4: eiwit-eiwit en eiwit-ligandinteracties
4.1 inleiding
- De contact -plaats voor EW op EW ligt op het opp en kan concaaf, convex of plat zijn
→ maar steeds complementair qua vorm en lading/polair karakter
- Ze kunnen ook contacteren via meerdere (niet-aansluitende) contactoppervlakken
→ betere en sterkere interactie
- Scaffold-fuctie: eiwitten die fungeren als bouwsteiger waarop vele eiwitten vasthechten
met vorming van multi-eiwitcomplex
(bv celadhesiecomolexen, signaalcomplex, celrespiratie: enzymcomplexen)
- De bindingsplaats voor een kleinere (organische) molecule kan ook op het opp liggen
- in een ‘depressie’ of ter hoogte van een ‘protrusie’ (een lus)
→ veel gebonden in diepe groeve (cleft) of diepe holte (pocket) of zelfs in een holte in het
binnenste opgevouwen eiwit (cavity), bij dit laatste is het ligand in complex ingesloten in
een intern micromilieu (waarin water niet of slecht binnenkan)
- Een opgevouwen eiwit of complex van opgevouwen en interagerende eiwitten (3 de of 4de
structuur): geen star geheel maar kan vorm of conformatieveranderingen ondergaan
→ Drastische veranderingen treden op door:
o binding van de partnermolecule (tweede EW, ligand, allostere inhibitor): ze worden
daardoor geïnduceerd of getriggered
o Bij binding passen één of beide partners zich vormelijk aan elkaar aan in een
proces at ‘induced fit’ heet
o Kan ook optreden na een verandering in posttranslatiele modificatie ve AZ
4.2 skelet-
en
hartspiercontractie: een ‘showcase’ van eiwit-eiwitcomplexen, ligand-geinduceerde
confotmatie-veranderingen, cooperatieve werking en competitie
- actine-eiwitten
1
, o lange filamentvormige multimeren van meerdere honderden subeenheden
o vormen de dunne filamenten in spiersacromeerstructuur
o met elk actinefilament assoscieert een tropomyosine
waarop een trimeer v 3 kleine troponines binde
1 vd troponines heeft een belngrijke rol in de regualtie van spiercontractie bij
verhoging intracellulaire Ca2+
- myosines
o hexamere quaternaire structuur met als componenten:
2 identieke zware pptideketens en telkens 2 van 2 verschillende kleine pptideketens
o dikke filamenten
o bevatten ‘hoofdjes’ gevormd door de zware ketens
binden op actine en vormen zo sliding model
- Spiercontractie is de specifieke herkenning tussen opgevouwen EW en de flexibiliteit van
hun opvouwing ⇒ het is dus een show-case van Eiwitwerking
2
4.1 inleiding
- De contact -plaats voor EW op EW ligt op het opp en kan concaaf, convex of plat zijn
→ maar steeds complementair qua vorm en lading/polair karakter
- Ze kunnen ook contacteren via meerdere (niet-aansluitende) contactoppervlakken
→ betere en sterkere interactie
- Scaffold-fuctie: eiwitten die fungeren als bouwsteiger waarop vele eiwitten vasthechten
met vorming van multi-eiwitcomplex
(bv celadhesiecomolexen, signaalcomplex, celrespiratie: enzymcomplexen)
- De bindingsplaats voor een kleinere (organische) molecule kan ook op het opp liggen
- in een ‘depressie’ of ter hoogte van een ‘protrusie’ (een lus)
→ veel gebonden in diepe groeve (cleft) of diepe holte (pocket) of zelfs in een holte in het
binnenste opgevouwen eiwit (cavity), bij dit laatste is het ligand in complex ingesloten in
een intern micromilieu (waarin water niet of slecht binnenkan)
- Een opgevouwen eiwit of complex van opgevouwen en interagerende eiwitten (3 de of 4de
structuur): geen star geheel maar kan vorm of conformatieveranderingen ondergaan
→ Drastische veranderingen treden op door:
o binding van de partnermolecule (tweede EW, ligand, allostere inhibitor): ze worden
daardoor geïnduceerd of getriggered
o Bij binding passen één of beide partners zich vormelijk aan elkaar aan in een
proces at ‘induced fit’ heet
o Kan ook optreden na een verandering in posttranslatiele modificatie ve AZ
4.2 skelet-
en
hartspiercontractie: een ‘showcase’ van eiwit-eiwitcomplexen, ligand-geinduceerde
confotmatie-veranderingen, cooperatieve werking en competitie
- actine-eiwitten
1
, o lange filamentvormige multimeren van meerdere honderden subeenheden
o vormen de dunne filamenten in spiersacromeerstructuur
o met elk actinefilament assoscieert een tropomyosine
waarop een trimeer v 3 kleine troponines binde
1 vd troponines heeft een belngrijke rol in de regualtie van spiercontractie bij
verhoging intracellulaire Ca2+
- myosines
o hexamere quaternaire structuur met als componenten:
2 identieke zware pptideketens en telkens 2 van 2 verschillende kleine pptideketens
o dikke filamenten
o bevatten ‘hoofdjes’ gevormd door de zware ketens
binden op actine en vormen zo sliding model
- Spiercontractie is de specifieke herkenning tussen opgevouwen EW en de flexibiliteit van
hun opvouwing ⇒ het is dus een show-case van Eiwitwerking
2