100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Judgments

Arresten strafprocessuele rechtsmiddelen

Rating
3.8
(4)
Sold
7
Pages
33
Uploaded on
30-09-2018
Written in
2018/2019

- HR 16 oktober 1987, NJ 1988/841 m.nt. MS en C, Gesloten stelsel - HR 1 februari 1991, NJ 1991/413 m.nt. ThWvV, Doorwerking Kostovski - HR 6 januari 1998, NJ 1998/644, Beslissing tenuitvoerlegging - HR 8 mei 2001, NJ 2001/587 m.nt. JR, Vormverzuimen en gesloten stelsel - HR 30 oktober 2001, NJ 2002/230 en 231 m.nt. JdH, Herstelarresten - HR 22 juni 2004, NJ 2004/561 m.nt. PMe Gesloten stelsel 2 - HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478, Herstelbeslissing feitenrechter - HR 16 april 1996, NJ 1997/331, Omvang appel - HR 10 oktober 2006, NJ 2006/566, Geen einduitspraak - HR 3 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK1798, Art. 322 lid 4 Sv - HR 1 maart 1977, NJ 1977/364 m.nt. ThWvV, Conversie - HR 18 juni 1991, NJ 1991/838 m.nt. ThWvV, Uitzondering op conversie - HR 14 december 2010, NJ 2011/19, Onttrekking en conversie - HR 3 april 1984, NJ 1984/634 m.nt. ThWvV, Wintersport - HR 14 mei 1991, NJ 1991/714, Vertrouwen op akte - HR 27 februari 2001, NJ 2001/499 m.nt. Sch, Anoniem aanwenden rechtsmiddel - HR 21 mei 2002, NJ 2002/398, Aanwenden door rechtspersonen - HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2052, Aanwenden door gedetineerde - HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, Aanwenden rechtsmiddel per fax - HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9223, Appelschriftuur en volmacht - HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6999, Herstel gebrekkige volmacht - HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2750, Brief aan OM - HR 5 december 2017, NJ 2018/49 m.nt. T. Kooijmans, Gemachtigd vertegenwoordiger - HR 28 maart 1995, NJ 1995/500 m.nt. Sch, Vertrouwen op onjuiste informatie - HR 24 maart 1998, NJ 1998/482, Onjuiste informatie - HR 20 oktober 1998, NJ 1999/50, Verontschuldigbare dwaling? - HR 3 juli 2001, NJ 2001/533, Te laat - HR 14 mei 2002, NJ 2002/403, HR stelt zelf termijn vast - HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6742, Voorlichting aan verdachte - HR 20 september 1982, NJ 1983/220, Afstand hoger beroep? - HR 19 oktober 1993, NJ 1994/69 m.nt. ThWvV, Intrekking appel ter terechtzitting - HR 19 mei 1998, NJ 1998/663, Verschoonbare dwaling? - HR 12 juni 2001, NJ 2001/695 en 696, m.nt. JdH, Afstand hoger beroep en termijnoverschrijding door gestoorde - HR 15 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8555, Bewijskracht zittingsverbaal - HR 27 maart 1990, NJ 1990/655, Niet-ontvankelijkheid partieel appel - HR 16 april 1996, NJ 1997/331, Omvang appel (zie week 2) - HR 3 april 2007, NJ 2007/210, Uitleg tenlastelegging - HR 3 april 2007, NJ 2007/211, Appelakte en omvang appel - HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0256, Toepassing art. 423 lid 1 Sv - HR 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2709, Inhoud appel na Stroomlijnen hoger beroep - HR 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6561, Omvang appel en art. 407 Sv - HR 21 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1236, Omvang appel na terugwijzing door HR - HR 28 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:323, Wijziging TLL na vrijspraak - HR 19 juni 2007, NJ 2007/626, Noodzakelijkheidscriterium - HR 1 juli 2014, NJ 2014/441 m.nt. M.J. Borgers, Overzichtsarrest I getuigenverzoeken - HR 4 juli 2017, NJ 2017/440 m.nt. T. Kooijmans, Overzichtsarrest II getuigenverzoeken - HR 3 maart 1998, NJ 1999/59, ‘Beschouwen als herhaald en uitgesproken’ - HR 30 juni 1998, NJ 1999/60 m.nt. Kn, Algemene verwijzing naar pleitnota - HR 12 februari 2002 en 7 mei 2002, NJ 2002, 427/428 m.nt. JdH, Verweren in appel - HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1340, Beperking verdediging - HR 7 mei 1996, NJ 1996/584, Appel en vrijspraak van onderdelen van de tenlastelegging - HR 2 november 1999, NJ 2000/174 m.nt. JdH, Wijziging tenlastelegging in appel - HR 7 mei 1996, NJ 1996/557 m.nt. ’tH, Criteria twee instanties - VN-Mensenrechtencomité 1797/2008, NJ 2012/305, Verlofbeschikking - EHRM 22 februari 2011, appl.nr. 26036/08, NJ 2012/306 m.nt. T.M. Schalken (Lalmahomed v. the Netherlands), Verlofbeschikking en art. 6 EVRM - HR 26 juni 1962, NJ 1963/12 m.nt. WP, Kousen en sokken - HR 10 november 1992, NJ 1993/306 m.nt. Sch, Toetsing van de ‘verdenking’ - HR 18 februari 1997, NJ 1997/411, Geen belang - HR 24 februari 2004, NJ 2004/477, Ambtshalve cassatie - HR 2 maart 1999, NJ 1999/739 m.nt. JdH, Verweren en cassatiemiddelen - HR 22 oktober 2002, NJ 2003/154 en 155 m.nt. YB, Klagen over redelijke termijn - HR 26 februari 2002, NJ 2003/557, Benadeelde partijen - HR 31 januari 2006, NJ 2007/286 m.nt. D.H. de Jong, Grondslagverlating - HR 17 juni 2008, NJ 2008/358, Redelijke termijn - HR 31 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6595, Cassatieberoep verlofbeschikking - HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0129, Art. 80a RO - HR 3 februari 2015, NJ 2015/140 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen, Parket en art. 80a RO - HR 12 april 2016, NJ 2016/250 m.nt. T. Kooijmans, Art. 80a RO en redelijke termijn - HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, Art. 80a RO II - HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:507, Beperking cassatieberoep - HR 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:46, Bouterse - HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:735, Gewijzigd deskundigeninzicht - HR 8 november 2016, NJ 2017/69 m.nt. T. Kooijmans, Herziening ten nadele

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Arresten strafprocessuele rechtsmiddelen 2018-2019

HR 16 oktober 1987, NJ 1988/841 m.nt. MS en C, Gesloten stelsel

De PR heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 maanden,
waarvan 2 voorwaardelijk. Dat mocht onder het toen der tijd geldende recht niet,
toen mocht de PR maximaal 6 maanden vrijheidsstraf opleggen waarbij geen
verschil werd gemaakt tussen de voorwaardelijke of onvoorwaardelijke straf.

De veroordeelde trok het hoger beroep in, maar probeerde executie te verhinderen
door een kort geding aan te spannen.

HR: in dergelijke gevallen kan de civiele rechter niet worden ingeschakeld om
gevolgen van een inhoudelijk evident onjuist strafvonnis ongedaan te maken.

HR 1 februari 1991, NJ 1991/413 m.nt. ThWvV, Doorwerking Kostovski

Kostovski had een klacht ingediend bij de toenmalige Europese Commissie voor de
Rechten van de Mens, dat hij in NL ten onrecht was veroordeeld omdat het bewijs in
zijn strafzaak uitsluitend was ontleend aan anonieme getuigenverklaringen.
- Het EHRM kwam later in deze zaak tot vaststelling van een
verdragsschending door NL.

HR: een door het EHRM geconstateerde verdragsschending kan de onverkorte
tenuitvoerlegging van een veroordeling onrechtmatig maken en daarmee het
gesloten stelsel van rechtsmiddelen doorbreken wanneer die uitspraak noopt tot de
slotsom dat de beslissing van de strafrechter tot stand is gekomen op zodanige
wijze dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke behandeling van de
zaak in de zin van art. 6 lid 1 EVRM.
- De HR verwierp het cassatieberoep van de twee mededaders van Kostovski,
omdat in hun zaken niet het geval zich voor had gedaan dat het EHRM een
verdragsschending had vastgesteld.

HR 6 januari 1998, NJ 1998/644, Beslissing tenuitvoerlegging


HR: op grond van art. 14j Sr staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging voor
zover zij geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten
geen rechtsmiddel open. Het Hof heeft de verdachte terecht N-O verklaard in zijn
hoger beroep en tevens staat voor de verdachte geen beroep in cassatie open.
- Dit is niet in strijd met art. 14 lid 5 IVBPR, want deze bepaling houdt niet een
voor rechtstreekse toepassing door de rechter vatbaar voorschrift in waarbij
aan de rechterlijke macht van de verdragsstaten een grotere rechtsmacht
wordt verleend dan de nationale wet haar toekent.

HR 8 mei 2001, NJ 2001/587 m.nt. JR, Vormverzuimen en gesloten stelsel

HR: vormverzuimen bij de aanhouding en de inverzekeringstelling zijn geen
vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek in de zin van aart. 359a Sv.

,Dergelijke vormverzuimen kunnen aan de orde worden gesteld bij het verhoor door
de r-c, tegen wiens oordeel geen hogere voorzieningen openstaat.
- Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken zou op een
onaanvaardbare wijzen worden doorkruist indien bij de behandeling van de
zaak ter zitting opnieuw of alsnog een beroep zou kunnen worden gedaan op
dergelijke verzuimen. Noch de tekst van art. 359a Sv noch de
wetsgeschiedenis van die bepaling geeft daartoe aanleiding.


HR 30 oktober 2001, NJ 2002/230 en 231 m.nt. JdH, Herstelarresten

Door een verzuim van de administratie is een tijdige indiening van de schriftuur niet
onder de aandacht van de HR gekomen, waardoor de HR -overeenkomstig het
toentertijd geldende recht – alleen ambtshalve naar de zaak had gekeken.

HR: na constatering van de vergissing werd de behandeling van het beroep in
cassatie hervat en werden de schrifturen alsnog inhoudelijk behandeld. Dit leidde
tot 2 aanvullende arresten die strekte tot herstel van de eerste uitspraken.
- HR oordeelt dat hij ‘zijn eerder gedane uitspraken dient aan te vullen’.

HR 22 juni 2004, NJ 2004/561 m.nt. PMe Gesloten stelsel 2

De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte onrechtmatig
is gedetineerd en dat dit moet leiden tot ophefng van de voorlopige hechtenis en
strafvermindering. Tevens zou dit ook geleid hebben tot schending van art. 5 lid 1
sub a en art. 6 lid 1 EVRM.

Het Hof acht de hernieuwde detentie van de verdachte niet in onrechtmatig en kan
zich verenigen met het door de raadkamer van het hof gegeven beschikking en de
daarbij gebezigde motivering.

HR: tegen de beschikking van de raadkamer van het Hof inzake de voorlopige
hechtenis van de verdachte stond voor de verdachte geen hogere voorziening open.
Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken zou op onaanvaardbare wijze
worden doorkruist indien bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting opnieuw
of alsnog een verweer als het onderhavige gevoerd zou kunnen worden

HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478, Herstelbeslissing
feitenrechter
Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden
waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Vier weken later
maakt het Hof een "herstelbeslissing" inhoudende dat de verdachte bij het eerdere
arrest is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden voorwaardelijk met
een proeftijd van 2 jaren.

HR: het is de feitenrechter in strafzaken toegestaan een herstselbeslissing te geven
indien de oorspronkelijk gewezen beslissing een onmiddellijk kenbare fout bevat.
- Het gaat hier om een zelfstandige, niet in de wet verankerde en beperkte
mogelijkheid voor de feitenrechter om een in zijn uitspraak voorkomende

, kennelijke rekenfout, schrijfout of andere kennelijke fout die zich voor
eenvoudig herstel leent te verbeteren.
o Dat brengt mee dat de feitenrechter slechts in evidente gevallen
gebruik kan maken van de bevoegdheid het dictum te verbeteren,
mede met het oog op de richtige executie van de uitspraak.
- Er is gelet op het voorgaande geen aanleiding in strafzaken de procespartijen
in de gelegenheid te stellen zich over een voorgenomen verbetering uit te
laten.
- Een herstelbeslissing dient te worden gewezen door de rechter(s) die op de
zaak heeft/hebben gezeten.
- De grifer dient er zorg voor te dragen dat de herstelbeslissing wordt
aangetekend op dan wel wordt gehecht aan het origineel van de uitspraak en
per gewone brief ter kennis van de procespartijen wordt gebracht.
- Tegen de verbetering (of de weigering daarvan) staat geen rechtsmiddel
open.
- Een herstelbeslissing heeft evenmin invloed op de termijn voor het instellen
van een rechtsmiddel in de strafzaak.

HR 16 april 1996, NJ 1997/331, Omvang appel

Door de raadsman is hoger beroep ingesteld, maar de akte van appel vermelde niet
afzonderlijk dat het hoger beroep zich ook richtte tegen de toewijzing van de
vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging.

HR: Vaste jurisprudentie is dat voor het oordeel van de vraag of het hoger beroep
mede is ingesteld tegen tussenbeslissingen tevens in aanmerking moet worden
genomen hetgeen ter zitting in hoger beroep is gesteld omtrent de omvang van het
hoger beroep.

De ontvankelijkheid van hoger beroep tegen beslissingen ter zitting en in
tussenvonnissen is afhankelijk van het aanvoeren van bezwaren daartegen in hoger
beroep.
- Dit is een zeer ruime uitbreiding: het gaat niet meer om een formeel
criterium: of hoger beroep is ingesteld maar om een van zeer materiële aard:
als de verdachte in hoger beroep ergens bezwaren tegen blijkt te hebben
(binnen het strafproces) en dat ergens is een beslissing van de rechter dan
volgt daaruit dat hij daartegen indertijd ook geacht moet worden hoger
beroep te hebben ingesteld.


HR 10 oktober 2006, NJ 2006/566, Geen einduitspraak

Aan de verdachte zijn 3 strafbare feiten ten laste gelegd, maar de politierechter
heeft de verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 veroordeeld. Er wordt hoger
beroep ingesteld en de raadsman verzoekt het Hof de zaak terug te verwijzen naar
de rechtbank, want de politierechter heeft in het vonnis geen beslissing genomen
m.b.t. feit 3. De raadsman is van mening dat het onderzoek inzake feit 3 nog niet is
afgesloten en de zaak terugverwezen dient te worden (i.v.m. art. 345 Sv)

HR: het hoger beroep van de verdachte kan zich niet uitstrekken tot het 3 e feit.

, - Bij gebreke van een einduitspraak staat ingevolge het bepaalde in art. 404 lid
1 Sv ter zake van dit feit geen hoger beroep open.
o Nu het hoger beroep zich niet uitstrekte tot feit 3 kon het Hof de zaak
ter zake van feit 3 dus ook niet verwijzen naar de Rechtbank.
o

HR 3 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK1798, Art. 322 lid 4 Sv

Uit art. 322 lid 4 Sv volgt: indien de rechter, wanneer een getuige na een gegeven
bevel niet is verschenen, uit hoofde van art. 287 of art. 288 Sv een beslissing geeft
omtrent het (alsnog) horen of oproepen van de niet verschenen getuige, blijft die
beslissing in het geval het onderzoek ter terechtzitting daarna opnieuw wordt
aangevangen in stand.
- Redelijke wetstoepassing brengt mee dat art. 322, vierde lid, Sv ook de uit
hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat.
Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek in
stand. Is de getuige dan niet verschenen, dan zal een beslissing uit hoofde
van de art. 287 en 288 Sv moeten worden gegeven
o Bovenstaande geldt niet wanneer op de voet van art. 328 en 331 Sv in
verbinding met art. 315 Sv een afwijzende beslissing op ter
terechtzitting gedane verzoek tot oproeping van getuigen. T.a.v. die
afwijzende beslissing geldt art. 322 lid 4 Sv niet. Wordt na een
dergelijke beslissing het onderzoek opnieuw aangevangen, dan zal
voor het verkrijgen van een voor hoger beroep of cassatie vatbare
beslissing het desbetrefende verzoek opnieuw moeten worden
gedaan.
HR 1 maart 1977, NJ 1977/364 m.nt. ThWvV, Conversie

Verdachte had beroep in cassatie aangewend, terwijl hoger beroep voor hem
openstond. Hij had deze fout kennelijk gemaakt, omdat de Kantonrechter hem bij de
uitspraak verkeerd had voorgelicht.

HR: het is aannemelijk dat hij tegen het vonnis hoger beroep zou hebben ingesteld,
indien hem door de Kantonrechter kennis ware gegeven dat alleen dat rechtsmiddel
tegen het vonnis openstond.
- HR vindt hierin aanleiding om tot herstel van de gevolgen over te gaan en
hem deze misslag niet toe te rekenen. De HR verstaat dat hij hoger beroep
heeft willen instellen en bepaalt, dat de stukken van het geding zullen
worden verzonden naar de appelinstantie.

HR 18 juni 1991, NJ 1991/838 m.nt. ThWvV, Uitzondering op conversie

Het (kennelijk) willens en wetens aanwenden van een rechtsmiddel dat niet
openstaat, leidt (niet tot conversie maar) tot niet-ontvankelijkheid in dat
rechtsmiddel.

HR 14 december 2010, NJ 2011/19, Onttrekking en conversie

Verdachte is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde en er is onttrekking aan
het verkeer van onder meer 3 in beslag genomen personenauto’s bevolen.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 30, 2018
File latest updated on
October 3, 2018
Number of pages
33
Written in
2018/2019
Type
Judgments

Subjects

$8.25
Get access to the full document:
Purchased by 7 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 4 reviews
6 year ago

7 year ago

7 year ago

7 year ago

3.8

4 reviews

5
0
4
3
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Fleur141 Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
177
Member since
11 year
Number of followers
127
Documents
33
Last sold
4 year ago

3.5

26 reviews

5
3
4
12
3
8
2
1
1
2

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions