2.1 verlichte ideeën over een betere samenleving
KA:
23 het streven van vorsten naar absolute macht.
26 de wetenschappelijke revolutie.
27 Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving:
godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
28 voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
30 de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap.
36 de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.
Verklaring van de begin- en eindtijd
1650: Halverwege de 17e eeuw ontstaat in delen van (West-)Europa het verlichte denken. Traditie en
(bij)geloof maken plaats voor verstand en rede. Over de rol van God in het leven en de natuur wordt
uitgebreid gediscussieerd en gefilosofeerd. Ook keren de verlichte denkers zich tegen intolerantie en
misbruik van macht door kerk en staat.
1848:Na enkele mislukte aardappeloogsten en daaropvolgende hongersnoden neemt bij het volk in
Europa de ontevredenheid over machthebbers toe. Er breken opstanden uit, in Frankrijk wordt de
koning afgezet, in Berlijn, Wenen en andere grote steden gaan mensen luidruchtig de straat op. Doel
van deze, door het liberalisme beïnvloedde revoluties: meer inspraak voor de burgers op het bestuur
van het land en een beter bestaan. In Nederland resulteert de Europese onrust in de totstandkoming
van de grondwet van Thorbecke, waarin de parlementaire monarchie wordt vastgelegd.
In de 17e eeuw wetenschappelijke bloei:
1. De humanisten bestudeerden voornamelijk literaire, geschiedkunde en filosofische teksten,
maar soms trok een natuurwetenschappelijk werk uit de Oudheid hun aandacht. Op deze
manier stimuleerden ze de nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
2. De Europese overzeese expansie, die in de late 15 e eeuw was begonnen, leidde in de 17 e
eeuw tot handelscontacten die de hele wereld omspanden. De Europeanen kregen meer
kennis over de wereld buiten hun eigen werelddeel en kwamen in aanraking met andere
volken en culturen. Dit beïnvloedde de manier waarop zij naar zichzelf keken.
3. De vooruit gang van de ambachtelijke techniek (werd deels gestimuleerd door
ontdekkingsreizen). Het ontwerpen van nieuwe scheepsmodellen, het gebruik van molens bij
inpolderingen en in de nijverheid, de aanleg van verdedigingslinies en vestingwerken
vroegen om de toepassing van wiskundige en natuurkundige inzichten.
Wetenschappelijk denken ontstond in de oude Griekse stadstaten (redenering en observatie)
Middeleeuwen: wetenschap werd slechts uitgevoerd door de geestelijkheid
Renaissance: kennis van de Griekse wetenschap kwam door handel met de Arabieren weer terug in
Europa
,Wetenschappelijke revolutie (17e eeuw)
Brononderzoek en opbouw van redenering maken plaats voor onderzoek naar de aarde en het
heelal/natuurverschijnselen.
- Empirisme: de mens bouwt kennis op door middel van waarneming en ervaring, zowel
binnen (lichamelijk en geestelijk) als buiten zichzelf.
Verlichte denkers stappen hiermee in de voetsporen van wetenschappers die de wetenschappelijke
revolutie veroorzaakten.
- Rationalisme: de rede is de enige of voornaamste bron van kennis. De werkelijkheid bevat
volgens rationalisten een logische structuur die door het verstand ‘gelezen’ kan worden,
zonder tussenkomst van iets of iemand anders.
René Descartes wordt gezien als de grondlegger van het rationalisme. Hij betwijfelde of de mens met
zintuiglijke waarneming de natuur en de wereld kon begrijpen. Die waarnemingen waren volgens
Descartes namelijk subjectief en dus vaak onjuist. Hij bepleitte daarom een methode waarbij men
vanuit aangeboren, zekere ideeën(zoals het bestaan van jezelf en god) via logisch en intuïtief
redeneren tot kennis komt. Bij Descartes stond de ratio dus voorop. Descartes denkt, dus hij bestaat.
John Locke hoort vooral bij het empirisme, hij was het oneens met Descartes en vond zintuiglijke
waarneming juist wél nuttig. Door veel waarnemingen met elkaar te vergelijken en te combineren
ontstaat betrouwbare kennis en komt men tot inzichten.
Isaac Newton bepleitte een onderzoeksmethode die experimenten en logica met elkaar
combineerde.
Door de verlichting groeit het vertrouwen in het menselijk verstand en de rede. Een wereld die met
behulp van rede en waarneming kon worden verklaard, maakte veel gegevens die in de Bijbel staan
overbodig of onjuist, dit zorgde er voor dat de rol en de functie van de kerk ter discussie kon worden
gesteld. Langzaamaan wordt de wetenschap steeds belangrijker en eind 17 e eeuw hoeven
wetenschappers niet meer te vrezen voor kerkelijke vervolgingen. geloof wordt indivuele kwestei
en staat of vorst krijgen hierin minder verantwoordelijkheid
Spinoza zag god als schepper van de natuurwetten, maar niet als dagelijkse opererende manager.
God heeft geen invloed meer op goed en kwaad.
Voltaire: deïsme: god is schepper van de universum, maar grijpt niet in.
De regels die door kerk en machthebbers zijn voorgeschreven worden nog eens met een kritische blik
bekeken. Mensen zien meer ontwikkelingsmogelijkheden voor zichzelf en om de wereld heen. Dit
leidt tot optimisme en een ongekend vooruitgangsgevoel.
Rationeel optimisme: met zijn verstand kon de mens alle maatschappelijke, economische en
politieke problemen oplossen.
Verspreiding van de verlichting:
De Encyclopédie van Diderot en d’Alembert (1751-1756), publiek verbrand in 1752 en verboden door
de paus in 1759.
Koffiehuizen en salons, koffie, thee en chocolade huizen werden bekend rond de jaren 1680 door
internationale handel. De ‘sociale verlichting’. Via pamfletten en spotprenten kwam het bij de
onderlagen van de bevolking.
, Immanuel Kant: betwijfelde zeer de aanname dat objectief kijken mogelijk was en verbond het
empirisme met het rationalisme. Je kan de wereld wel waarnemen maar nooit helemaal begrijpen.
Ook vond hij dat niet iedereen vrij mocht zijn, alleen de geleerde man moet volledige vrijheid hebben
om te bekritiseren.
Verlichting op verschillende vlakken:
Sociale verhoudingen:
- Vrijheid (kernbegrip van de verlichting)
- Gelijkheid
Godsdienst:
- Kritiek op kerkelijke opvattingen en gebruiken
- Macht van de kerk werd in twijfel getrokken
- Druk op de kerk om te veranderen nam toe, maar leidde ook tot veel verzet
- Filosofen wilden: religieuze tolerantie & scheiding van kerk en staat
Economie:
- Nastreven van eigen belang door elk individu
- Vrijhandel
- Vrije markteconomie
- Adam smith: the wealth of nations
Politiek en de macht
- West-Europa: standen maatschappij
- Ongelijkheid werd gerechtvaardigd door de kerk ‘God had het zo gewild’
- Door deze opstelling konden vorsten hun macht versterken, absolutistische vorsten vanaf de
15e eeuw, droit divin.
- In frankrijk: Ancien régime
- natuurwetenschap achterhaalden dat de mens biologisch gelijk was, de standen waren
achterhaald.
- Volkssoevereiniteit: machthebbers hebben de macht namens het volk en zijn
verantwoording schuldig aan het volk.
- sociaal contract: afspraken tussen de vorst en onderdanen over het bestuur.
Jonh Locke: formuleert natuurlijke rechten, recht op leven vrijheid en eigendom. Sociaal contract:
deel van de eigen vrijheid in leveren in ruil voor bescherming van leven en eigendommen.
Rousseau: pleitte ook voor het sociaal contract maar dan gebaseerd op de algemene wil (volanté
générale) van het gehele volk. Hij was hiermee een radicale filosoof. Hij was voor een directe
democratie, de macht moest door het volk zelf worden uitgeoefend. Omdat dit niet mogelijk was in
Frankrijk pleitte Rouseau voor raadpleging achteraf.
Montesquieu: pleitte voor een betere machtsscheiding trias plitica
In de 17e eeuw was het mercantilisme ontstaan. Dat ging ervan uit dat er maar een bepaald aantal
goederen zijn op de wereld en dat ieder volk daar een zo groot mogelijk deel van moet bemachtigen.
KA:
23 het streven van vorsten naar absolute macht.
26 de wetenschappelijke revolutie.
27 Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving:
godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
28 voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
30 de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap.
36 de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.
Verklaring van de begin- en eindtijd
1650: Halverwege de 17e eeuw ontstaat in delen van (West-)Europa het verlichte denken. Traditie en
(bij)geloof maken plaats voor verstand en rede. Over de rol van God in het leven en de natuur wordt
uitgebreid gediscussieerd en gefilosofeerd. Ook keren de verlichte denkers zich tegen intolerantie en
misbruik van macht door kerk en staat.
1848:Na enkele mislukte aardappeloogsten en daaropvolgende hongersnoden neemt bij het volk in
Europa de ontevredenheid over machthebbers toe. Er breken opstanden uit, in Frankrijk wordt de
koning afgezet, in Berlijn, Wenen en andere grote steden gaan mensen luidruchtig de straat op. Doel
van deze, door het liberalisme beïnvloedde revoluties: meer inspraak voor de burgers op het bestuur
van het land en een beter bestaan. In Nederland resulteert de Europese onrust in de totstandkoming
van de grondwet van Thorbecke, waarin de parlementaire monarchie wordt vastgelegd.
In de 17e eeuw wetenschappelijke bloei:
1. De humanisten bestudeerden voornamelijk literaire, geschiedkunde en filosofische teksten,
maar soms trok een natuurwetenschappelijk werk uit de Oudheid hun aandacht. Op deze
manier stimuleerden ze de nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
2. De Europese overzeese expansie, die in de late 15 e eeuw was begonnen, leidde in de 17 e
eeuw tot handelscontacten die de hele wereld omspanden. De Europeanen kregen meer
kennis over de wereld buiten hun eigen werelddeel en kwamen in aanraking met andere
volken en culturen. Dit beïnvloedde de manier waarop zij naar zichzelf keken.
3. De vooruit gang van de ambachtelijke techniek (werd deels gestimuleerd door
ontdekkingsreizen). Het ontwerpen van nieuwe scheepsmodellen, het gebruik van molens bij
inpolderingen en in de nijverheid, de aanleg van verdedigingslinies en vestingwerken
vroegen om de toepassing van wiskundige en natuurkundige inzichten.
Wetenschappelijk denken ontstond in de oude Griekse stadstaten (redenering en observatie)
Middeleeuwen: wetenschap werd slechts uitgevoerd door de geestelijkheid
Renaissance: kennis van de Griekse wetenschap kwam door handel met de Arabieren weer terug in
Europa
,Wetenschappelijke revolutie (17e eeuw)
Brononderzoek en opbouw van redenering maken plaats voor onderzoek naar de aarde en het
heelal/natuurverschijnselen.
- Empirisme: de mens bouwt kennis op door middel van waarneming en ervaring, zowel
binnen (lichamelijk en geestelijk) als buiten zichzelf.
Verlichte denkers stappen hiermee in de voetsporen van wetenschappers die de wetenschappelijke
revolutie veroorzaakten.
- Rationalisme: de rede is de enige of voornaamste bron van kennis. De werkelijkheid bevat
volgens rationalisten een logische structuur die door het verstand ‘gelezen’ kan worden,
zonder tussenkomst van iets of iemand anders.
René Descartes wordt gezien als de grondlegger van het rationalisme. Hij betwijfelde of de mens met
zintuiglijke waarneming de natuur en de wereld kon begrijpen. Die waarnemingen waren volgens
Descartes namelijk subjectief en dus vaak onjuist. Hij bepleitte daarom een methode waarbij men
vanuit aangeboren, zekere ideeën(zoals het bestaan van jezelf en god) via logisch en intuïtief
redeneren tot kennis komt. Bij Descartes stond de ratio dus voorop. Descartes denkt, dus hij bestaat.
John Locke hoort vooral bij het empirisme, hij was het oneens met Descartes en vond zintuiglijke
waarneming juist wél nuttig. Door veel waarnemingen met elkaar te vergelijken en te combineren
ontstaat betrouwbare kennis en komt men tot inzichten.
Isaac Newton bepleitte een onderzoeksmethode die experimenten en logica met elkaar
combineerde.
Door de verlichting groeit het vertrouwen in het menselijk verstand en de rede. Een wereld die met
behulp van rede en waarneming kon worden verklaard, maakte veel gegevens die in de Bijbel staan
overbodig of onjuist, dit zorgde er voor dat de rol en de functie van de kerk ter discussie kon worden
gesteld. Langzaamaan wordt de wetenschap steeds belangrijker en eind 17 e eeuw hoeven
wetenschappers niet meer te vrezen voor kerkelijke vervolgingen. geloof wordt indivuele kwestei
en staat of vorst krijgen hierin minder verantwoordelijkheid
Spinoza zag god als schepper van de natuurwetten, maar niet als dagelijkse opererende manager.
God heeft geen invloed meer op goed en kwaad.
Voltaire: deïsme: god is schepper van de universum, maar grijpt niet in.
De regels die door kerk en machthebbers zijn voorgeschreven worden nog eens met een kritische blik
bekeken. Mensen zien meer ontwikkelingsmogelijkheden voor zichzelf en om de wereld heen. Dit
leidt tot optimisme en een ongekend vooruitgangsgevoel.
Rationeel optimisme: met zijn verstand kon de mens alle maatschappelijke, economische en
politieke problemen oplossen.
Verspreiding van de verlichting:
De Encyclopédie van Diderot en d’Alembert (1751-1756), publiek verbrand in 1752 en verboden door
de paus in 1759.
Koffiehuizen en salons, koffie, thee en chocolade huizen werden bekend rond de jaren 1680 door
internationale handel. De ‘sociale verlichting’. Via pamfletten en spotprenten kwam het bij de
onderlagen van de bevolking.
, Immanuel Kant: betwijfelde zeer de aanname dat objectief kijken mogelijk was en verbond het
empirisme met het rationalisme. Je kan de wereld wel waarnemen maar nooit helemaal begrijpen.
Ook vond hij dat niet iedereen vrij mocht zijn, alleen de geleerde man moet volledige vrijheid hebben
om te bekritiseren.
Verlichting op verschillende vlakken:
Sociale verhoudingen:
- Vrijheid (kernbegrip van de verlichting)
- Gelijkheid
Godsdienst:
- Kritiek op kerkelijke opvattingen en gebruiken
- Macht van de kerk werd in twijfel getrokken
- Druk op de kerk om te veranderen nam toe, maar leidde ook tot veel verzet
- Filosofen wilden: religieuze tolerantie & scheiding van kerk en staat
Economie:
- Nastreven van eigen belang door elk individu
- Vrijhandel
- Vrije markteconomie
- Adam smith: the wealth of nations
Politiek en de macht
- West-Europa: standen maatschappij
- Ongelijkheid werd gerechtvaardigd door de kerk ‘God had het zo gewild’
- Door deze opstelling konden vorsten hun macht versterken, absolutistische vorsten vanaf de
15e eeuw, droit divin.
- In frankrijk: Ancien régime
- natuurwetenschap achterhaalden dat de mens biologisch gelijk was, de standen waren
achterhaald.
- Volkssoevereiniteit: machthebbers hebben de macht namens het volk en zijn
verantwoording schuldig aan het volk.
- sociaal contract: afspraken tussen de vorst en onderdanen over het bestuur.
Jonh Locke: formuleert natuurlijke rechten, recht op leven vrijheid en eigendom. Sociaal contract:
deel van de eigen vrijheid in leveren in ruil voor bescherming van leven en eigendommen.
Rousseau: pleitte ook voor het sociaal contract maar dan gebaseerd op de algemene wil (volanté
générale) van het gehele volk. Hij was hiermee een radicale filosoof. Hij was voor een directe
democratie, de macht moest door het volk zelf worden uitgeoefend. Omdat dit niet mogelijk was in
Frankrijk pleitte Rouseau voor raadpleging achteraf.
Montesquieu: pleitte voor een betere machtsscheiding trias plitica
In de 17e eeuw was het mercantilisme ontstaan. Dat ging ervan uit dat er maar een bepaald aantal
goederen zijn op de wereld en dat ieder volk daar een zo groot mogelijk deel van moet bemachtigen.