Byzantijnse iconen - Oudste houten dragers
- Religieuze traditie, strikte voorstellingswijzen
o Icoon is heilig -> makers verbonden aan strenge
heilige wetten
- Vb: Ravenna
o = grens met byzantijnse wereld
o Via Ravenna paneelschilderkunst verspreid over
Europa
o Europese schilderkunst: 12de – 13de E
Heraclius Theophilus - 10 – 12de E
de
Presbyter - Planken lijmen tot groot paneel
- Oppervlak gladmaken met tweehandig haalmes
- Ongelooide dierenhuid beplakken
Cenino Cennini - 14de E
- Traktaat over schilderkunst
- Nieuw: panelen overtrekken met doek
o Verfijnder
o = overgang tussen paneel en doek
o Bij vroeg-It, D, Sp panelen
o Bepaalde zwakke plekken verstevigen met doek
(naden met perkament en huidstroken) (job van
paneelvoorbereiders)
- Doek gesignaleerd als ondergrond voor vlaggen
Caseïne lijm - = kwark + gebluste kalk
Glutine lijm - = dierlijk afval, huid, leer, beenderen
Houtkit - = zaagsel + lijm (doel: onregelmatigheden in hout opvullen)
Paneelverbindingen - Gelijmd = vroegere fase
- Pen-en-gat = panelen worden iets dunner
- Zwaluwstaart = grote kracht op panelen om ze samen te
houden
Brand- en slagkenmerken - = vervaardigings-, kwaliteits-, eigendomskenmerken
- Niet veel bewaard door parkettering
1ste kunstenaars die op doek - 2de helft 15de E
werkten - Carpaccio, Bellini, Mantegna, Botticelli
Spanraam - Tot midden 18de E
- Pennen houden de hoeken bij elkaar
o Hoekverbindingen: houten pennen of spijkers met
hoekscharen
- Vaste afmetingen
- Onafgewerkte staat, ongeschaafde latten
Spieraam - Vanaf midden 18de E
- Kan vergroot/aangepast worden
- Doek langs buitenkant van spieraam en met spijkers
bevestigd
o 16de E: ijzeren spijkers, houten nagels (boring
nodig), smeedijzeren spijkers
o 19de E: machinaal gemaakte spijkers
▪ Nadeel: spijkers roesten vast in hout en
doen oxidatie van doek versnellen -> 17de E
effect tegenhouden door leren schijfjes
tussen de spijkers en hout te plaatsen
- Religieuze traditie, strikte voorstellingswijzen
o Icoon is heilig -> makers verbonden aan strenge
heilige wetten
- Vb: Ravenna
o = grens met byzantijnse wereld
o Via Ravenna paneelschilderkunst verspreid over
Europa
o Europese schilderkunst: 12de – 13de E
Heraclius Theophilus - 10 – 12de E
de
Presbyter - Planken lijmen tot groot paneel
- Oppervlak gladmaken met tweehandig haalmes
- Ongelooide dierenhuid beplakken
Cenino Cennini - 14de E
- Traktaat over schilderkunst
- Nieuw: panelen overtrekken met doek
o Verfijnder
o = overgang tussen paneel en doek
o Bij vroeg-It, D, Sp panelen
o Bepaalde zwakke plekken verstevigen met doek
(naden met perkament en huidstroken) (job van
paneelvoorbereiders)
- Doek gesignaleerd als ondergrond voor vlaggen
Caseïne lijm - = kwark + gebluste kalk
Glutine lijm - = dierlijk afval, huid, leer, beenderen
Houtkit - = zaagsel + lijm (doel: onregelmatigheden in hout opvullen)
Paneelverbindingen - Gelijmd = vroegere fase
- Pen-en-gat = panelen worden iets dunner
- Zwaluwstaart = grote kracht op panelen om ze samen te
houden
Brand- en slagkenmerken - = vervaardigings-, kwaliteits-, eigendomskenmerken
- Niet veel bewaard door parkettering
1ste kunstenaars die op doek - 2de helft 15de E
werkten - Carpaccio, Bellini, Mantegna, Botticelli
Spanraam - Tot midden 18de E
- Pennen houden de hoeken bij elkaar
o Hoekverbindingen: houten pennen of spijkers met
hoekscharen
- Vaste afmetingen
- Onafgewerkte staat, ongeschaafde latten
Spieraam - Vanaf midden 18de E
- Kan vergroot/aangepast worden
- Doek langs buitenkant van spieraam en met spijkers
bevestigd
o 16de E: ijzeren spijkers, houten nagels (boring
nodig), smeedijzeren spijkers
o 19de E: machinaal gemaakte spijkers
▪ Nadeel: spijkers roesten vast in hout en
doen oxidatie van doek versnellen -> 17de E
effect tegenhouden door leren schijfjes
tussen de spijkers en hout te plaatsen