ψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπ
ασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγη
ϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχ
Basisbegrippen van het recht
ϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθ
ωερτψυιοπασδφγηϕκτψυιοπασδφγηϕκλ
ζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβ
νµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθωε
ρτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιο
πασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγ
ηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζ
ξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβν
µθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτ
ψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµρτψυιοπασδ
φγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλ
ζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβ
νµθωερτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθωε
ρτψυιοπασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιο
πασδφγηϕκλζξχϖβνµθωερτψυιοπασδφγ
, Basisbegrippen van het recht
Inhoudsopgave
Wat is recht? 4
Centrale elementen 4
Basisbegrippen 5
Rechtssubjecten 5
Begrippen 5
Fysieke personen 7
Rechtspersonen 8
Bekwaamheid 11
Fysieke personen 11
Rechtspersonen 18
Rechtshandelingen 19
Geldigheid 20
Nietigheid 23
Tegenwerpelijkheid 24
Vertegenwoordiging bij rechtshandelingen 25
Vorm van rechtshandelingen 28
Soorten rechtshandelingen 32
Aansprakelijkheid 35
Soorten aansprakelijkheid 36
Grondslagen van de extra-contractuele aansprakelijkheid 38
Schade 45
Causaal verband 45
Gevolgen van extracontractuele aansprakelijkheid 47
Rechtsmisbruik 47
Subjectieve rechten 49
Begrip 49
Nut 49
Indeling 49
Duurzame ontwikkeling 55
Begrip 55
Internationaal kader 55
Federaal kader 57
Vlaams kader 59
Organisaties en burgers procederen voor het klimaat 59
Aan de UGent 60
In onze rechtenopleiding 60
Rol van het recht 60
Enkele toepassingen voor juristen 61
Conclusie 62
Professionele actoren in het recht 62
De magistraat 62
Het gerechtspersoneel 62
De griffier 62
2
, Basisbegrippen van het recht
De referendaris 63
De parketjurist 63
De advocaat 63
De gerechtsdeurwaarder 64
De notaris 64
De bedrijfsjurist 64
De overheidsjurist 64
De jurist in academia 64
3
, Basisbegrippen van het recht
Wat is recht?
Centrale elementen
Een geheel van gedragsregelen…
- bevel of verbod, van verschillende intensiteit
- dwingende of aanvullende regels
… met een institutioneel en begripsmatig kader…
→ voor de formulering, toepassing en afdwinging van de gedragsregels
… opgelegd door de maatschappij…
→ via wetgevende organen
… met als doel: de ordening van de maatschappij
→ de kwaliteit van deze ordening is afhankelijk van drie parameters:
1) Rechtzekerheid
Juridisch-technische vereisten:
- voorspelbaarheid (cf. het adagium Nemo censetur ignorare legem)
- vastheid
- algemeenheid
- onderlinge consistentie
→ er zijn al meer uitzonderingen dan regels
2) Rechtvaardigheid
Is evolutief, maar met een harde kern van immer te respecteren waarden
→ het is subjectief
3) Doeltreffendheid
Middelen aangepast aan de doelstellingen
→ wetsevaluatie? Weinig toegepast in België (regeringen veranderen)
Rechtsregelen worden gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag:
- uitvoerende macht
- rechterlijke macht
(initiatief tot handhaving is verschillend in privaatrecht en publiekrecht)
4
, Basisbegrippen van het recht
(Continentaal) recht: een geheel van gedragsregelen en ermee samenhangende institutionele
voorschriften uitgevaardigd en gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag, met
het oog op een rechtszekere, rechtvaardige en doeltreffende ordening van de maatschappij
Basisbegrippen
Rechtssubjecten
Begrippen
Privaatrecht: het geheel van rechtsregels dat de onderlinge rechtsverhoudingen tussen
personen beheerst, en beoogt de private belangen van individuen of groepen van individuen te
regelen
Publiekrecht: regels ten aanzien van de verhouding tussen de burger en de overheid. Ook
omvat dit rechtsgebied de verhouding tussen overheidsinstanties onderling.
Objectief recht: het recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats geldt
Subjectief recht: het burgerlijk recht (i.t.t. een politiek recht) van een actief rechtssubject om,
door middel van een vordering in rechte, een precieze juridische verplichting - een handeling of
onthouding - afgeleid uit een regel van het objectief recht, rechtstreeks van een derde, het
passief rechtssubject geheten, af te dwingen en waarbij het actief rechtssubject doet blijken van
een eigen belang
Rechtssubject: “persoon” voor wie de rechtsnorm rechten en plichten meebrengt
- fysieke personen
- rechtspersonen
Rechtsfeit: een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt
Rechtshandeling: een handeling die iemand uitvoert met de bedoeling een bepaald
rechtsgevolg tot stand te brengen
Persoon: iedere drager van rechten en plichten
(Juridische) persoonlijkheid: het geheel van rechten en plichten v/e rechtssubject
Dit heeft twee facetten:
1) Staat:
Het geheel van bepaalde hoedanigheden van een persoon die zijn rechtspositie in de
maatschappij en de familie bepalen en hem onderscheiden van andere personen (art. 6, § 2 BW)
(onderscheid m.b.t. het bezit en de uitoefening van rechten)
Drie elementen:
- staat in de maatschappij
- staat in de familie
5
, Basisbegrippen van het recht
- staat als enkeling
→ fysieke elementen
→ psychische elementen
→ civielrechtelijke elementen
Afhankelijk van:
Ø rechtsfeiten
Ø materiële rechtshandelingen
Ø rechterlijke uitspraken of
Ø een wet (in formele zin)
burgerlijke staat van een persoon ≠ burgerlijke stand (zekerheid van de staat dus administratie)
Bezit van staat: impliceert een behandeling v/d persoon en feitelijke gedragingen v/e andere
betrokkene die wijzen in de richting v/d uitoefening van rechten en de naleving van plichten,
inherent verbonden aan de status familiae
Vb. Ik ben vader van twee dochters uit kracht van de wet. Ik was namelijk getrouwd met de
moeder op het moment van geboorte. Ik moet dus geen juridische erkenning doen.
(=wettelijk vermoeden van vaderschap) Mijn vaderschap wordt bevestigd door bezit van
staat. Ik gedraag mij namelijk als vader. Ik stel vaderlijk sociaalgedrag. Dit staat los van de
juridische correctheid.
= een schijntoestand die juridisch wordt erkend
- Functies (in het afstammingsrecht):
Ø bewijsmiddel (zie art. 324 BW)
Ø grond van niet-ontvankelijkheid (zie de artikelen 318, § 1 en 330, § 1 BW)
→ er kan geen afstammingsprocedure worden opgestart
→ het socio-economisch vaderschap primeert op het biologische
Vb. Delphine Boël: ze is nogaltijd juridisch kind van meneer Boël. Delphine betwist dit en het is al
bewezen. Maar Jaque heeft Delphine wel opgevoed. Heeft Delphine dan bezit van staat op Jaque?
Dit werd bevestigd in eerste aanleg en de vaderschap mocht dus niet betwist worden. Delphine
is hier niet mee eens en stapt naar het Grondwettelij Hof. Zij beslissen dat artikel 318, § 1 BW
strijdig is met het recht op eerbiediging van het privéleven van een kind. De wettelijke regel
bestaat dus nog, maar is dus uitgehold. Er moeten uitzonderingen mogelijk zijn.
Vb. Thuis: Er is een kind geboren en iedereen weet dat Bob de biologische vader is, maar de
moeder heeft beslist om haar kind te laten erkennen door Dries. De biologische vader wilt nu
juridische vader worden, dus er moet een procedure op basis van artikel 330, § 1 BW worden
gestart (betwisting van vaderlijke erkenning). Maar in de wet staat dat als het kind bezit van
staat heeft tegenover de erkenning dat dezes vordering niet mogelijk is. Als Dries zich dus als
vader van het kind gedraagd kan Bob de juridische vaderschap niet betwisten. Dit is ook
ongrondwettelijk verklaard door het Grondwettelijk Hof, dus ook hier zijn er uitzonderingen
mogelijk.
- Enkelvoudig en tweezijdig karakter
→ enkelvoudig: vb. Als de juridische vaderschap van een kind bevestigd wordt door man
A, kan er nooit een andere man ook vader zijn van dit kind
6
, Basisbegrippen van het recht
→ tweezijdig: vb. Het is wel mogelijk om bezit van staat te hebben tegenover een man en
een vrouw of tegenover een moeder en een meemoeder (twee vrouwen)
2) Bekwaamheid:
Drie begrippen:
- feitelijke bekwaamheid: de feitelijke mogelijkheid die een persoon bezit om een
bepaalde daad te stellen (geen juridisch begrip)
- rechts- of genotsbekwaamheid: de bevoegdheid om titularis te zijn van rechten en
plichten
- handelingsbekwaamheid: de bevoegdheid om rechten en plichten zelfstandig uit te
oefenen
Fysieke personen
Elke levend en levensvatbaar geboren mens, zonder uitzondering.
- andere levende wezens ≠
- embryo’s ≠
→ genieten wel van rechtsbescherming
Begin v/d juridische persoonlijkheid:
= de levende en levensvatbare geboorte (niet: de verwekking)
- Het kind dat overleden is op het ogenblik v/d vaststelling v/d bevalling door een arts of
vroedvrouw, heeft geen rechtspersoonlijkheid (art. 58, § 3, eerste lid BW)
- De akte van een levenloos kind heeft geen rechtsgevolgen uitgezonderd deze door de
wet bepaald (art. 58, § 3, tweede lid BW)
Een verwekt kind geniet rechten (erfrecht, schenking, erkenning, schadevergoeding, …), maar
deze zijn voorwaardelijk.
→ “Infans conceptus pro jam nato habetur, quoties de commodis eius agitur”
Het ogenblik v/d verwekking wordt wettelijk vermoed (art. 326 BW) te liggen in de periode
tussen de 300ste en de 180ste dag vóór de geboorte
= vermoeden juris tantum (weerlegbaar vermoeden)
Einde van de juridische persoonlijkheid:
= de dood
Na de dood kunnen bepaalde aspecten v/d juridische persoonlijkheid behouden blijven of
gewijzigd worden
Voorbeelden:
- erkenning van een overleden kind
- auteursrecht
7
, Basisbegrippen van het recht
Rechtspersonen
Een groepering van rechtssubjecten die, of een afgescheiden vermogen dat, titularis kan zijn van
rechten en plichten.
- Organisatie en structurering van samenwerkingsverbanden tussen fysieke personen
- Afscheiding van vermogens, ook buiten groepsvorming (+)
→ activa en passiva
→ je kan alleen een rechtspersoon oprichten
= gescheiden portomonees
RECHTSPERSOON SAMENWERKINGSVERBAND
Verwerft het samenwerkingsverband zelf = feitelijke samenwerkingsverband
juridische persoonlijkheid Heeft geen rechtspersoonlijkheid.
(rechtspersoonlijkheid). (bv. maatschap, feitelijke vereniging)
De rechtspersoon heeft een eigen vermogen, afgescheiden v/d vermogens v/d individuele
groepsleden.
- afgesplitst van het eigen vermogen
- kernidee
Opbouw v/h vermogen v/d rechtspersoon gebeurt door inbreng van inzet of middelen
- inzet: eigen arbeid inbrengen in ruil voor aandelen
- middelen: investering (geld)
→ in ruil: lidmaatschapsrechten of aandelen
Verhaal van schuldeisers v/d individuele groepsleden:
- In geval van een rechtspersoon: enkel op het persoonlijk vermogen van de
aandeelhouder-schuldenaar (waartoe wel diens aandelen behoren)
→ geen verhaal op het vermogen van de rechtspersoon
→ vermogensaandelen van de rechtspersoon van de schuldenaar kunnen wel gevraagd
worden
- In geval van een (feitelijk) samenwerkingsverband: op het onverdeeld aandeel v/d
schuldenaar in het voor de samenwerking bestemde vermogen
Vb. Vrienden kopen samen een boot (elk 50 000 euro). Als één van de drie vrienden schulden
heeft kan de schuldeiser verhaal doen op de boot. De schuldeiser zal inbeslaggenomen kunnen
worden en verkocht worden om het bedrag van 50 000 euro te bereiken.
Soorten rechtspersonen
PUBLIEKRECHTELIJKE PRIVAATRECHTELIJKE
Opgericht door de overheid, Privaat initiatief, met ander doel dan
met het oog op publieke dienstverlening uitoefening staatsgezag
Vb. de staat, gemeenten, openbare Vb. vennootschappen, verenigingen en
instellingen, diverse overheidsbedrijven, vrt, stichtingen
nmbs
8