsverbintenissen en middelenverbintenissen
B. Schriftelijke en mondelinge contracten
C. Benoemde en niet-benoemde contracten
D. Alle contracten of verbintenissen in welke vorm ook
5/ Bij extra-contractuele aansprakelijkheid berust de vergoedingsplicht bij :
A. Enkel bij de veroorzaker van de schade
B. Enkel bij diegene die er volgens de wet voor kan aangesproken worden
C. Zowel bij de veroorzaker en soms bij de niet-veroorzaker van de schade
6/ In art. 1385 BW komt de aansprakelijkheid van de bewaker van dieren ter sprake. Hieronder
verstaan we alleen :
A. De effectieve bewaker van dieren op het ogenblik van de schade
B. De eigenaar van de dieren op het ogenblik van de schade
C. Beiden
7/ Bij objectieve aansprakelijkheid moet door de benadeelde volgende elementen bewezen worden :
A. Schade
B. Schade en fout
C. Schade, fout en oorzakelijk verband