Inleiding Criminologie
Hoorcollege 1: BESTUDEREN VAN CRIMINALITEIT.
Wat is criminologie?
Bestuderen van criminaliteit, daders, slachtoffers en de maatschappelijke reacties daarop.
Wat bestuderen we?
- Criminaliteit daden, daders, slachtoffers.
- Reacties op criminaliteit:
1. Formeel (met het recht): hierbij gebruiken we het strafrecht en bestuursrecht.
2. Informeel (zonder het recht): eigenrichting en beveiliging.
Wat is criminaliteit?
- Twee soorten definities:
1. Formele definitie = juridische constructie. Bij wet.
2. Informele definitie = sociale constructie. Wat wij vinden.
- Het beweegt in tijd. Criminalisering en decriminalisering. (tijd + plaats).
Soorten criminaliteit:
Overtreding en misdrijf.
Kleine en Zware criminaliteit.
Gewelds- en vermogenscriminaliteit. (daad)
Jeugdcriminaliteit. (dader)
Voetbalvandalisme (context)
Wat doe je als criminoloog?
- Beschrijven
- Verklaren
- Voorspellen
- Aanbevelingen preventie
Aggregatieniveaus waarop je deze activiteiten kan doen:
1. Macro landen & steden
2. Meso Sociale categorie & Groep
3. Micro Individuen
Hoorcollege 2: CRIMINOGRAFIE HET METEN VAN CRIMINALITEIT.
Criminaliteit beschrijven kan zowel kwalitatief als kwantitatief.
Lange tijd steeg de criminaliteit, tot 2005, sindsdien wordt het steeds veiliger en daalt de criminaliteit
dus. Toch zijn er op verschillende vlakken ook uiteenlopende ontwikkelingen.
- Regionale verschillen.
- Soorten criminaliteit (cyber)
- Internationale verschillen. asielzoekers.
1. Omvang van criminaliteit = kwantitatief
Waar maken we gebruik van?
- Justitiële statistiek.
Probleem: behandelt niet alle zaken.
, Wel te beantwoorden: hoe werkt het rechtssysteem, wie komt er in terecht?
- Politiestatistiek.
Probleem: wat niet gemeld wordt is niet bekend.
- Slachtofferenquêtes.
Probleem: Niet alle zaken hebben slachtoffers.
- Zelfrapportage.
Probleem: daders willen dit juist verborgen houden.
- Dossieronderzoek.
Omvang uitdrukken in absolute en relatieve cijfers.
Met relatieve cijfers kan je ontwikkelingen in de tijd weergeven en ook vergelijken tussen landen.
Er is ook het zogenaamde dark figure: wat wel gepleegd is, maar niet bekend.
2. Politiecijfers
Wat zijn dat?
- Door de politie geregistreerde misdrijven.
(Enkel misdrijven, geen overtredingen)
Haalwerk: recherchewerk, actief. Drones, langs de huizen etc.
Brengwerk: aangiftes.
Wat kun je ermee?
- Een diachrone vergelijking maken. (tijd)
- Een synchrone vergelijking maken. (plaats)
Wat zijn de beperkingen?
- Het bereik ervan.
- De bereidheid van aangifte doen = aangiftebereidheid.
(Ernst misdrijf, betrokkenheid, verzekering, relatie met dader, afstand tot politiebureau, eerdere
ervaring met aangifte doen, politiebeleid)
- De bereidheid van opmaken van proces-verbaal = registratiebereidheid
(Politiesterkte, politiebeleid, OM-beleid, automatisering, lokaal bestuur)
- Registratie.
- Dark Figure.
3. Slachtofferenquêtes
Wat zijn dat?
- Slachtofferschap van misdrijven en contact met politie.
Wat kun je ermee?
- Wederom diachrone en synchrone vergelijkingen.
- Een deel van het Dark Figure laten zien.
Wat zijn de beperkingen?
- Het bevat alleen de veel voorkomende delicten. Te zeldzame delicten zitten niet vaak bij de
steekproef.
- Alleen de delicten met slachtoffers.
- Niet alle mogelijke slachtoffers zitten erbij. Onder de 15 jaar bijvoorbeeld niet. Ook geen toeristen.
- Juridische kwalificatie is vaak foutief. De burger moet dit zelf indelen.
Er is sprake van een verschuiving van aangiftecriminaliteit naar verborgen criminaliteit. Bijvoorbeeld
drugshandel.
Hoorcollege 1: BESTUDEREN VAN CRIMINALITEIT.
Wat is criminologie?
Bestuderen van criminaliteit, daders, slachtoffers en de maatschappelijke reacties daarop.
Wat bestuderen we?
- Criminaliteit daden, daders, slachtoffers.
- Reacties op criminaliteit:
1. Formeel (met het recht): hierbij gebruiken we het strafrecht en bestuursrecht.
2. Informeel (zonder het recht): eigenrichting en beveiliging.
Wat is criminaliteit?
- Twee soorten definities:
1. Formele definitie = juridische constructie. Bij wet.
2. Informele definitie = sociale constructie. Wat wij vinden.
- Het beweegt in tijd. Criminalisering en decriminalisering. (tijd + plaats).
Soorten criminaliteit:
Overtreding en misdrijf.
Kleine en Zware criminaliteit.
Gewelds- en vermogenscriminaliteit. (daad)
Jeugdcriminaliteit. (dader)
Voetbalvandalisme (context)
Wat doe je als criminoloog?
- Beschrijven
- Verklaren
- Voorspellen
- Aanbevelingen preventie
Aggregatieniveaus waarop je deze activiteiten kan doen:
1. Macro landen & steden
2. Meso Sociale categorie & Groep
3. Micro Individuen
Hoorcollege 2: CRIMINOGRAFIE HET METEN VAN CRIMINALITEIT.
Criminaliteit beschrijven kan zowel kwalitatief als kwantitatief.
Lange tijd steeg de criminaliteit, tot 2005, sindsdien wordt het steeds veiliger en daalt de criminaliteit
dus. Toch zijn er op verschillende vlakken ook uiteenlopende ontwikkelingen.
- Regionale verschillen.
- Soorten criminaliteit (cyber)
- Internationale verschillen. asielzoekers.
1. Omvang van criminaliteit = kwantitatief
Waar maken we gebruik van?
- Justitiële statistiek.
Probleem: behandelt niet alle zaken.
, Wel te beantwoorden: hoe werkt het rechtssysteem, wie komt er in terecht?
- Politiestatistiek.
Probleem: wat niet gemeld wordt is niet bekend.
- Slachtofferenquêtes.
Probleem: Niet alle zaken hebben slachtoffers.
- Zelfrapportage.
Probleem: daders willen dit juist verborgen houden.
- Dossieronderzoek.
Omvang uitdrukken in absolute en relatieve cijfers.
Met relatieve cijfers kan je ontwikkelingen in de tijd weergeven en ook vergelijken tussen landen.
Er is ook het zogenaamde dark figure: wat wel gepleegd is, maar niet bekend.
2. Politiecijfers
Wat zijn dat?
- Door de politie geregistreerde misdrijven.
(Enkel misdrijven, geen overtredingen)
Haalwerk: recherchewerk, actief. Drones, langs de huizen etc.
Brengwerk: aangiftes.
Wat kun je ermee?
- Een diachrone vergelijking maken. (tijd)
- Een synchrone vergelijking maken. (plaats)
Wat zijn de beperkingen?
- Het bereik ervan.
- De bereidheid van aangifte doen = aangiftebereidheid.
(Ernst misdrijf, betrokkenheid, verzekering, relatie met dader, afstand tot politiebureau, eerdere
ervaring met aangifte doen, politiebeleid)
- De bereidheid van opmaken van proces-verbaal = registratiebereidheid
(Politiesterkte, politiebeleid, OM-beleid, automatisering, lokaal bestuur)
- Registratie.
- Dark Figure.
3. Slachtofferenquêtes
Wat zijn dat?
- Slachtofferschap van misdrijven en contact met politie.
Wat kun je ermee?
- Wederom diachrone en synchrone vergelijkingen.
- Een deel van het Dark Figure laten zien.
Wat zijn de beperkingen?
- Het bevat alleen de veel voorkomende delicten. Te zeldzame delicten zitten niet vaak bij de
steekproef.
- Alleen de delicten met slachtoffers.
- Niet alle mogelijke slachtoffers zitten erbij. Onder de 15 jaar bijvoorbeeld niet. Ook geen toeristen.
- Juridische kwalificatie is vaak foutief. De burger moet dit zelf indelen.
Er is sprake van een verschuiving van aangiftecriminaliteit naar verborgen criminaliteit. Bijvoorbeeld
drugshandel.