2020
Belgische
Binnenlandse
politiek
EERSTE BACHELOR CRIMINOLOGIE
CRIMINOLOGIESTUDENTE
,Indeling: de te kennen hoofdstukken voor het examen
- Inleiding
- H1: de liberalen
- H2: de socialisten
- H3: de volksunie en erfgenamen
- H4: de christen democraten
- H5: de groenen
- H6: het vlaams belang
- Wegwijs in uw gemeente
- Actualiteit:
o Een overzicht van: Federale ministers, Vlaamse ministers, voorzitters van de
Belgische partijen, voorzitters van de vakbonden, fractieleiders in de Kamer en
fractieleiders in de Senaat. Ook overige voorzitters komen aanbod
(provinciegouverneur, senaat, ...)
, Inleiding:
- Vivaldi coalitie
- Jan Jambon
o Vl minister president
- Hilde Crevits, Bart Somers en Ben Weyts
o VL vice ministers
- Volgende verkiezingen: 2024 mei/juni voor provinciale, …
- In BE: opkomstplicht bij verkiezingen
- Algemeen enkelvoudige stemrecht
o Voor mannen: 1918
o Voor vrouwen: 1945
- Breuklijnen:
o Levensbeschouwelijk
§ Cd&v versus liberalen
§ Vb: abortus, euthanasie, legalisering van softdrugs
o Sociaaleconomisch
§ Socialisten versus liberalen
§ Kapitalisme
o Communautair
§ Wallonië versus Vlaanderen
o Materialisme versus postmaterialisme
§ Liberalen versus Groen
o Verticale breuklijn (Luc Huyse)
§ Kloof tss de burgers en de politiek
§ 24/11/1991: Zwarte zondag
• Doorbraak vh Vlaams Blok en de partij van ROSSEM
, H1: De liberalen
1. Doctrinairen vs. Progressisten
- 1830: Belgische revolutie
o resultaat samenwerking liberalen en katholieken (= Unionisme)
§ Men moest samenwerken om de revolutie te starten
§ Eendracht maakt de macht
§ Het unionisme boven het ideologische
- 1838 was er de bischoppelijke veroordeling vd vrijmetselaarij die verregaande politieke
gevolgen zou kennen
o Gevolg: katholieke leden trekken zich terug uit de vrijmetselarij
o Dus: vrijmetsalarij w een belangrijke steunpilaar vr het liberalisme
§ Vb: 1 vd loges lag ad basis vh eerste liberale congres in 1846
- 1839 - Verdrag 24 Artikelen
o Wat? Nederland verklaarde zich akkoord met de onafhankelijkheid van België
o Gevolg: politieke meningsverschillen tussen liberalen en katholieken terug aan
oppervlakte
o We onderscheiden 3 groepen liberalen op dat moment:
§ 1) Anti-klerikale liberalen
• Waren sterk afhankelijk vh VKN op economisch vlak
• Steunden deconfessionalisering politiek v Wilem 1
o = scheiding tss kerk en staat
§ 2) Ratachisten
• Franstalige Belgen die wilden dat Wallonië aansloot bij Frankrijk
§ 3)Democraten
• Vonden dat er meer moest zijn dan revolutie
• doordat de revolutie niet genoeg doordrukt was weigerden ze de
gematigdheid vh unionisme te onderschrijven
§ => De anti-klerikalen en de ratachisten gaan samenwerken en zullen een
gemeenschappelijk strijdprogramma vinden ih anti-klerikalisme
- Merk op: levensbeschouwelijke breuklijn => aanvankelijk sterke aanhang bij katholieken,
daarna vnl. basis voor liberalen
, - 1846 - eerste Congres liberalen
o Wat?: dit was de start vd Liberale Partij met de bedoeling een “hechte eenheid
van liberalen in BE te verzekeren”
o Al vlug waren er verschillende meningen over programma; er ontstonde 2
kampen
§ Doctrinairen:
• Economische macht in handen
• Contra sociale verandering
• Te sterke ideologische profilering schrikt kiezers af
• Ontwijken confrontatie met katholieken (want zij hadden sociale
controle)
§ Progressisten: (= lagere bourgeoisie)
• Pro sociale verandering (afschaffing werkboekjes, reglementering
vrouwen- en kinderarbeid)
• Afschaffing gedifferentieerde cijns
• Organisatie lekenonderwijs
• Gingen confrintatie met katholieken wel aan
• Zochten ook toenadering bij de socialisten (= Belgische Werklieden
Partij)
o Uiteindelijk w er toch een consensus gevonden over minimaal programma
§ Zal het partijprogramma blijven tot 1893:
• er was toen Algemeen enkelvoudig stemrecht
• centraal punt was de onafhankelijkheid vd openbare macht
o toch werd afstand tussen doctrinairen/gematigden en progressisten/radicalen
groter
§ De definitieve breuk ih liberale kamp komt er wnr de progressisten coalities
sluiten met de socialisten
• Deze coalities zijn h logische gevolg vh feit dat de socialisten de
steun knn gebruiken vd progressisten bij de uitbouw v hun
parlementaire macht, terwijl de progressesten arbeiders nodig
hadden in hun strijd tegen de doctrinairen
- 1900 zorgde, uiteindelijk toch, voor een verzoening tussen beide strekkingen.
- Tot 1961 was er nog geen sprake van een echte partijorganisatie. EXAMEN
o Dit zal veranderen door de oprichting van de PVV/PLP.
- Op electoraal gebied: na invoering AES (= algemeen enkelvoudig stemrecht) (1919)
o Liberalen op derde plaats in partijhiërarchie
- Examen: verschil tss doctrinairen en progressisten?
o Doctrinairen hadden econ macht in handen en ontwijken de confrontatie met
katholieken, de progressisten niet.