Hoofdstuk 3 – Nederland (1948 – 2008)
Paragraaf 3.1:
1) Je weet wat verzuiling is en je kunt dit herkennen in bronnen.
Verzuiling = bevolking werd verdeeld in vier levensbeschouwelijke
groepen die ‘zuilen’ genoemd werden. De vier zuilen waren:
katholieken, protestanten, socialisten en liberalen. Mensen leefden
in hun eigen wereld met scholen, sportclubs, kranten, vakbonden
en politieke partijen.
2) Je kent de veranderingen in de politiek van na de Tweede Wereldoorlog.
Nationaal:
Vóór de Tweede Wereldoorlog: Nederland werd geregeerd door confessionele kabinetten.
Confessionele partijen hebben het geloof als uitgangspunt en dan vooral het christendom.
Na de Tweede Wereldoorlog: rooms-rode kabinetten met de KVP en de PvdA aan de macht. Rooms-
rode kabinetten = Rooms-katholieke partijen werken samen met linkse partijen.
Internationaal:
- Nederland had geen neutrale positie meer. Nederland sloot zich aan bij de VS in de Koude Oorlog.
- Nederland trad toe tot de NAVO (in 1949)
- Nederland deed mee met de Europese samenwerking in de EGKS (vanaf 1952)
3) Je kent kenmerken van de welvaartsgroei van na de Tweede Wereldoorlog en kunt deze
welvaartsgroei verklaren.
De welvaartsgroei na de Tweede Wereldoorlog ontstond door:
Door de Marshallhulp werd de industrie weer opgebouwd.
Nederland had profijt van het Wirtschafswunder, doordat wij over een grote haven beschikken.
Door de geleide loonpolitiek (= Nederlandse regering bepaalt voor de arbeiders hoe hard de
lonen gaan stijgen. Ze hebben dus de controle op de groei van de lonen) waren Nederlandse
producten goedkoop en werd de export bevorderd.
De gasbel in Groningen zorgde voor nationaal inkomen.
4) Je weet wat een verzorgingsstaat is en kunt deze koppelen aan de welvaartsgroei.
Verzorgingsstaat = een staat die sociale voorzieningen zorgt voor het welzijn van de burgers.
De toenemende welvaart zorgde voor een uitbreiding van de verzorgingsstaat. Door de welvaart
konden de mensen nu belasting betalen wat weer bij kon dragen voor een betere verzorgingsstaat.
Door de wetten groeit de economische welvaart ook weer meer. Het is dus een vicieuze cirkel.
Kenmerken verzorgingsstaat:
Links: grote overheid
Rooms: katholieken wilden goed zijn voor de burgers
Verzorgingsstaat is een antwoord op de crisisjaren (’30). Deze crisisjaren hebben op politiek
opzicht gezorgd voor totalirisme (NSDAP en NSB). Dit wilde de overheid een tweede keer
voorkomen, dus ze hebben gezorgd voor een verzorgingsstaat.
Bijbehorende wetten: WW, AOW, Bijstand en WAO.
- Oorzaak van de komst van deze wetten: er werd niet meer veel op extreem rechts gestemd.