100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada
logo-home
Biologie samenvatting vwo 5 - hoofdstuk 13: hormonen 3,99 €
Añadir al carrito

Resumen

Biologie samenvatting vwo 5 - hoofdstuk 13: hormonen

 1 veces vendidas
  • Grado
  • Nivel
  • Book

Biologie samenvatting VWO 5 van H13: hormonen, §1 t/m 5.

Vista previa 2 fuera de 5  páginas

  • No
  • Hoofdstuk 13
  • 30 de enero de 2024
  • 5
  • 2023/2024
  • Resumen
  • Escuela secundaria
  • 5
avatar-seller
§1 Hormoonstelsel, hypothalamus en
hypofyse
Doelwitorganen van hormonen
Groei en ontwikkeling zijn processen waarbij hormonen betrokken zijn. Hormonen zijn signaalstoffen
die je lichaam via het bloed naar je cellen vervoert. Hormonen stimuleren bijvoorbeeld de
geslachtsorganen tot de vorming en/of ontwikkeling van geslachtscellen. Hormonen uit de
geslachtsklieren (teelballen of eierstokken) bevorderen de ontwikkeling van de secundaire
geslachtskenmerken en ze beïnvloeden je gedrag. Hormoonklieren zijn endocriene klieren. Zij geven
hun producten af aan het inwendige milieu: het bloed en – via het bloed – aan de weefselvloeistof,
de lymfe en het cytoplasma. Bij zweet- en verteringsklieren komen de producten in het uitwendige
milieu terecht, op je huid of in holten in je lichaam zoals het verteringskanaal. Dat zijn exocriene
klieren. Het bloed vervoert hormonen door het hele lichaam. Cellen van doelwitorganen hebben
passende receptoren. Na binding van hormoon en receptor volgt een reactie van het doelwitorgaan.

De centrale hormoonklier: de hypofyse
Informatie uit het zenuwstelsel gaat in de hersenen van het zenuwstelsel naar het hormoonstelsel.
De hypothalamus maakt deel uit van het zenuwstelsel, de hypofyse (centrale hormoonklier) van het
hormoonstelsel. De hypofyse bestaat uit twee delen: de neurohypofyse (hypofyseachterkwab) en de
adenohypofyse (hypofysevoorkwab). De neurohypofyse bevat zenuwweefsel met daarin de uitlopers
van neuronen (zenuwcellen)uit de hypothalamus. De adenohypofyse bestaat uit klierweefsel.

Interactie hypothalamus en hypofyse
Een goede bloeddruk is belangrijk voor het constant houden van het interne milieu: de homeostase.
De bloeddruk is niet constant, maar varieert rond een bepaalde waarde: het is een dynamisch
evenwicht. Als reactie op een dalende bloeddruk maken neuronen in de hypothalamus het
neurohormoon ADH. Via de uitlopers van de neuronen komt ADH in de neurohypofyse, waar de
uitlopers het afgeven aan het bloed. Bloedvaten in het lichaam trekken hierdoor samen en de
uitscheiding van water via de nieren vermindert. Daardoor stijgt de bloeddruk. Een tweede
neurohormoon, oxytocine, beïnvloedt de contractie van de gladde spieren in de baarmoederwand bij
de bevalling. Ook dit neurohormoon komt via de neurohypofyse in het bloed. Andere
neurohormonen uit de hypothalamus stimuleren adenohypofyse. De hypothalamus geeft releasing
hormonen (RH's) af aan het bloed, waarna ze via een bloedvat rechtstreeks terechtkomen in de
adenohypofyse. Zo stimuleert het FSH-releasinghormoon (FSH-RH) de adenohypofyse tot afgifte van
FSH, dat de geslachtsklieren stimuleert. Weer andere neuronen van de hypothalamus geven
inhibiting hormonen (IH's) af die de productie van bijvoorbeeld prolactine en FSH door de hypofyse
remmen.

Regelen van hormoonconcentraties
FSH uit de hypofyse stimuleert de groei en ontwikkeling van de follikels in de eierstokken. De
ontwikkelende follikels maken op hun beurt het geslachtshormoon oestradiol: een oestrogeen. Een
stijging van oestradiol stimuleert de productie en afgifte van LH door de hypofyse, waarna de
ovulatie volgt. Na de ovulatie ontstaat uit de rest van de follikel het gele lichaam, dat naast oestradiol
ook progesteron maakt. Beide hormonen remmen de afgifte van FSH-RH door de hypothalamus en
van FSH door de hypofyse. Veel hormoonconcentraties zijn op deze manier via een negatieve
terugkoppeling geregeld, waardoor de concentratie van een hormoon in het bloed voortdurend rond
de norm blijft. Dit in tegenstelling tot positieve terugkoppeling, waarbij de hormoonconcentratie
juist stijgt. Een toename van de afgifte van oxytocine doordat de baby tijdens de bevalling tegen de
baarmoedermond drukt waardoor de weeën toenemen, is hiervan een voorbeeld.

, §2 Reacties op hormonen
De werking van GH en ACTH
Releasing hormonen uit de hypothalamus stimuleren de afgifte van onder andere de hormonen GH
(groeihormoon) en ACTH door de adenohypofyse. GH stimuleert via de lever de groei, de
differentiatie, de stofwisseling en het herstel van verschillende weefsels. ACTH stimuleert de afgifte
van onder andere hydrocortison door de bijnierschors. Dat hormoon speelt een rol bij de
stressreactie.

Signaalstoffen in weefsels
Het groeihormoon stimuleert, na een valpartij, dieper gelegen cellen van de huid om te delen. Uit
beschadigde cellen die meer aan de oppervlakte liggen, komen stoffen vrij. Deze signaalstoffen,
groeifactoren, hechten aan receptoren van buurcellen. Dat leidt tot de vorming van eiwitten die het
controlesysteem van de celdeling beïnvloeden. DNA-synthese en celdeling volgen: de huid herstelt.
Je lichaam maakt verschillende groeifactoren. Ze activeren meestal meerdere doelwitcellen. Zo zet
NGF niet alleen embryonale zenuwcellen aan tot groei, maar activeert het ook witte bloedcellen.

Receptoren voor hormonen
Steroïdhormonen zoals testosteron zijn hydrofoob en apolair. Ze zijn gemaakt uit cholesterol, gaan
eerst door het celmembraan en hechten aan een hormoonreceptor in het grondplasma van de cel.
Ze vormen samen een hormoon-receptorcomplex. Dit complex activeert een gen in het DNA. Via RNA
ontstaat in het grondplasma een bepaald eiwit dat in de cel bijvoorbeeld werkt als enzym.
Tyrosinehormonen zijn ook hydrofoob. Deze hormonen activeren hun doelwitcellen op twee
manieren. Het schildklierhormoon bijvoorbeeld bindt net als steroïdhormonen aan
hormoonreceptoren in het grondplasma. Adrenaline echter bindt aan hormoonreceptoren in het
celmembraan. Peptidehormonen zijn hydrofiel en polair. Ze binden, net als adrenaline, aan eigen
receptoren in het celmembraan. Peptidehormonen bestaan uit gekoppelde aminozuren, bijvoorbeeld
insuline.

Signaalstoffen in de cellen
De receptoren van adrenaline en peptidehormonen veranderen van vorm wanneer er hormonen aan
koppelen. Dat geeft aan de binnenkant van het celmembraan een reactie: een zogeheten G-eiwit
koppelt energierijk GTP aan de receptor. Dan volgt er een cascade aan reacties waarbij een second
messenger ontstaat. Die heeft de boodschap overgenomen van het hormoon en vormt een
verbinding met het molecuul dat in de cel de actie gaat uitvoeren. Second messengers zijn kleine
moleculen die snel door het grondplasma diffunderen. Zij kunnen in een cel meerdere
doelwitmoleculen hebben, bijvoorbeeld een enzym of DNA. Daardoor kunnen hormonen meer dan
één respons opwekken in een doelwitcel.

Los beneficios de comprar resúmenes en Stuvia estan en línea:

Garantiza la calidad de los comentarios

Garantiza la calidad de los comentarios

Compradores de Stuvia evaluaron más de 700.000 resúmenes. Así estas seguro que compras los mejores documentos!

Compra fácil y rápido

Compra fácil y rápido

Puedes pagar rápidamente y en una vez con iDeal, tarjeta de crédito o con tu crédito de Stuvia. Sin tener que hacerte miembro.

Enfócate en lo más importante

Enfócate en lo más importante

Tus compañeros escriben los resúmenes. Por eso tienes la seguridad que tienes un resumen actual y confiable. Así llegas a la conclusión rapidamente!

Preguntas frecuentes

What do I get when I buy this document?

You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.

100% de satisfacción garantizada: ¿Cómo funciona?

Nuestra garantía de satisfacción le asegura que siempre encontrará un documento de estudio a tu medida. Tu rellenas un formulario y nuestro equipo de atención al cliente se encarga del resto.

Who am I buying this summary from?

Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller dagmarvtk. Stuvia facilitates payment to the seller.

Will I be stuck with a subscription?

No, you only buy this summary for 3,99 €. You're not tied to anything after your purchase.

Can Stuvia be trusted?

4.6 stars on Google & Trustpilot (+1000 reviews)

45,681 summaries were sold in the last 30 days

Founded in 2010, the go-to place to buy summaries for 15 years now

Empieza a vender

Vistos recientemente


3,99 €  1x  vendido
  • (0)
Añadir al carrito
Añadido