Past simple
[B1] Je gebruikt de past simple om te zeggen dat iets in het verleden plaatsvond (‘toen’). Vaak staan
er woorden in de zin als yesterday, last week, a few days ago, in 2013, when I was young, enzovoort.
Hieruit blijkt dat het om een gebeurtenis uit het verleden gaat.
I worked in our office in Germany in 2016.
The queen visited our company yesterday.
Let op! In het Nederlands gebruik je vaak de voltooid tegenwoordige tijd (present perfect) om te
vertellen over het verleden.
I talked to him yesterday. Ik heb hem gisteren gesproken.
We ordered a new printer last week. We hebben vorige week een nieuwe printer besteld.
Je maakt de past simple van regelmatige werkwoorden door -(e)d achter het werkwoord te zetten. Je
gebruikt deze vorm voor alle personen.
work: They both worked until quite late last night.
compliment: Her boss complimented her on the good job she had done.
Bij werkwoorden die eindigen op een medeklinker + y, zet je -ied achter het werkwoord. (Zie
ook Spelling: basic rules.)
Maar wanneer er een klinker (a, e, i, o, u) voor de -y staat, zet je gewoon -(e)d achter het
werkwoord.
copy: I copied all the addresses into my address book.
stay: We stayed until the project was completely finished.
Verdubbel de laatste medeklinker bij regelmatige werkwoorden van één lettergreep met een korte
klinker (oftewel één klinkerletter, dus a, e, i, o, u) direct gevolgd door een medeklinker, tenzij de
medeklinker een w, x of y is.
The thief grabbed the handbag and disappeared into the crowd.
She stopped to look at the timetable.
John cooked dinner yesterday. (geen verdubbeling: twee klinkerletters (oo) + een medeklinker)
The river flowed quickly after the storm. (geen verdubbeling: eindigt op -w)
Verdubbel de laatste medeklinker van regelmatige werkwoorden die eindigen op een
beklemtoonde* lettergreep bestaande uit één klinker + medeklinker, tenzij die laatste medeklinker
een w, x of y is**.
[B1] Je gebruikt de past simple om te zeggen dat iets in het verleden plaatsvond (‘toen’). Vaak staan
er woorden in de zin als yesterday, last week, a few days ago, in 2013, when I was young, enzovoort.
Hieruit blijkt dat het om een gebeurtenis uit het verleden gaat.
I worked in our office in Germany in 2016.
The queen visited our company yesterday.
Let op! In het Nederlands gebruik je vaak de voltooid tegenwoordige tijd (present perfect) om te
vertellen over het verleden.
I talked to him yesterday. Ik heb hem gisteren gesproken.
We ordered a new printer last week. We hebben vorige week een nieuwe printer besteld.
Je maakt de past simple van regelmatige werkwoorden door -(e)d achter het werkwoord te zetten. Je
gebruikt deze vorm voor alle personen.
work: They both worked until quite late last night.
compliment: Her boss complimented her on the good job she had done.
Bij werkwoorden die eindigen op een medeklinker + y, zet je -ied achter het werkwoord. (Zie
ook Spelling: basic rules.)
Maar wanneer er een klinker (a, e, i, o, u) voor de -y staat, zet je gewoon -(e)d achter het
werkwoord.
copy: I copied all the addresses into my address book.
stay: We stayed until the project was completely finished.
Verdubbel de laatste medeklinker bij regelmatige werkwoorden van één lettergreep met een korte
klinker (oftewel één klinkerletter, dus a, e, i, o, u) direct gevolgd door een medeklinker, tenzij de
medeklinker een w, x of y is.
The thief grabbed the handbag and disappeared into the crowd.
She stopped to look at the timetable.
John cooked dinner yesterday. (geen verdubbeling: twee klinkerletters (oo) + een medeklinker)
The river flowed quickly after the storm. (geen verdubbeling: eindigt op -w)
Verdubbel de laatste medeklinker van regelmatige werkwoorden die eindigen op een
beklemtoonde* lettergreep bestaande uit één klinker + medeklinker, tenzij die laatste medeklinker
een w, x of y is**.