Deeltoets
anatomie/fysiolo
gie
Romy Leussink
,Inhoudsopgave
Neuro-anatomie in Hoofdlijnen.......................................................................................................... 2
Hersencirculatie................................................................................................................................. 9
Symptomen verklaard..................................................................................................................... 15
Baansystemen................................................................................................................................. 25
Neurofysiologie................................................................................................................................ 31
Motorisch leren................................................................................................................................ 40
1
,Neuro-anatomie in Hoofdlijnen
Leerdoel 1: beschrijf de anatomische en functionele termen en modellen van het zenuwstelsel.
Anatomische terminologie:
Het zenuwstelsel bestaat uit 2 delen:
Centrale zenuwstelsel Perifere zenuwstelsel
Gedeelte dat wordt omhuld door delen van het Bestaat uit:
skelet.
Bestaat uit: Hersenzenuwen;
De spinale zenuwen en hun vertakkingen
Hersenen: bevindt zich in het
schedelholte
Ruggenmerg: bevindt zich in het
wervelkanaal
Kerngebied/nucleus: een groep bijeen Ganglion: in een groep bijeen liggende
liggende cellichamen van neuronen cellichamen en neuronen
Tractus/fasciculus: bundel zenuwvezels Nervus: bundel zenuwvezels (axonen)
(axonen)
Centrale zenuwen: Perifere zenuwen:
Van de hersenen treden via gaten in de Somatische zenuwen: zorgen voor de
schedel hersenzenuwen uit innervatie van het houdings- en
Uit het ruggenmerg treden de spinale bewegingsapparaat en van de zintuigen
zenuwen. aan het lichaamsoppervlak;
2
, Splanchnische zenuwen: zorgen voor de
innervatie van de orgaanstelsels.
Functionele terminologie:
Sensorische systeem Motorische systeem
Houdt zich bezig met het geleiden en Tot het motorische systeem behoren:
verwerken van prikkels die door sensoren (=
zintuigen) zijn opgevangen. Tot het Perifere structuren: perifere motorische
sensorische systeem behoren: zenuwvezels en de effectororganen. De
effectororganen zijn in het algemeen
Perifere structuren: sensoren en perifere spieren.
sensorische zenuwvezels Centrale structuren: motorische velden
Centrale structuren: sensorische banen en motorische banen.
en sensorische projectievelden.
Vezels in het perifere zenuwstelsel zijn sensorisch of motorisch. Bij de sensoriek is de grens
tussen animaal en vegetatief moeilijk te trekken. Bij de motoriek is er wel een grens tussen animaal
en vegetatief te trekken:
Animaal Vegetatief
Alle functies en structuren die betrokken zijn De functies en structuren die gericht zijn op de
bij het waarnemen van de buitenwereld en bij instandhouding van de homeostase in het
de sensoriek en motoriek van het houdings- en lichaam, de groei en de voortplanting. Dit deel
bewegingsapparaat van het zenuwstelsel, met name het
motorische deel, wordt ook autonoom
genoemd omdat dit systeem onafhankelijk van
de wil functioneert.
Het vegetatieve zenuwstelsel bestaat uit 2
systemen die als antagonisten werken:
Het sympatische systeem: stelt het
3