Inleidend recht ( PAG 69 deel 1 ):
Hoofdstuk 1 :
Grondrechten
1 Uit te leggen wat het verschil is tussen sociale en klassieke grondrechten :
Klassieke grondrechten zijn vrijheidsrechten: ze bieden de burger enige vrijheid t.o.v. de (meestal
machtige) overheid. Klassieke grondrechten vragen aan de overheid om de burger ruimte te geven,
bijvoorbeeld voor zijn politieke overtuiging, het genieten van privacy en voor het beleven van zijn
godsdienst.
3 Minstens zes klassieke grondrechten te noemen
1. Gelijkheidsbeginsel
2. Kiesrecht
3. Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
4. Vrijheid van meningsuiting
5. Recht op de privacy
6. Onaantastbaarheid van het lichaam
Sociale grondrechten moeten ervoor zorgen dat de burgers een menswaardig bestaan kunnen
leiden. Zij leggen de overheid de plicht op goed voor haar burgers te zorgen. Er is een belangrijk
juridisch verschil tussen de klassieke en de sociale grondrechten > als de overheid een klassiek
grondrecht schendt, kan de burger de rechter inschakelen om zo de naleving van het betreffende
grondrecht af te dwingen. Sociale grondrechten geven burgers echter geen juridisch afdwingbaar
‘recht’.
2 Minstens drie sociale grondrechten te noemen :
1. Rechtsbijstand
2. Werkgelegenheid
3. Onderwijs
4. volksgezondheid
-
4 Twee internationale verdragen te noemen waarin grondrechten staan
1. Universele verklaring van de rechten van de mens – UVRM door de verenigde naties, n.a.v.
Holocaust opgezet in 1948
2. Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden – EVRM, heeft ook juridisch karakter, het Europese hof voor de rechten van de
mens
3. Europees sociaal handvest – gaat over rechten m.b.t. arbeid, huisvesting, gezondheidszorg,
onderwijs en sociale bescherming
5 Uit te leggen wat bedoelt wordt met de horizontale werking van de grondrechten
Verticale werking: tussen de burger en de overheid
Horizontale werking: tussen burgers onderling
, 6 Uit te leggen waarom bespreking van grondrechten noodzakelijk is
Grondrechten zijn niet absoluut. M.a.w. grondrechten moeten worden beperkt. Beperking van
grondrechten is noodzakelijk voor het goed functioneren van de samenleving. Denk aan optreden
van de OA tegen een verdachte.
BV: onderzoek lichaam en kleding. & Smaad en laster als een journalist zomaar ongefundeerd in de
krant zetten.
7 Aan te geven wat er moet gebeuren als in een concreet geval grondrechten met elkaar
botsen
Alle grondrechten zijn gelijk. Vanwege die gelijkheid van alle grondrechten is er geen algemene regel
te geven voor wat er moet gebeuren in een situatie waarin twee grondrechten elkaar tegenkomen.
De wetgever heeft dit probleem overgelaten aan de rechter die in deze gevallen per individuele zaak
moet beslissen welk grondrecht de doorslag geeft. (vrijheid van meningsuiting & verbod op
discriminatie)
Hoofdstuk 1 :
Grondrechten
1 Uit te leggen wat het verschil is tussen sociale en klassieke grondrechten :
Klassieke grondrechten zijn vrijheidsrechten: ze bieden de burger enige vrijheid t.o.v. de (meestal
machtige) overheid. Klassieke grondrechten vragen aan de overheid om de burger ruimte te geven,
bijvoorbeeld voor zijn politieke overtuiging, het genieten van privacy en voor het beleven van zijn
godsdienst.
3 Minstens zes klassieke grondrechten te noemen
1. Gelijkheidsbeginsel
2. Kiesrecht
3. Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
4. Vrijheid van meningsuiting
5. Recht op de privacy
6. Onaantastbaarheid van het lichaam
Sociale grondrechten moeten ervoor zorgen dat de burgers een menswaardig bestaan kunnen
leiden. Zij leggen de overheid de plicht op goed voor haar burgers te zorgen. Er is een belangrijk
juridisch verschil tussen de klassieke en de sociale grondrechten > als de overheid een klassiek
grondrecht schendt, kan de burger de rechter inschakelen om zo de naleving van het betreffende
grondrecht af te dwingen. Sociale grondrechten geven burgers echter geen juridisch afdwingbaar
‘recht’.
2 Minstens drie sociale grondrechten te noemen :
1. Rechtsbijstand
2. Werkgelegenheid
3. Onderwijs
4. volksgezondheid
-
4 Twee internationale verdragen te noemen waarin grondrechten staan
1. Universele verklaring van de rechten van de mens – UVRM door de verenigde naties, n.a.v.
Holocaust opgezet in 1948
2. Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden – EVRM, heeft ook juridisch karakter, het Europese hof voor de rechten van de
mens
3. Europees sociaal handvest – gaat over rechten m.b.t. arbeid, huisvesting, gezondheidszorg,
onderwijs en sociale bescherming
5 Uit te leggen wat bedoelt wordt met de horizontale werking van de grondrechten
Verticale werking: tussen de burger en de overheid
Horizontale werking: tussen burgers onderling
, 6 Uit te leggen waarom bespreking van grondrechten noodzakelijk is
Grondrechten zijn niet absoluut. M.a.w. grondrechten moeten worden beperkt. Beperking van
grondrechten is noodzakelijk voor het goed functioneren van de samenleving. Denk aan optreden
van de OA tegen een verdachte.
BV: onderzoek lichaam en kleding. & Smaad en laster als een journalist zomaar ongefundeerd in de
krant zetten.
7 Aan te geven wat er moet gebeuren als in een concreet geval grondrechten met elkaar
botsen
Alle grondrechten zijn gelijk. Vanwege die gelijkheid van alle grondrechten is er geen algemene regel
te geven voor wat er moet gebeuren in een situatie waarin twee grondrechten elkaar tegenkomen.
De wetgever heeft dit probleem overgelaten aan de rechter die in deze gevallen per individuele zaak
moet beslissen welk grondrecht de doorslag geeft. (vrijheid van meningsuiting & verbod op
discriminatie)