Samenvatting Biologie hfdst. 12 Regeling intern
milieu v5
§12.1 Het inwendige milieu
Regelkring = voorkomt grote normafwijkingen; homeostase = het in stand houden van een
dynamisch evenwicht.
Regelkringen bestaan uit receptoren = regelcentrum en effectoren, houden een waarde
rond de ingestelde norm.
Temperatuurregulatie:
Temperatuurreceptoren meten lichaamstemperatuur en geven dit door aan de
hypothalamus (regelcentrum hersenen).
- Afwijking norm (37), dan informatieoverdracht van regelcentrum naar effectoren >
corrigeren afwijking (koelen/opwarming).
- Intensief beweging > zweten & verwijding haarvaten (huid) = negatieve
terugkoppeling > afkoeling.
Terugkoppeling = afwijking van norm veroorzaakt een proces dat de afwijking beïnvloedt.
- Negatieve = gaat afwijking tegen.
Kerntemperatuur = temperatuur in centrale deel lichaam (vitale organen). Varieert zeer
weinig > goede werking processen. Wordt geregistreerd door receptoren van de
hypothalamus.
Schiltemperatuur = temperatuur in buitenste lagen lichaam. Meestal lager dan
kerntemperatuur. Varieert met omgevingstemperatuur. Receptoren bevinden zich in de
huid en skeletspieren. Regeling > meerdere hersencentra.
Afkoeling geregistreerd door de koudereceptoren, wordt doorgegeven aan het
regelcentrum. Zonder maatregen, ook kerntemperatuur daalt > onderkoeling > minder
goede werking afweersysteem en verstoring vitale organen.
Dalende kerntemperatuur > signalen via hypothalamus naar effectoren kern en schil >
warmteproductie (rillen/klappertanden) en vasthouden warmte kern (herverdeling warme
bloed door vernauwing kringspiertjes < bloedafvoer schil).
Koorts: hypothalamus heeft temperatuur norm verhoogd (cytokinen) > effectoren gaan
zogenaamde onderkoeling tegen. Reden bedrog = hogere temperatuur > stimulatie
afweersysteem.
- Temperatuurcentrum regelt afkoeling > slagadertjes huid verwijden > rode kleur.
Transpireren > verlies water en mineralen > verminderde uitscheiding water door nieren
naar uitwendig milieu. Verandering inwendig milieu blijft beperkt.
, Inspanning > gebruik O2 en glucose (spieren) en afgifte CO2.
Regelcentra hersenen en hormoonstelsel voorkomen gevaarlijke daling bloedsuikerspiegel,
pH en O2-gehalte inwendig milieu:
Bloedsuikerspiegel
- Alvleesklier: productie hormoon glucagon.
- Lever: omzetting van glycogeen in glucose o.i.v. glucagon.
O2-gehalte
- Bijnieren: verhoogde afgifte adrenaline > sneller kloppend hart en verhoging
ademfrequentie > extra O2-aanvoer en CO2-afvoer.
Ca2+
- Parathormoon (bijschildklier): afgifte Ca2+ uit skelet naar bloed en vermindering
calciumopslag botten.
- Darmen: extra opname Ca2+ uit voedsel.
- Nieren: Uitscheiding Ca2+ daalt.
Normwaarde bereik > negatieve terugkoppeling > afname getroffen maatregelen > inwendig
milieu = in evenwicht.
§12.2 Processen in de lever
Functies lever:
Verlagen concentraties/osmotische waarde (glucose, zouten/aminozuren).
Belangrijkste verwarmingsbron lichaam;
Koolhydraat-, vet-, en eiwitstofwisseling;
Opruimen afgestorven rode bloedcellen;
Ontgiften (detoxificatie);
Stoffen opslaan (ijzer, glycogeen, vitaminen/mineralen);
Bloed leveren;
Galvorming.
Opslag ijzer uit hemoglobine in de vorm van het ijzerbindende eiwit ferritine > lever, milt en
rode beenmerg.
Biliverdine (afvalstof Hb) wordt verwerkt door de lever tot bilirubine.
Mitochondriën gebruiken jonge rode bloedcellen uit rode beenmerg voor productie
heemgroepen. Heemgroepen + globine-eiwitten = hemoglobine.
Ontgiften (alcohol):
Levercellen zetten ethanol m.b.v. alcoholdehydrogenase om in ethanal. Ethanal wordt
omgezet door aldehydedehydrogenase om in azijnzuur (niet-giftig) of in glucose/vet.
milieu v5
§12.1 Het inwendige milieu
Regelkring = voorkomt grote normafwijkingen; homeostase = het in stand houden van een
dynamisch evenwicht.
Regelkringen bestaan uit receptoren = regelcentrum en effectoren, houden een waarde
rond de ingestelde norm.
Temperatuurregulatie:
Temperatuurreceptoren meten lichaamstemperatuur en geven dit door aan de
hypothalamus (regelcentrum hersenen).
- Afwijking norm (37), dan informatieoverdracht van regelcentrum naar effectoren >
corrigeren afwijking (koelen/opwarming).
- Intensief beweging > zweten & verwijding haarvaten (huid) = negatieve
terugkoppeling > afkoeling.
Terugkoppeling = afwijking van norm veroorzaakt een proces dat de afwijking beïnvloedt.
- Negatieve = gaat afwijking tegen.
Kerntemperatuur = temperatuur in centrale deel lichaam (vitale organen). Varieert zeer
weinig > goede werking processen. Wordt geregistreerd door receptoren van de
hypothalamus.
Schiltemperatuur = temperatuur in buitenste lagen lichaam. Meestal lager dan
kerntemperatuur. Varieert met omgevingstemperatuur. Receptoren bevinden zich in de
huid en skeletspieren. Regeling > meerdere hersencentra.
Afkoeling geregistreerd door de koudereceptoren, wordt doorgegeven aan het
regelcentrum. Zonder maatregen, ook kerntemperatuur daalt > onderkoeling > minder
goede werking afweersysteem en verstoring vitale organen.
Dalende kerntemperatuur > signalen via hypothalamus naar effectoren kern en schil >
warmteproductie (rillen/klappertanden) en vasthouden warmte kern (herverdeling warme
bloed door vernauwing kringspiertjes < bloedafvoer schil).
Koorts: hypothalamus heeft temperatuur norm verhoogd (cytokinen) > effectoren gaan
zogenaamde onderkoeling tegen. Reden bedrog = hogere temperatuur > stimulatie
afweersysteem.
- Temperatuurcentrum regelt afkoeling > slagadertjes huid verwijden > rode kleur.
Transpireren > verlies water en mineralen > verminderde uitscheiding water door nieren
naar uitwendig milieu. Verandering inwendig milieu blijft beperkt.
, Inspanning > gebruik O2 en glucose (spieren) en afgifte CO2.
Regelcentra hersenen en hormoonstelsel voorkomen gevaarlijke daling bloedsuikerspiegel,
pH en O2-gehalte inwendig milieu:
Bloedsuikerspiegel
- Alvleesklier: productie hormoon glucagon.
- Lever: omzetting van glycogeen in glucose o.i.v. glucagon.
O2-gehalte
- Bijnieren: verhoogde afgifte adrenaline > sneller kloppend hart en verhoging
ademfrequentie > extra O2-aanvoer en CO2-afvoer.
Ca2+
- Parathormoon (bijschildklier): afgifte Ca2+ uit skelet naar bloed en vermindering
calciumopslag botten.
- Darmen: extra opname Ca2+ uit voedsel.
- Nieren: Uitscheiding Ca2+ daalt.
Normwaarde bereik > negatieve terugkoppeling > afname getroffen maatregelen > inwendig
milieu = in evenwicht.
§12.2 Processen in de lever
Functies lever:
Verlagen concentraties/osmotische waarde (glucose, zouten/aminozuren).
Belangrijkste verwarmingsbron lichaam;
Koolhydraat-, vet-, en eiwitstofwisseling;
Opruimen afgestorven rode bloedcellen;
Ontgiften (detoxificatie);
Stoffen opslaan (ijzer, glycogeen, vitaminen/mineralen);
Bloed leveren;
Galvorming.
Opslag ijzer uit hemoglobine in de vorm van het ijzerbindende eiwit ferritine > lever, milt en
rode beenmerg.
Biliverdine (afvalstof Hb) wordt verwerkt door de lever tot bilirubine.
Mitochondriën gebruiken jonge rode bloedcellen uit rode beenmerg voor productie
heemgroepen. Heemgroepen + globine-eiwitten = hemoglobine.
Ontgiften (alcohol):
Levercellen zetten ethanol m.b.v. alcoholdehydrogenase om in ethanal. Ethanal wordt
omgezet door aldehydedehydrogenase om in azijnzuur (niet-giftig) of in glucose/vet.