Basis Inleiding Acute Zorg
2020/2021
,Inhoud
Circulatiestoornissen ...................................................................................................................................... 3
Embryologie van het hart ........................................................................................................................... 3
Anatomie van het hart ................................................................................................................................ 4
Circulatie ..................................................................................................................................................... 9
Hemodynamische drukken ....................................................................................................................... 18
Frank Starling ............................................................................................................................................ 21
Decompensatio cordis .............................................................................................................................. 22
Acuut coronair syndroom ......................................................................................................................... 25
Hartfalen ................................................................................................................................................... 25
Inleiding ritme ............................................................................................................................................... 26
Driehoek van Einthoven ............................................................................................................................ 28
Actiepotentiaal.......................................................................................................................................... 28
Geleidingssysteem .................................................................................................................................... 28
ECG-papier, QRS-complex en bepalen van de frequentie ........................................................................ 31
Cardioversie en defibrilleren......................................................................................................................... 33
Electieve Elektrocardioversie (ECV) .......................................................................................................... 33
Defibrillatie bij volwassenen ..................................................................................................................... 33
Ritmes cardioversie en defibrilleren ......................................................................................................... 34
Schokbaar of niet schokbaar ..................................................................................................................... 34
Shock ............................................................................................................................................................. 35
Herkennen vitaal bedreigde patiënt ......................................................................................................... 35
Shock, algemeen ....................................................................................................................................... 36
Hypovolemische shock.............................................................................................................................. 38
Obstructieve shock ................................................................................................................................... 39
Cardiogene shock ...................................................................................................................................... 40
Distributieve shock.................................................................................................................................... 41
Filmpje Shock ............................................................................................................................................ 43
Filmpje Longembolie ................................................................................................................................. 43
Stolling .......................................................................................................................................................... 44
Bloedstolling ............................................................................................................................................. 44
E-learning Stolling ..................................................................................................................................... 50
Hemostase ............................................................................................................................................ 50
Hemofilie ............................................................................................................................................... 51
Trombose .............................................................................................................................................. 53
Bloedtransfusie ......................................................................................................................................... 55
1
,Vocht en elektrolyten ................................................................................................................................... 58
Vocht en elektrolyten ............................................................................................................................... 58
Homeostase .............................................................................................................................................. 64
Powerpoint vocht en elektrolyten ............................................................................................................ 69
Temperatuurregulatie en afweer ................................................................................................................. 73
Relevante afbeeldingen ................................................................................................................................ 78
2
, Circulatiestoornissen
Embryologie van het hart
De embryogenese van het cardiovasculaire stelsel beschrijven.
Embryogenese
Het ontstaan van een embryo begint met het samenstellen van een zaad- en een eicel (zygote). Daarna
volgen een aantal fasen zich op: morula, blastula en granulatie. Tijdens de laatste fase wordt een drielagig
kiemblad gevormd bestaande uit endoderm, mesoderm en ectoderm. De zwangerschap is nu ongeveer
drie weken onderweg. De 3e en 4 e zwangerschapsweek wordt gekenmerkt door de organo -en
embryogenese; de vorm en functie van organen wordt vastgelegd. Dit is de meest kwetsbare periode
voor een embryo; verstoringen kunnen lijden tot aangeboren afwijkingen.
Het hart
De hartspiercellen worden gevormd vanuit het mesoderm.
- De eerste maand
Het hart begint zich te vormen rond de zestiende dag. De eerste ontwikkeling is een enkele buis waarin
daarna door afsnoeringen de verdere ontwikkeling van het hart plaatsvindt. Bij 6 tot 8 weken heeft het
hart zijn uiteindelijke vorm en zijn er ook de kleppen aanwezig. Het primitieve hart begint al op dag 24 te
kloppen en foetale harttonen zijn bij 10-12 weken met een doptone hoorbaar.
- De tweede maand
Het hart en de grote vaten komen in de tweede maand sterk tot ontwikkeling. Vanuit de achter- en
voorwand van het nog buisvormige hart, ontwikkelen zich de endocardkussens. Deze endocardkussens
groeien samen en ontwikkelen zo het linker en rechter atrioventriculaire kanaal. In dezelfde periode
ontwikkelen zich het septum wat de atria van elkaar scheidt; het septum primum en het septum
secundum. Bij de ontwikkeling van deze septum is het normaal dat zij elkaar niet helemaal bereiken. Het
bovenste deel van het septum primum verdwijnt en er ontstaat een opening, het foramen ovale.
Verstoringen in deze periode kunnen leiden tot diverse septumdefecten zoals een ASD. Het septum wat
de ventrikel wanden scheidt (interventriculaire septum) ontwikkelt zich aan het eind van de zevende
week en scheidt de linker van de rechterventrikel. Sluit dit septum niet goed dan ontstaat een
ventrikelseptumdefect (VSD).
- Circulatie
Vanaf 5 weken stroomt er bloed door het hart, dit bloed stroomt via een continue buis. Deze buis groeit
uit tot het zogenaamde aortico pulmonale septum, dat een gedraaide vorm heeft. Zo scheidt de aorta
(grote circulatie) zich van het pulmonale systeem (kleine circulatie) en krijgen de grote vaten een
gedraaide positie ten opzichte van elkaar. Als deze ontwikkeling niet goed verloopt; de draaiing treedt
bijvoorbeeld niet op, dan is een transpositie van de grote vaten het gevolg. Ontwikkelt het aortico
pulmonale septum zich niet dan is er sprake van een truncus arteriosus; de aorta en arteria pulmonalis
blijven samen bestaan als één groot uitstroomvat van het hart.
De foetale circulatie en de transitie na de geboorte beschrijven.
De foetale circulatie
De bloedsomloop van het ongeboren kind verschilt op meerdere vlakken met de bloedsomloop ná de
geboorte. Omdat de foetus in utero nog niet kan ademhalen, zijn de foetale longen nog niet functioneel
en nog niet ontplooid. Dit gebeurt pas bij de geboorte. De foetale longen vormen daarom een dichte
massa, door de hoge vaatweerstand in de longen stroomt er nauwelijks bloed door de longen.
Het bloed stroomt normaal gesproken van het rechteratrium via de art. pulmonalis naar de longen en via
de vena pulmonalis naar de linkerharthelft. Bij de foetus stroomt het bloed direct van de rechteratrium
naar de linkeratrium via het foramen ovale (zo’n 25% van het bloed in het rechteratrium). Bloed kan niet
door het foramen ovale terugstromen, dan sluit de klep en zijn beide compartimenten gescheiden.
Toch komen er kleine hoeveelheden bloed in de art. pulmonalis terecht. Dit bloed vindt zijn weg naar de
lichaamscirculatie via een verbinding tussen de art. pulmonalis en de aorta: de ductus arteriosus/ ductus
3