100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached
logo-home
Biologie examen samenvatting mavo 4, alle examen stof! $8.34
Add to cart

Summary

Biologie examen samenvatting mavo 4, alle examen stof!

 0 purchase
  • Course
  • Level

Dit is een samenvatting van Biologie voor het biologie examen in mavo 4. Ik heb hier vorig jaar al examen in gedaan. Het bevat de stof voor het hele jaar en de examenstof.

Preview 4 out of 32  pages

  • September 18, 2023
  • 32
  • 2023/2024
  • Summary
  • Secondary school
  • 4
avatar-seller
Biologie
Organen en cellen

Orgaanstelsel
De 7 levensverschijnselen zijn bewegen, ademhalen, voeden, voortplanten
(hebben levenscyclus), uitscheiden (stoffen afgeven), groeien en waarnemen.
- organisme is een levend wezen.
- orgaanstelsel is een groep samenwerkende organen bijv het spierstelsel.
- orgaan is een deel van een organisme met een of meerdere functies.
- weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm en functie bijv beenweefsel.
- cel

De torso is het model van de romp van een mens. Het middenrif is de spierwand
die de borstholte en buikholte scheidt. Bij veel weefsels zoals beenweefsel ligt
tussen de cellen tussencelstof, dit is dood materiaal.

Orgaanstelsel en functie:
→ skelet, beenderstelsel, zorgt voor stevigheid, vorm, bescherming en maakt
beweging mogelijk.
→ spierstelsel, zorgt voor beweging.
→ verteringsstelsel, maakt het voedsel kleiner en neemt het op in bloed.
→ ademhalingsstelsel, neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide af aan de
lucht.
→ bloedvatenstelsel, vervoeren zuurstof en voedingsstoffen naar de
spieren/organen en het voert koolstofdioxide en afvalstoffen af.
→ zenuwstelsel, stuurt informatie van je zintuigen naar je hersenen en van je
hersenen stuurt het informatie naar je spieren.

Microscoop voorwerpen
Preparaat is een voorwerp dat je bekijkt onder de microscoop. Een preparaat
bestaat uit een voorwerpglas met daarop hetgeen wat je wilt bekijken met een
druppel vloeistof, en een dekglas.

- het oculair is de bovenste lens waar je doorheen kijkt.
- een tubus is een buis die het licht doorlaat naar het oculair.
- een revolver is een draaischijf waaraan de objectieven zitten.
- een objectief is een lens aan de revolver.
- op de tafel leg je het preparaat op de preparaatklem.
- een diafragma is een draaischijf die de hoeveelheid licht regelt.
- met de grote schroef kun je grof scherpstellen.
- met de kleine schroef kun je fijn scherpstellen.
- bij het statief pak je de microscoop vast.

,Cellen
Een plantaardige cel bevat:
- een celkern, regelt alles in de cel en bevat DNA.
● kernplasma is een vloeistof in de cellen.
● kernmembraan is een vliesje om de celkern.
- cytoplasma, is een vloeistof in de cel met opgeloste stoffen.
- celmembraan, is een vliesje om de cel wat de boel bij elkaar houd.
- vacuole, zijn blaasjes gevuld met vocht dat zorgt voor stevigheid van de cel
- celwand, is een stevige laag om de cel heen.
- intercellulaire ruimte, zijn kleine holtes gevuld met lucht en water, die
liggen tussen de celwanden van naast elkaar gelegen cellen.
- plastiden, kunnen van het ene type naar het andere type overgaan bijv
bladgroenkorrels die in kleurstofkorrels veranderen, zijn korrels in het
cytoplasma er zijn 3 soorten.
● bladgroenkorrels zitten in het groene deel van een plant die
voeren fotosynthese uit.
● kleurstofkorrels geven rode, oranje, gele kleur aan de bloem
of vrucht.
● zetmeelkorrels is kleurloos en er zit zetmeel in opgeslagen

Een dierlijke cel bevat: een celkern (kernplasma & kernmembraan), cytoplasma
en celmembraan. Het bevat geen plastiden, celwand en vacuole.

Een celkern bevat chromosomen, dit bestaat uit DNA en eiwitten. DNA bevat
erfelijke eigenschappen. Een mens bevat 46 chromosomen en 23 chromosomen
paren.

Celdeling
cellen delen, vanwege de groei en vervangen oude cellen. Bij reductiedeling
(meiose) deelt de celkern zich door twee. Bij celdeling (mitose) ontstaan er uit 1
moedercel 2 dochtercellen met evenveel chromosomen.

Spiraliseren betekent dat de chromosoom pas een zichtbaar vlak wordt voor de
deling van de cel. Bij kerndeling bestaat elke chromosoom uit twee DNA ketens
die aan elkaar vastzitten, ze zijn hetzelfde. Bij celdeling gaan deze twee kopieën
uit elkaar, elke naar 1 van de 2 dochtercellen.

Stofwisseling
stofwisseling is alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet
in andere stoffen.

Organische stoffen zijn afkomstig van producten van organismen zoals eiwitten,
vetten en koolhydraten, en zijn fossiele brandstoffen zoals aardolie. Anorganische

,stoffen komen zowel in organismen als levenloze natuur voor zoals mineralen en
water.
Enzymen zijn eiwitten die reacties van de stofwisseling versnellen. Ze werken
heel specifiek en doen 1 type reactie. Enzymen worden hergebruikt. Er zijn
knippende en samenvoegende enzymen. De enzymactiviteit is de snelheid
waarmee een enzym de reactie versnelt. Dit hangt af van de temperatuur en de
zuurgraad.

Fotosynthese
Fotosynthese vindt plaats in cellen met bladgroenkorrels. Koolstofdioxide wordt
opgenomen via de huidmondjes en water wordt opgenomen via de
wortelharen. ( water + koolstofdioxide + zonlicht → zuurstof + glucose )

Organische stoffen
Bladgroenkorrels / planten zetten anorganische stoffen om in organische stoffen
dus glucose. Een plant kan glucose omzetten in:
- zetmeel, een plant kan dit opslaan in bladeren of ondergronds.
- cellulose, dit zit in de celwand van een plant.
- met glucose + nitraat kan een plant eiwitten maken.
- vet, dit wordt opgeslagen in zaden
- suiker

Assimilatie is het vormen van organische stoffen. Organische stoffen werken als
bouwstof en brandstof.

Overdag doet een plant aan fotosynthese, verbranding en geeft meer zuurstof af
dan dat hij verbruikt voor verbranding. Snachts doet een plant alleen aan
verbranding.

, Biologie
Ecologie
Ecologie
ecologie is de studie over alle relaties tussen organismen en hun milieu.
Biotische factoren zijn afkomstig van organismen en abiotische factoren zijn
invloeden uit de levenloze natuur. Niveaus van ecologie:
- individu is 1 organisme.
- populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling
voortplanten.
- een levensgemeenschap zijn populaties van verschillende soorten die in
een bepaald gebied samenleven.
- een ecosysteem is een bepaald gebied waarin biotische en abiotische
factoren een eenheid vormen.
- Biotoop zijn gezamenlijke abiotische factoren van een ecosysteem.

Voedselketen
Een voedselketen is een reeks soorten waarbij elke soort de voedselbron is voor
de volgende soort. De eerste schakel is altijd een plant. In de natuur lopen
voedselketens door elkaar heen, dit noem je een voedselnet/voedselweb.

Autotroof betekent dat een organisme geen andere organismen als voedsel
nodig heeft. Het maakt zelf organische stoffen uit anorganische stoffen door
fotosynthese uit bladgroenkorrels. Heterotroof betekent organismen die zich
voeden met andere organismen. Hun kunnen geen energierijke stoffen maken
uit anorganische stoffen.

Voedselkringloop:
- planten zijn producenten hun zijn de 1e schakel in de voedselketen.
- dieren zijn consumenten.
- Afvaleters zijn dieren die dode resten van planten en dieren eten.
- bacteriën en schimmels zijn reducenten hun breken organisch afval af tot
voedingszouten (mineralen), die weer opgenomen kunnen door
producenten.

Kringloop van koolstof:
- in de lucht zit koolstof als koolstofdioxide.
- planten leggen koolstofdioxide met fotosynthese vast in glucose. Met
glucose kunne ook andere plantaardige energierijke stoffen gemaakt
worden. Bij verbranding van glucose komt weer koolstofdioxide vrij.
- plantaardige energierijke stoffen kunnen ook opgenomen worden door
dieren, die dit vervolgens verbranden en er koolstofdioxide vrijkomt, of die
het opslaat als dierlijk energierijke stoffen.

The benefits of buying summaries with Stuvia:

Guaranteed quality through customer reviews

Guaranteed quality through customer reviews

Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.

Quick and easy check-out

Quick and easy check-out

You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.

Focus on what matters

Focus on what matters

Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!

Frequently asked questions

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

Satisfaction guarantee: how does it work?

Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.

Who am I buying these notes from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller Anisha7. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy these notes for $8.34. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

70713 documents were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy study notes for 15 years now

Start selling
$8.34
  • (0)
Add to cart
Added