S A M E N V AT T I N G
,SUB VISIES FILOSOFIE
• Metafysica = Wat is de aard der dingen
• Ontologie = Wat zijn bepalende eigenschappen van dingen en hoe ontstaan die eigenschap
• Epistemologie = Wat is kennis en hoe komen wij daartoe?
• Binnen de filosofie:
– Rationalisme = Ratio, redeneren.
– Empirisme = Empirie, zintuigen.
,DEDUCTIE VS. INDUCTIE
Deductie Inductie
Zekerheden Waarschijnlijkheden
Algemeen à Concreet Concreet à Algemeen
Specificatie bestaande kennis Vorming nieuwe kennis
Alle mensen zijn sterfelijk Hans is een mens en sterfelijk
Hans is een mens Ans is een mens en sterfelijk
Hans is sterfelijk Dus alle mensen zijn sterfelijk
Wanneer de premissen niet correct zijn, leidt een syllogisme niet tot ware kennis.
, • Heraclites: Becoming (Hans: alles zijn fases)
– Panta rei: Alles stroomt
– Niets is, alles wordt.
• (Cratylus is opvolger)
HERACLITES • Paramenides: Being (Permanent). à Epistemologisch aansluitend bij P
VS – Verandering is misleiding door zintuigen, onveranderlijke realiteit
PARAMENIDES onderliggend
– Alles is, niets wordt.
Overeenkomst: Beide onderzoek naar ontologische vraagstukken
,P R O TA G O R A S
• Heraclites’ veranderlijke
is een persoonlijke werel
• Iedereen kijkt vanuit een
perspectief op een ander
moment, vandaar een and
werkelijkheid.
– Kennis is dus relatie
Afhankelijk van dieg
naar de wereld kijkt
• Homo mensura = De me
de maat van alle dingen.
,SOCRATES
• Rationalist
• Bekend door geschriften Plato
• Het enige wat ik zeker weet is dat ik niets weet.
• Harmonieuze samenleving centraal.
– Individu < Samenleving
• Aansluiting bij Protagoras:
– Empirie voldoet niet. Door persoonlijke interpretatie.
– Scepticisme.
• Wees vooral op goede en slechte van de mens.
– Kwade = onwetendheid, voorkomen door zelfontplooiing.
– Goede = te leren door zelfreflectie.
,PLATO
• Leerling Socrates. Rationalist en dualist.
• Ook Nativist: Mensen hebben aangeboren ideeën. à Reïncarnatie.
• Dualisme (2 werelden).
– Ideeënwereld/Vormenwereld: Perfecte wereld. Vlagen door herinnering.
– Zintuigelijke wereld: Interpretatie van perfecte wereld.
• Syllogisme door deductie. Zie: 3. Deductie vs. Inductie
• Mensbeeld: Zelfontploooing.
– 3 zielsdelen/deugden:
• Kennende = bestuurt delen in wijsheid
• strevende = dapperheid
• begerende= zucht naar genot, zou moeten matigen
– Leiden de persoon naar het goede.
– 3 klassen in maatschappij:
• materiele klasse (arbeid), beschermende klasse (wachters) en besturende klasse (filosofe
, ARISTOTELES g a
a lle
ng: ook k
wa n nee
en ijken n
r
it n
v ooru aten e
e sl
p p elijk ren lo atuur
a e n
en sch eoretis
t
We uter th
lo
• Empirst, monist (1 wereld)
• Peripatetic Axiom --> niets in intellect wat niet verworven is door zintuigen.
– Tabula rasa!
• Inductief syllogisme als basis.
• Rationalistische trekken:
– Kritiek op eigen inductieve methode (geen zekere kennis)
– Observaties én intuïtie
• Antropomorfische visie:
– Menselijk gedrag model van alles:
• Objecten hebben een ziel. Steen valt omdat hij wil verplaatsen
• Teleologie
– Zoektocht naar het doel
– Drie zielsdelen:
• Vegetatief, sensitief, cognitief.