Studietaken week 1: medisch-biologisch
Studietaak 1.1 herhaling blok 1.4
Om je verder te kunnen verdiepen in het fysiotherapeutisch onderzoek en de behandeling bij
centraal en perifeer neurologische aandoeningen wordt van je verwacht dat je de stof van blok 1.4
beheerst. Ter voorbereiding op de studietaken van deze week ga je na of je de leeruitkomsten van
blok 1.4 beheerst.
Verdiep je opnieuw in de literatuurbronnen en in de bijbehorende studietaken.
Studietaak 1.2.
Welke delen van het CZS zijn betrokken bij het bewegen?
-Cerebellum (motoriek)
-Basale ganglia (maar in ieder geval belangrijk voor automatische( bijvoorbeeld lopen en aan iets
anders denken)
- Primaire motorische cortex (aansturen van bewegingen)
Maak vervolgens een overzicht waarbij je de verschillende delen van het CZS onderbrengt naar:
behorend bij sensorische/perceptuele systemen
behorend bij actie(motorische) systemen
Cerebellum
Bron:
- Kumar & Clark’s clinical medicine (Kumar, Clark): hoofdstuk 21, motor control systems
Studietaak 1.3
Verdiep je in de literatuur omtrent de begrippen plasticiteit, sensomotorisch leren en geheugen.
Het eerste artikel van Ben van Cranenburgh (zie BB) biedt hierin een goede ondersteuning. Ga voor
jezelf na of je met betrekking tot plasticiteit het antwoord op onderstaande deelvragen kunt
uitleggen aan een medestudent:
een definiëring van het begrip plasticiteit
Neurale plasticiteit wil zeggen dat structuur en functie van zenuwweefsel aan
voortdurende verandering onderhevig zijn. Als je brein niet kan veranderen, kun je
ook niks aanleren.
- Korte termijn veranderingen kunnen ook overgaan in lange termijn veranderingen
- Synapsen die verdwijnen (verbindingen)
- Structurele veranderingen in de hersenen, ook na beschadiging.
- Hoog gespecialiseerde cellen zijn minder goed in veranderen. primaire cortex,
sensorische cortex
welke invloed heeft plasticiteit op individuele leerprocessen? (denk o.a. aan habituatie/sensitisatie
en operante conditionering)
Plasticiteit zorgt ervoor dat de hersenen veranderen en dat wij dus bepaalde dingen kunnen
aanleren. Bij habitatie is het belangrijk om de prikkel af te wisselen. Als je te lang het zelfde doet dan
verdoofd het neuron. Als je verschillende prikkels afwisselt, dan is het effectiever.
Bij sensitisatie : verhogen van gevoeligheid
- Heftigere reactie krijgen. Krijg je veel bij chronische pijnpatiënten. Elke aanraking kan als pijnlijk
worden ervaren.
- Verlengde actiepotentiaal, meer Kalium naar buiten, komt vrij van neurotransmitter, EPSP wordt
krachtiger en verloopt langer, en zo ontstaat er een heftig signaal.
- Als je sensitisatie toepast, ontstaan er meer synapsen, meer neurotransmitters, nieuwe eiwitten,
meer post synaptische dendrieten, alles raakt overactief.
Studietaak 1.1 herhaling blok 1.4
Om je verder te kunnen verdiepen in het fysiotherapeutisch onderzoek en de behandeling bij
centraal en perifeer neurologische aandoeningen wordt van je verwacht dat je de stof van blok 1.4
beheerst. Ter voorbereiding op de studietaken van deze week ga je na of je de leeruitkomsten van
blok 1.4 beheerst.
Verdiep je opnieuw in de literatuurbronnen en in de bijbehorende studietaken.
Studietaak 1.2.
Welke delen van het CZS zijn betrokken bij het bewegen?
-Cerebellum (motoriek)
-Basale ganglia (maar in ieder geval belangrijk voor automatische( bijvoorbeeld lopen en aan iets
anders denken)
- Primaire motorische cortex (aansturen van bewegingen)
Maak vervolgens een overzicht waarbij je de verschillende delen van het CZS onderbrengt naar:
behorend bij sensorische/perceptuele systemen
behorend bij actie(motorische) systemen
Cerebellum
Bron:
- Kumar & Clark’s clinical medicine (Kumar, Clark): hoofdstuk 21, motor control systems
Studietaak 1.3
Verdiep je in de literatuur omtrent de begrippen plasticiteit, sensomotorisch leren en geheugen.
Het eerste artikel van Ben van Cranenburgh (zie BB) biedt hierin een goede ondersteuning. Ga voor
jezelf na of je met betrekking tot plasticiteit het antwoord op onderstaande deelvragen kunt
uitleggen aan een medestudent:
een definiëring van het begrip plasticiteit
Neurale plasticiteit wil zeggen dat structuur en functie van zenuwweefsel aan
voortdurende verandering onderhevig zijn. Als je brein niet kan veranderen, kun je
ook niks aanleren.
- Korte termijn veranderingen kunnen ook overgaan in lange termijn veranderingen
- Synapsen die verdwijnen (verbindingen)
- Structurele veranderingen in de hersenen, ook na beschadiging.
- Hoog gespecialiseerde cellen zijn minder goed in veranderen. primaire cortex,
sensorische cortex
welke invloed heeft plasticiteit op individuele leerprocessen? (denk o.a. aan habituatie/sensitisatie
en operante conditionering)
Plasticiteit zorgt ervoor dat de hersenen veranderen en dat wij dus bepaalde dingen kunnen
aanleren. Bij habitatie is het belangrijk om de prikkel af te wisselen. Als je te lang het zelfde doet dan
verdoofd het neuron. Als je verschillende prikkels afwisselt, dan is het effectiever.
Bij sensitisatie : verhogen van gevoeligheid
- Heftigere reactie krijgen. Krijg je veel bij chronische pijnpatiënten. Elke aanraking kan als pijnlijk
worden ervaren.
- Verlengde actiepotentiaal, meer Kalium naar buiten, komt vrij van neurotransmitter, EPSP wordt
krachtiger en verloopt langer, en zo ontstaat er een heftig signaal.
- Als je sensitisatie toepast, ontstaan er meer synapsen, meer neurotransmitters, nieuwe eiwitten,
meer post synaptische dendrieten, alles raakt overactief.