1 INLEIDING: Neo-klassiek, Barok of Pitturesque .................................................................................2
2 Competing Histories: Historicisme als internationaal fenomeen .......................................................3
2.1 Archeologische neo-classicisme ............................................................................................................ 3
2.1.1 Archeologische neo-classicisme: Engelland: Robert Adam .......................................................................................... 4
2.1.2 Archeologische neo-classicisme in Engelland: Adam vs neo-palladianisme ................................................................ 6
2.1.3 Radicaal Neo-Classicisme in Frankrijk .......................................................................................................................... 9
2.2 Grieks – gotisch structuralisme ........................................................................................................... 11
3 De esthetiek van het sublieme: Gothic Revival, Ruïne-esthetiek en de landschapstuin.....................13
3.1 Pitturesque: de geschilderde idylle ..................................................................................................... 14
4 De achttiende eeuw in de Oostenrijkse Nederlanden ......................................................................16
,Achttiende eeuw: de architectuur van het
Verlichtingsdenken
1 INLEIDING: Neo-klassiek, Barok of Pitturesque
Nauwelijks samenhangend beeld vd 18de eeuwse arch
Einde van het Ancien Régime (1789 – Franse Revolutie)
- Belangrijke pol omwentelingen → franse revolutie (= maatschappelijke omwenteling m andere
machthouders)
- Opkomst burgerij: nieuwe sociale klasse die ook pol rol speeelt
- Kerk en clerus niet meer alleszeggende
- Kerk adel en monarchie blijven wel bestaan maar krijgen concurenten die ook architecturale
opdrachten geven
- Arch w meer gezien als artistieke en wetenschappelijke discipline (geen andere doelen)
Evoluties van de 17de eeuw zetten zich verder
- Wet evoluties uit 17de eeeuw zetten zich voort in 18de eeuw
- Toenemend empirische benadering: architecturale object op zich beschouwen/ bestuderen (>
renaissance: theoretisering; construct/norm)
- Afstappen van norm, men reist meer: architectuurreis: objectgerichte studdie (theorie Vitrivius
niet opzij schuiven maar aannemen hoe ze is: het is EEN bron)
- Architectuurreis naar oa italtie maar ook buiten europa: klassieke arch is niet langer enige
referent → verbreding architecturale vb
- Groot publiek debat rond architecturale object zelf
- Scchoonheid (anciens et modernes): start in 17, ontpopt in 18
o Anciens: groep w kleineer
o Modernes: staan open voor vernieuwing, empirische benadering
Verlichtingsdenken
- Voor alles rationele verklaring zoeken
- → ontstaan eerste encyclopediën: veel delen (lemmas) v encycl gaat over architectuur →
vakjargon
- Diderot en d’Alembert
- Architectarcheologien: definiëren & documenteren
Arch productie: divers
- Rationele benadering
o VORMENTAAL
▪ Gestuurd door hernieuwde interesse in oorspronkelijke classisme (klassieke
vormentaal, maar niet beperkt tot Vitruvius of renaissance interpretatie v
Vitruvius)
▪ Niet alles forceren zodat alles binnen kader Vitruvius valt maar open blik
▪ Archeologische neoclassicisme
▪ Ook kijken naar andere oorsprongen
▪ Objectieve norm en arch canon loslaten
o FUNCTIE
▪ Essentie arch project
, ▪ Functionele programma = stabiele factor (terwijl bv decoratie/ ornament:
wisselvallig aan smaak en mode)
▪ Ornament weren
▪ Tot Functionele functie herleiden
▪ Radicaal:
▪ Stroming die sterk reageert tegen barok (absolutisme)
o CONSTRUCTIE
▪ Zoektocht naar de fundamenten van de Westerse bouwmethodes en hun evolutie /
transformatie
▪ > Norm (Grieks-Gotische Structuralisme)
▪ Constructieve fundamenten proberen begrijpen
▪ Vanuit deze zoektocht → appreciatie voor Gotiek
▪ Proberen Griekse en gotische elementen mengen
- Esthetische benadering
o Kunst en architectuur als object van esthetisch genoegen ipv als uitdrukking van politieke
/ religieuze ideologie
o Alexander Pope, Essay on Criticism, 1711: de schoonheid waaraan geen methode ten
grondslag ligt > norm
→ goede is ook subjectief
o Herbronning: nieuwe inspiratiebronnen:
▪ Pitturesque
• Geinspireerd door pictorale elementen arch (arch = beeldend vw)
▪ Primitivisme (exotisme)
• Op zoek nr oorsprong vanuit esthetische invalshoek (niet constructie): op
zoek nr diverse architectuur stijlen/ culturen
• Exotisme: niet enkel op westerse arch, ook oosters, afrikaans, islamitische
invloedssferen
▪ Ruïne-esthetiek
• Integreren v fragmenten v vervallen gebouwen in nieuwe geboouwen
• Interesse door zoektocht nr oorsprong: komt vaker in contact m ruines dan
m nieuwe gebouwen
• Arch w als monumentaal standvastig gezien: menselijke productie waarmee
men natuur kan overstijgen → ruïne esthetiek zet zich hier tegen (= arch is
tijdelijk, vergankelijk)
→ niet echt een onderscheid (rat – esth); opereren naast of met elkaar
2 Competing Histories: Historicisme als internationaal fenomeen
2.1 Archeologische neo-classicisme
• Historicisme als antwoord op de eisen van de Verlichting: reactie tegen ‘decadentie’ van de
Barok en het formalisme van Renaissance
• Beperkt zich niet tot Klassieke Oudheid en vormentaal
• Ontstaat vanuit fundamentele interesse arch object zelf → archeologisch correcte manier
• Arch eigen tijd niet meer legitimeren door koppeling aan Vitrivius, maar door getuigen v wet
kennis
• In ontwikkeling speelt Le Grand Tour (architectuurreis) fundamentele rol