Levenslooppsychologie
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
Levenslooppsychologie
= de studie en ontwikkeling van het gedrag doorheen de
verschillende levensfasen van de mens.
Wat is gedrag?
Gedrag is een ruime betekenis in het:
Zichtbare handelen
Waarnemen
Denken
Fantaseren
Gevoelens en verlangens
Sociale vaardigheden
…
Wat is ontwikkeling?
Kwantitatief: meer of minder
Kwalitatief: aard
Ontwikkelingsgebieden:
- Biologische of lichamelijke ontwikkeling
- Motorische
- Cognitieve ontwikkeling
- Affectieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Seksuele ontwikkeling
- Taalontwikkeling
- Perceptuele
- …
,Wat is levensfasen?
Van conceptie tot de dood
- Prenatale ontwikkeling
- Babytijd
- Peuterjaren
- Kleuterjaren
- Schoolperioden
- Adolescentie
- Volwassenheid
- Ouderdom
Continuïteit of discontinuïteit in de ontwikkeling
Continuïteit Discontinuïteit
Eens mens is voortdurend in Periodes met een vrij stabiele
verandering verschijningswijze
Verschillende aspecten ontwikkeling Worden afgewisseld door relatief korte,
niet steeds synchroon, daarom kan er overgangsfase
geen sprake zijn van ‘afgescheiden
periodes’
Nieuwe vaardigheden ontstaan ook niet Die soms zelf het uitzicht kunnen
ineens hebben van een crisis waar men
doorheen moet
Sommige fasen zijn zeer cultureel
bepaald
Wat zijn de factoren die ontwikkeling sturen?
, Nature Nurture
Erfelijkheid Leerprocessen
Groei en rijping Milieu, omgeving
Aangeboren kennis Tabula rasa: mens is bij geboorte
onbeschreven blad
Alles vooraf bepaald Pedagogisch optimisme: opvoeding
allesbepalend
Pedagogisch pessimisme: opvoeding is
ondersteunend
Zelfsturing
Rol van erfelijkheid
Cellen bevatten in hun kern 46 chromosomen = intens doorheen gestrengde draden
De twee strengen zijn aan elkaar verbonden door zogenaamde baseparen
Een basepaar verbindt twee tegenover elkaar liggende nucleotiden
De volgorde van nucleotiden in een streng noem je een sequentie
Omdat er zeer veel sequenties mogelijk zijn, kan de volgorde van nucleotiden unieke erfelijke
informatie verschaffen
De draden waaruit de chromosomen zijn opgebouwd, zien
eruit als een spiraalvormige touwladder. Dat is het DNA. Ze
bestaan uit twee onderling verbonden chemische
bestanddelen die op een bepaald moment van elkaar
losgemaakt kunnen worden en die kunnen elk maar op 1
manier met elkaar verbonden worden.
, Rol van de omgeving
Microsysteem: dat zijn personen waarmee
je rechtstreeks contact hebt, zoals:
vriendenkring, school, werkplaats.
Bronfenbrenner voegt eraan toe dat het
gaan om een tweerichtingsverkeer.
Mesosysteem: dat zijn onderlinge
interacties tussen sommige personen uit
het microsysteem.
Exosysteem: aspecten van de sociale
omgeving die geen directe invloed hebben
op het individu maar werkzaam zijn via de
mensen waar het individu dagelijks mee
omgaat
(bv: het wonen in een dorp of een stad)
Macrosysteem: het domein van de bredere cultuur met haar waarden, voorschriften en gebruiken.
(bv: het kan een verschil uitmaken of iemand opgroeit in een streng traditionele of moderne open
samenleving)
Chronosysteem: het geeft aan dat er in de loop van het leven wat veranderingen kunnen
plaatsvinden in sommige van die omgevingsinvloeden.
Interacties tussen erfelijkheid en milieu
Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de ene kan niet zonder de ander. De wijze waarop
het milieu reëel inwerkt op de ontwikkeling, tot op zekere hoogte meebepaald wordt door
erfelijkheidsfactoren. Er zijn ook situaties waarin omgevingsfactoren hun stempel drukken op de
structuur of de werking van het erfelijk materiaal.
Het relatieve gewicht van erfelijkheid en milieu
Iedere eigenschap kan gezien worden al product van erfelijke aanleg en inwerking van bepaalde
milieu – invloeden, de richting of snelheid waarin de eigenschap zich ontwikkelt, soms meer door de
ene of de andere factor bepaald wordt.
Invloed van de erfelijkheid op het milieu
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
Levenslooppsychologie
= de studie en ontwikkeling van het gedrag doorheen de
verschillende levensfasen van de mens.
Wat is gedrag?
Gedrag is een ruime betekenis in het:
Zichtbare handelen
Waarnemen
Denken
Fantaseren
Gevoelens en verlangens
Sociale vaardigheden
…
Wat is ontwikkeling?
Kwantitatief: meer of minder
Kwalitatief: aard
Ontwikkelingsgebieden:
- Biologische of lichamelijke ontwikkeling
- Motorische
- Cognitieve ontwikkeling
- Affectieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Seksuele ontwikkeling
- Taalontwikkeling
- Perceptuele
- …
,Wat is levensfasen?
Van conceptie tot de dood
- Prenatale ontwikkeling
- Babytijd
- Peuterjaren
- Kleuterjaren
- Schoolperioden
- Adolescentie
- Volwassenheid
- Ouderdom
Continuïteit of discontinuïteit in de ontwikkeling
Continuïteit Discontinuïteit
Eens mens is voortdurend in Periodes met een vrij stabiele
verandering verschijningswijze
Verschillende aspecten ontwikkeling Worden afgewisseld door relatief korte,
niet steeds synchroon, daarom kan er overgangsfase
geen sprake zijn van ‘afgescheiden
periodes’
Nieuwe vaardigheden ontstaan ook niet Die soms zelf het uitzicht kunnen
ineens hebben van een crisis waar men
doorheen moet
Sommige fasen zijn zeer cultureel
bepaald
Wat zijn de factoren die ontwikkeling sturen?
, Nature Nurture
Erfelijkheid Leerprocessen
Groei en rijping Milieu, omgeving
Aangeboren kennis Tabula rasa: mens is bij geboorte
onbeschreven blad
Alles vooraf bepaald Pedagogisch optimisme: opvoeding
allesbepalend
Pedagogisch pessimisme: opvoeding is
ondersteunend
Zelfsturing
Rol van erfelijkheid
Cellen bevatten in hun kern 46 chromosomen = intens doorheen gestrengde draden
De twee strengen zijn aan elkaar verbonden door zogenaamde baseparen
Een basepaar verbindt twee tegenover elkaar liggende nucleotiden
De volgorde van nucleotiden in een streng noem je een sequentie
Omdat er zeer veel sequenties mogelijk zijn, kan de volgorde van nucleotiden unieke erfelijke
informatie verschaffen
De draden waaruit de chromosomen zijn opgebouwd, zien
eruit als een spiraalvormige touwladder. Dat is het DNA. Ze
bestaan uit twee onderling verbonden chemische
bestanddelen die op een bepaald moment van elkaar
losgemaakt kunnen worden en die kunnen elk maar op 1
manier met elkaar verbonden worden.
, Rol van de omgeving
Microsysteem: dat zijn personen waarmee
je rechtstreeks contact hebt, zoals:
vriendenkring, school, werkplaats.
Bronfenbrenner voegt eraan toe dat het
gaan om een tweerichtingsverkeer.
Mesosysteem: dat zijn onderlinge
interacties tussen sommige personen uit
het microsysteem.
Exosysteem: aspecten van de sociale
omgeving die geen directe invloed hebben
op het individu maar werkzaam zijn via de
mensen waar het individu dagelijks mee
omgaat
(bv: het wonen in een dorp of een stad)
Macrosysteem: het domein van de bredere cultuur met haar waarden, voorschriften en gebruiken.
(bv: het kan een verschil uitmaken of iemand opgroeit in een streng traditionele of moderne open
samenleving)
Chronosysteem: het geeft aan dat er in de loop van het leven wat veranderingen kunnen
plaatsvinden in sommige van die omgevingsinvloeden.
Interacties tussen erfelijkheid en milieu
Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de ene kan niet zonder de ander. De wijze waarop
het milieu reëel inwerkt op de ontwikkeling, tot op zekere hoogte meebepaald wordt door
erfelijkheidsfactoren. Er zijn ook situaties waarin omgevingsfactoren hun stempel drukken op de
structuur of de werking van het erfelijk materiaal.
Het relatieve gewicht van erfelijkheid en milieu
Iedere eigenschap kan gezien worden al product van erfelijke aanleg en inwerking van bepaalde
milieu – invloeden, de richting of snelheid waarin de eigenschap zich ontwikkelt, soms meer door de
ene of de andere factor bepaald wordt.
Invloed van de erfelijkheid op het milieu