Samenvatting Taak 4 Blok 3.
Leerdoel 1
1. De student legt uit en analyseert wat de verschillen zijn tussen een evidence
statement en een richtlijn.
Een richtlijn is van begin tot eind hoe je een proces moet uitvoeren, richting gevend.
Evidence statement is informatief, niet richting gevend. Informatie die je kunt
gebruiken om je plan te kunnen opstellen.
Statement is meer afgebakend dan richtlijn en richtlijn is wetenschappelijk bewezen
aanbevelingen.
Leerdoel 2
De student kent de anatomie en biomechanica van de knie.
(Herhaling van blok 2, geen nieuwe stof)
Passieve structuren:
Kniegewricht
= art. genus
Hierbij articuleren 3 beenderen met elkaar:
Femur
Tibia
Patella
Het art. genus bestaat uit 2 delen:
Art. femorotibialis: bestaat uit femur + tibia
Art. femoropatellaris: bestaat uit femur en patella
Beide gewrichten zijn omsloten door een gemeenschappelijk gewrichtskapsel + beide
gewrichtsholten staan met elkaar in contact.
De fibula hoort NIET tot het kniegewricht, maar vormt met de tibia een zelfstandig, straf
gewricht: art. tibiofibularis
Patella
Dit is een sesambeen. Deze ligt meer in het distale strekapparaat van de M. quadriceps. Hij
ligt binnenin een pees (lig. patellae): verbindt quadriceps met onderbeen verdeelt kracht
richting onderbeen.
Gewrichtsvlakken
Binnen de knie zie je dat er veel incongruentie (niet overeenstemmen/samenvallen) plaats
vindt van het gewricht.
,Tibiofemorale compartiment
= de condylus medialis (gewrichtsknokkel) en lateralis van het femur articuleren met de
condylus medialis en lateralis van de tibia
Functie:
Belangrijk voor beweging
Doorgeleiden van krachten van bovenbeen op het onderbeen en omgekeerd
De condylus van het femur is veel groter en sterker gekromd dan de nagenoeg vlakke
condylus van de tibia. De grootste verschillen kun je zien in het sagitale vlak, omdat de
condylen niet gelijkmatig naar voor en achter gekromd zijn. De onderzijde heeft een lichte
kromming die naar achteren toeneemt spiraalvormige vorm.
De incongruentie wordt ook nog verminderd door de elasticiteit van het gewrichtskraakbeen.
De gewrichtsvlakken kunnen zich licht vervormen en zich aan elkaar aanpassen.
Belangrijk is ook dat de menisci medialis en lateralis zich tussen de condylus van het femur
en de tibia bevinden!
De mediale femurcondyl is smaller dan de laterale femurcondyl.
Kromtestralen: de mate van kromming van een kromme (bijvoorbeeld de vorm van de
femurcoldyllen en de tibiacondyllen.
Patellofemorale compartiment
= de facies patelaris van het femur articuleert met de facies articularis van de patella.
Functie ervan:
Belangrijke rol van overdracht van de spierkracht van de M.quadriceps femoris op de
tibia.
Ook hier is de congruentie het grootste in het sagitale vlak. Als we kijken naar de facies
patellaris van het femur en de facies articularis van de patella zijn beiden in sagittale
doorsneden licht convex.
,De mediale femurcondyl is smaller dan de laterale femurcondyl.
De groeve van de facies patellaris zet zich naar dorsaal voort in de fossa
intercondylaris
Tijdens een flexie beweging van de knie beweegt het contact punt tussen femur en
tibia naar dorsaal.
Tijdens een extensie beweging van de knie beweegt het contact punt tussen femur en
tibia naar ventral.
Kromtestralen:
De mate van kromming van een kromme (bijvoorbeeld de vormen van de condylen).
De femurcondylen zijn niet identiek aan de tibiacondylen.
Ligamenten
Uitwendige banden:
Voorzijde
- Lig. patellae
- Retinaculum patellae longitudinale mediale
- Retinaculum patellae longitudinale laterale
- Retinaculum patellae transversale mediale
- Retinaculum patellae transversale laterale
Retinaculum houden de banden op de plaats.
, Mediaal/lateraal
- Lig. collaterale mediale
- Lig. collaterale laterale
Achterzijde
- Lig. popliteum obliquum
- Lig. popliteum arcuatum
Inwendige banden:
- Lig. cruciatum anterius (voorste kruisband)
- Lig. cruciatum posterius (achterste kruisband)
- Lig. transversum genus (medlat)
- Lig. meniscofemorale posterius
Voorzijde:
Hier dienen de banden + kapsels vooral voor het aanspannen en positioneren van de patella.
Een slijmbeurs is een zakje met vocht en is een soort stootkussen (het
vangt krachten op). In het kniegewricht zitten verschillende slijmbeurzen:
* Bursa suprapatellaris > tussen lig. patellae en het femur
* Bursa infrapatellaris > tussen lig. patellae en tibia
* Bursa prepatellaris > tussen patella en lig. pattella (voorkomt wrijving
tussen patella en ligament)
Slijmbeursen:
- Bursa subtendinea m. gastrocnemii medialis
- Bursa m. semimembranosi
- Recessus subpopliteus
- Bursa subtendinea m. gastrocnemii lateralis
- Bursa infrapatellaris
- Recessus suprapatellaris
- Bursa suprapatellaris
- Bursa subctanea prepatellaris
- Bursa infrapatellaris profunda
- Bursa subcutanea tuberositas tibiae
- Bursa subtendinea m. bicepitis femoris
- Vetlichaam van hoffa
Leerdoel 1
1. De student legt uit en analyseert wat de verschillen zijn tussen een evidence
statement en een richtlijn.
Een richtlijn is van begin tot eind hoe je een proces moet uitvoeren, richting gevend.
Evidence statement is informatief, niet richting gevend. Informatie die je kunt
gebruiken om je plan te kunnen opstellen.
Statement is meer afgebakend dan richtlijn en richtlijn is wetenschappelijk bewezen
aanbevelingen.
Leerdoel 2
De student kent de anatomie en biomechanica van de knie.
(Herhaling van blok 2, geen nieuwe stof)
Passieve structuren:
Kniegewricht
= art. genus
Hierbij articuleren 3 beenderen met elkaar:
Femur
Tibia
Patella
Het art. genus bestaat uit 2 delen:
Art. femorotibialis: bestaat uit femur + tibia
Art. femoropatellaris: bestaat uit femur en patella
Beide gewrichten zijn omsloten door een gemeenschappelijk gewrichtskapsel + beide
gewrichtsholten staan met elkaar in contact.
De fibula hoort NIET tot het kniegewricht, maar vormt met de tibia een zelfstandig, straf
gewricht: art. tibiofibularis
Patella
Dit is een sesambeen. Deze ligt meer in het distale strekapparaat van de M. quadriceps. Hij
ligt binnenin een pees (lig. patellae): verbindt quadriceps met onderbeen verdeelt kracht
richting onderbeen.
Gewrichtsvlakken
Binnen de knie zie je dat er veel incongruentie (niet overeenstemmen/samenvallen) plaats
vindt van het gewricht.
,Tibiofemorale compartiment
= de condylus medialis (gewrichtsknokkel) en lateralis van het femur articuleren met de
condylus medialis en lateralis van de tibia
Functie:
Belangrijk voor beweging
Doorgeleiden van krachten van bovenbeen op het onderbeen en omgekeerd
De condylus van het femur is veel groter en sterker gekromd dan de nagenoeg vlakke
condylus van de tibia. De grootste verschillen kun je zien in het sagitale vlak, omdat de
condylen niet gelijkmatig naar voor en achter gekromd zijn. De onderzijde heeft een lichte
kromming die naar achteren toeneemt spiraalvormige vorm.
De incongruentie wordt ook nog verminderd door de elasticiteit van het gewrichtskraakbeen.
De gewrichtsvlakken kunnen zich licht vervormen en zich aan elkaar aanpassen.
Belangrijk is ook dat de menisci medialis en lateralis zich tussen de condylus van het femur
en de tibia bevinden!
De mediale femurcondyl is smaller dan de laterale femurcondyl.
Kromtestralen: de mate van kromming van een kromme (bijvoorbeeld de vorm van de
femurcoldyllen en de tibiacondyllen.
Patellofemorale compartiment
= de facies patelaris van het femur articuleert met de facies articularis van de patella.
Functie ervan:
Belangrijke rol van overdracht van de spierkracht van de M.quadriceps femoris op de
tibia.
Ook hier is de congruentie het grootste in het sagitale vlak. Als we kijken naar de facies
patellaris van het femur en de facies articularis van de patella zijn beiden in sagittale
doorsneden licht convex.
,De mediale femurcondyl is smaller dan de laterale femurcondyl.
De groeve van de facies patellaris zet zich naar dorsaal voort in de fossa
intercondylaris
Tijdens een flexie beweging van de knie beweegt het contact punt tussen femur en
tibia naar dorsaal.
Tijdens een extensie beweging van de knie beweegt het contact punt tussen femur en
tibia naar ventral.
Kromtestralen:
De mate van kromming van een kromme (bijvoorbeeld de vormen van de condylen).
De femurcondylen zijn niet identiek aan de tibiacondylen.
Ligamenten
Uitwendige banden:
Voorzijde
- Lig. patellae
- Retinaculum patellae longitudinale mediale
- Retinaculum patellae longitudinale laterale
- Retinaculum patellae transversale mediale
- Retinaculum patellae transversale laterale
Retinaculum houden de banden op de plaats.
, Mediaal/lateraal
- Lig. collaterale mediale
- Lig. collaterale laterale
Achterzijde
- Lig. popliteum obliquum
- Lig. popliteum arcuatum
Inwendige banden:
- Lig. cruciatum anterius (voorste kruisband)
- Lig. cruciatum posterius (achterste kruisband)
- Lig. transversum genus (medlat)
- Lig. meniscofemorale posterius
Voorzijde:
Hier dienen de banden + kapsels vooral voor het aanspannen en positioneren van de patella.
Een slijmbeurs is een zakje met vocht en is een soort stootkussen (het
vangt krachten op). In het kniegewricht zitten verschillende slijmbeurzen:
* Bursa suprapatellaris > tussen lig. patellae en het femur
* Bursa infrapatellaris > tussen lig. patellae en tibia
* Bursa prepatellaris > tussen patella en lig. pattella (voorkomt wrijving
tussen patella en ligament)
Slijmbeursen:
- Bursa subtendinea m. gastrocnemii medialis
- Bursa m. semimembranosi
- Recessus subpopliteus
- Bursa subtendinea m. gastrocnemii lateralis
- Bursa infrapatellaris
- Recessus suprapatellaris
- Bursa suprapatellaris
- Bursa subctanea prepatellaris
- Bursa infrapatellaris profunda
- Bursa subcutanea tuberositas tibiae
- Bursa subtendinea m. bicepitis femoris
- Vetlichaam van hoffa