rechterzijde van de weg.
2. Formal law: wanneer er geen consequenties zijn aan de substantive law, wordt de formal
law gebruikt.
Vb: Wanneer een bestuurder 20km per uur te hard rijdt zal er zonder formal law geen consequenties
zijn. De formal law geeft hier de boete aan.
Public law: regelt de relaties tussen de regering en de bevolking
Public substantive law: zie vb.
Public formal law: strafrecht: je mag wetten niet overtreden
Private law: regelt de relatie tussen de inwoner en degenen die acteren (overheid) als inwoner
Private substantive law: bv. contractuele goede trouw
Private formal law: bv. Dat je in een contract aangeeft niet naar de rechter te gaan maar afspreekt
door mediation.
Wettelijke branches
1. Internationale economische samenwerking>lastig op te delen want heeft groot effect
2. Constitutioneel (grondwettelijk) en administratief recht>public law
3. Contractrecht, aansprakelijkheidsrecht, arbeidsrecht en vennootschapsrecht>private law
‘law regulates just behaviour in society’
Justice: wat als wenselijk wordt gezien in een maatschappij.
Opportuness: Het effectief kunnen toepassen van een regel
Legal certainty: elk individu zou moeten weten wat de consequenties zijn voor hun daden voor de
handeling.
Natural law: staat als begrip voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden. Deze regels
staan boven de positive law
Positive law: is het recht dat op een bepaald tijdstip of plek geldt zoals het recht wat in NL of BE
actief is. De wet is alleen een wet als deze is opgeschreven.
Gecodificeerde standaarden: regels die gemaakt zijn door een wetgever die soms de natural law
nodig hebben om te functioneren. Een geschreven regel kan namelijk niet elke situatie dekken.
Internationale codified standards: standaarden die gemaakt zijn doormiddel van een contract tussen
staten.
Treaty/verdrag: een geschreven contract tussen twee of meer staten die zichzelf gebonden achten
aan de inhoud t.o.v. elkaar.
Bilateraal verdrag: een verdrag tussen twee landen
Multilateraal verdrag: een verdrag tussen meer dan twee landen (impact op handel en grenzen)
Een verdrag wordt legaal gemaakt door:
1. De wetgever moet een handtekening zetten, namens het land op het verdrag
2. Rectificatie: wanneer het parlement zowel de handtekening heeft gezet als het verdrag heeft
goedgekeurd, kan de wet (zijn alleen binnenlands geldig) worden uitgevoerd.
, Constitutional law: regelt en beperkt de toekenning van de macht in een staat. Sommige instanties
van een staat mogen de macht gebruiken tegen de inwoners, terwijl de inwoners ook rechten
hebben om deze macht te controleren.
Soorten regels
1. De staat: landgrenzen, politieke systemen, volkslied, vlag
2. Toekenning van de macht aan de instituties en het beperken van de macht tot een bepaald
niveau.
3. Herkennen van de rechten van de inwoners, wat kan ingeroepen worden wanneer de macht
wordt misbruikt. Vb. het recht op privacy, het recht op vrijheid, het recht om te spreken
Negative freedom: de inwoner is vrij om te doen wat hij wilt zonder interventie van de instituties.
Positive freedom: d.m.v. interventie van de instituties krijgt de inwoner de mogelijkheid om een
betere weg te maken voor zijn leven (meer regels).
Om machtsmisbruik te voorkomen wordt de macht opgedeeld in drie soorten instituties
1. Wetgevende macht: verantwoordelijk voor het maken van wetten
2. Uitvoerende macht: voert de wetten uit
3. Rechtelijke macht: verantwoordelijk voor het uitvoeren van wettelijke verschillen
Staat structuur: de manier waarop de macht wordt verdeeld onder de staten van een land
1. Federatie (VS): steden, regio’s en provincies zijn en hebben een bepaalde hoogte van
bevoegdheid op wetgeving en overheid. Dit verschilt per staat.
2. Eenheidsstaat (NL): dit is een staat waarbij alle macht is gevestigd in nationale politieke
instituties (kabinet , SG, Raad van State en alle politieke partijen). Het is een staat met een
centraal bestuur.
Overheid systeem: de manier waarop de macht verdeeld is onder de politiek instituties van een land
1. Monarchie: is een land met een regeringsvorm waarbij 1 persoon de macht heeft.
2. Republiek: hoogste macht komt voort uit de politiek instituties dat geregeerd wordt door
een president. De president wordt niet aangewezen als erfopvolging (monarchie), maar
meestal door het volk (democratie).
3. Democratie: hoogste macht gevestigd bij de mensen die gekozen zijn door het volk.
NL: constitutionele monarchie, want koning als monarch, maar deze heeft weinig macht,
aangezien het land democratisch wordt geregeerd.
Wetgevende macht
Bi-cameral systeem: de wetgevende macht bestaat uit de 1 e en 2e kamer
Unicameral systeem: de wetgevende macht bestaat uit maar 1 kamer
Uitvoerende macht meestal bestuurd door de prime minister en president. De uitvoerende macht
staat verbonden met de wetgevende macht. Bv. geeft de wetgevende macht niet genoeg geld aan de
uitvoerende macht om de operaties te kunnen financieren.
Rechterlijke macht lagen: district gerechtshof, hof van beroep, hoger gerechtshof. Sommige landen
hebben speciale rechtbanken voor speciale geschillen zoals: administratieve wetten rechtbanken en
militaire rechtbanken. In een federatie (VS) hebben ze een constitutionele rechtbank.