100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Samenvatting Strafrecht, keuzevak 4e jaar $18.33   Add to cart

Summary

Samenvatting Strafrecht, keuzevak 4e jaar

 5 views  0 purchase
  • Course
  • Institution
  • Book

Deze samenvatting bevat alle leerdoelen van week 1 t/m 9 van het keuzevak Strafrecht aan de HU. Ook de aantekeningen uit de les zijn hierin opgenomen.

Preview 3 out of 20  pages

  • No
  • Hoofdstuk 1 t/m 15
  • August 28, 2023
  • 20
  • 2022/2023
  • Summary
avatar-seller
Leerdoelen Strafrecht tentamen:
Week 1: H1, 7 en 11
1. De student kan met behulp van de wet uitleggen of een delict valt onder een misdrijf of
overtreding en waarom dit onderscheid van belang is voor het strafrecht.

Onderscheid misdrijven en overtredingen:

Misdrijven, boek 2 Sr (art. 92 – 421 Sr)
 Zwaardere feiten
 Poging / voorbereiding wel strafbaar
 Medeplichtigheid is wel strafbaar
 Voorlopige hechtenis mogelijk
 Wel een gevangenisstraf
 Berechting door de rechtbank

Overtredingen, boek 3 Sr (art. 424 – 479 Sr)
 Lichte feiten
 Poging / voorbereiding is niet strafbaar
 Medeplichtigheid is niet strafbaar
 Geen voorlopige hechtenis
 Geen gevangenisstraf (wel hechtenis
 Berechting door kantonrechter

Het onderscheid tussen een misdrijf en een overtreding is van belang, omdat misdrijven ernstigere
strafbare feiten zijn. Overtredingen zijn de lichtere strafbare feiten, dus ook een lichtere straf.

2. De student kan met behulp van de wet de belangrijkste procesdeelnemers uit het
strafprocesrecht en diens rechten en plichten opnoemen.

1. Verdachte, art. 27 Sv
2. Opsporingsambtenaar, artt. 127 jo 141 Sv
3. (Hulp)Officier van Justitie, artt. 146a jo 148 Sv
4. Rechter-Commissaris
5. Rechter
6. Advocaat
7. Getuigen
8. Deskundigen
9. Slachtoffer
10. Openbaar Ministerie

3. De student kan in een gegeven casus aangeven of sprake is van een verdachte krachtens
artikel 27 Sv.

 Rg: als verdachte aangemerkt (voordat de vervolging is aangevangen)
 Rv1a: (er zijn) feiten (art. 338 Sv)
 Rv1b: (er zijn) omstandigheden (art. 338 Sv)
 Rv2: (er is een) redelijk vermoeden van schuld

, - Redelijk vermoeden: waarschijnlijkheids-vereiste > de kans dat de verdachte de dader is, is
groter dan de kans dat hij het niet is. Voor een buitenstaander is de beslissing niet onlogisch
of absurd.
 Rv3: (dat er) een strafbaar feit (is gepleegd)
 (Rv4: een persoon)
 (Rv5: vervolging is nog niet aangevangen)
- Hollanda arrest en stormsteeg arrest.

4. De student kan de acht vragen van het rechterlijke beslissingsmodel van art. 348 en 350 Sv
toepassen op een gegeven casus en de bijbehorende uitspraken van de rechter voorspellen.

Voorvragen, art. 348/349 Sv

1) Is de dagvaarding geldig?
- Uitspraak rechter: Nietigheid van de dagvaarding
2) Is de rechter bevoegd?
- Uitspraak rechter: Onbevoegdheid van de rechter
3) Is de OvJ ontvankelijk?
- Uitspraak rechter: Niet-ontvankelijkheid van de OvJ
4) Is er reden tot schorsing der vervolging?
- Uitspraak rechter: Schorsing van de vervolging

Hoofdvragen, art. 350/351/352 Sv (OVAR: ontslag van alle rechtsvervolging)

5) Kan de tenlastelegging bewezen worden?
- Nee: Vrijspraak
- Ja: ingaan op opzet, pijn/ letsel, causaal verband, culpa etc.
6) Levert het bewezen verklaarde een strafbaar feit op?
- Nee: OVAR wegens niet strafbaarheid van het feit
- Ja: benoem wetsartikel
7) Is de verdachte strafbaar?
- Nee: OVAR wegens niet strafbaarheid van de dader, benoem ook de strafuitsluitingsgrond.
- Ja: benoem de straf en waarom
8) Welke straf of maatregel moet er worden opgelegd?
- Veroordeling, OVAR of vrijspraak?

Week 2: H2 en 3
1. De student kan uitleggen uit welke vier componenten / voorwaarden / lagen het strafbaar
feit is opgebouwd en kan deze koppelen aan artikel 350 Sv.

1. Menselijke + gedraging
- 1474 in Basel
- 1571 in Middelburg
- / 2015
2. Wettelijke delictsomschrijving
3. Wederrechtelijkheid
4. Verwijtbaarheid

, Art. 350 Sv en componenten van het strafbare feit gekoppeld:

Art. 350 Sv: Componenten van het strafbare feit:

1. Is het tenlastegelegde bewezen? > Menselijke gedraging
2. Levert dat een strafbaar feit op? > Delictsomschrijving
3. Is de verdachte strafbaar?
- Excuus voor de daad? > Wederrechtelijkheid
- Excuus voor de dader? > Verwijtbaarheid
4. Welke straf of maatregel opleggen?

2. De student kan de vier causaliteitsleren opsommen en de geldende causaliteitsleer
toepassen op een gegeven casus.

1. Conditio sine qua non
2. Causa proxima
3. Redelijke voorzienbaarheid
4. Redelijke toerekening

Richtlijnen uit de uitspraken:

A.C. ‘t Hart (zie ook noot bij Haarlemse doodslag)

1. Niet letaal letsel, dood vloeit voort uit een (medische) misslag  geen toerekening aan de
veroorzaker van het letsel
2. Niet letaal letsel, dood vloeit voort uit een complicatie bij de (normaal uitgevoerde)
medische ingreep  wel toerekening, zie letale longembolie-arrest
3. Letaal letsel, dood vloeit voor uit niet, niet op tijd, of niet goed ingrijpen  wel toerekening,
zie Haarlemse doodslag-arrest
 Mogelijke uitzonderingen:
1) Groot tijdsverloop
2) Zeer krachtige tussenschakel
3) Heel veel tussenschakels
4) Aard/ernst gedraging verdachte in verhouding tot andere oorzaken.
5) Geen voorzienbaarheid bij culpoze delicten

Geldende leer: redelijke toerekening

Is het redelijk om causaal verband aan te nemen? De deelvragen hiervoor zijn:

1. Is er een oorzaak – gevolg (CSQN)?
2. Is het redelijk op grond van feiten en omstandigheden?
3. Is het redelijk op grond van de intentie / gedachten van de verdachte?
4. Is het redelijk op grond de externe factoren?

Benoem voor en tegen argumenten om je causaal verband te beargumenteren.

3. De student kan met behulp van de definities van verschillende verwijtbaarheidsvormen in
een gegeven casus herkennen welke van de verschillende verwijtbaarheidsvormen van
toepassing is en welk strafbaar feit de gedraging van de verdachte oplevert.

Alle vormen van opzet en schuld

 Dood / zll door schuld (verkeer)

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller qiqivanruler15. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $18.33. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

73918 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 14 years now

Start selling
$18.33
  • (0)
  Add to cart