en onderneming
Bronvermelding
Rechtspersoon, vennootschap en
Titel : onderneming
Druk : 3
Auteur : J.B. Huizink
Uitgever : Kluwer
ISBN (boek) : 9789013117752
Aantal hoofdstukken (boek) : 7
Aantal pagina’s (boek) : 468
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding rechtsvormen en onderneming 3
Hoofdstuk 2 Oprichting en doelomschrijving 14
Hoofdstuk 3 De organisatie en haar deelnemers 17
Hoofdstuk 4 Besluitvorming en vertegenwoordiging 31
Hoofdstuk 5 Zorgvuldig vermogensbeheer 35
Hoofdstuk 6 Herstructurering 43
Hoofdstuk 7 Geschillen 46
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : Rechtspersoon, vennootschap en onderneming – J.B. Huizink
,Hoofdstuk 1 Inleiding rechtsvormen en onderneming
1.1 Algemeen
De Nederlandse maatschappij kent vele bedrijven, ondernemingen, clubs, verenigingen en
instellingen. Dit toont aan dat ons land georganiseerd is.
Alle genoemde samenwerkingsverbanden en organisaties hebben een plek in het recht. Wat betreft
het Nederlandse recht vinden de privaatrechtelijke rechtspersonen zoals de besloten en naamloze
vennootschap, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de stichting en de vereniging
hun regeling in Boek 2 BW. De overige vormen met rechtspersoonlijkheid staan in Titel 9 van
Boek 5 BW.
Naast de privaatrechtelijke rechtspersonen bestaan ook de publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals
de staat, gemeenten, waterschappen en provincies. Ook kennen we entiteiten die zowel privaat- als
publiekrechtelijk zijn: de Autoriteit Consument en Markt en de Nederlandsche Bank bijvoorbeeld.
In onze wet zijn ook rechtsfiguren zonder rechtspersoonlijkheid vastgelegd, zoals de vennootschap
onder firma en de maatschap. Dit zijn samenwerkingsverbanden waarin ten minste twee personen
samenwerken om winst te behalen. Zij worden ook wel personenvennootschappen genoemd.
Naast deze nationale rechtsfiguren is ook de opkomst van internationale samenwerkingsverbanden
van belang, bijvoorbeeld de Europese vennootschap en het Europees Economisch
Samenwerkingsverband. Ook zien we door de internationalisering dat buitenlandse rechtspersonen
steeds vaker deelnemen aan de Nederlandse economie en nationale organisaties op buitenlandse
markten aanwezig zijn.
In dit boek worden hoofdzakelijk de Nederlandse privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden
behandeld.
Artikel 2:3 BW vermeldt welke privaatrechtelijke rechtspersonen een regeling in Boek 2 BW
hebben. Dit zijn de naamloze vennootschappen, de besloten vennootschappen met beperkte
aansprakelijkheid, verenigingen, stichtingen, coöperaties en de onderlinge waarborgmaatschappijen.
De regelingen van de besloten en de naamloze vennootschappen waren nagenoeg hetzelfde, tot de
regeling van de besloten vennootschap erg is veranderd door de Wet vereenvoudiging en
flexibilisering van het bv-recht die sinds 1 oktober 2012 van toepassing is. In de praktijk bestond
reeds een verschil tussen beide vennootschappen. Zo kan het gaan om eenpersoonsvennootschappen
of om multinationals die al dan niet aan de beurs genoteerd zijn.
Kapitaalvennootschappen (de bv en de nv) en personenvennootschappen (vennootschap onder
firma, commanditaire vennootschap en de maatschap) zijn beide mogelijke rechtsvormen voor een
onderneming. In de praktijk moet men dan ook kiezen tussen deze twee soorten vennootschappen.
Een notaris of ondernemingsadviseur zal adviseren omtrent deze keuze.
In onze samenleving is ook de vereniging een veelvoorkomende rechtspersoon, zij zijn met name
van belang in de sector van welzijn en verzorging.
Onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties zijn rechtsfiguren die zijn afgeleid van de
vereniging. Vooral de coöperatie is geschikt als het gaat om een commerciële organisatie die het
economisch belang van haar leden wil dienen. De onderlinge waarborgmaatschappij dient dit belang
ook door ten behoeve van haar leden het verzekeringsbedrijf uit te oefenen.
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : Rechtspersoon, vennootschap en onderneming – J.B. Huizink
,Een stichting is geschikt als rechtsfiguur in de non-profitsector. Toch komen stichtingen ook voor
in bijvoorbeeld beursvennootschappen en internationals. Het verschil met de onderlinge
waarborgmaatschappij, de kapitaalvennootschappen en de vereniging is dat een stichting geen
vennoten, leden of aandeelhouders kent.
In artikel 8 van de Grondwet en artikel 11 van het EVRM is het recht op vrijheid van vereniging
vastgelegd. Dit recht ziet tevens op de inrichting van de organisatie en het toe- en uittreden.
Bovendien hoeft de organisatie niet iedereen toe te laten. De verenigingsvrijheid ziet op alle
privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden. Deze vrijheid kan alleen beperkt worden als dit nodig
is in het belang van de openbare orde. De verboden rechtspersoon is geregeld in artikel 2:20 BW.
Ondanks de vrijheid van vereniging is het echter voor aandeelhouders van een bv of een nv niet
mogelijk hun aandeelhouderschap op te zeggen. Het lidmaatschap van een vereniging is wel
opzegbaar.
Vertegenwoordiging en besluitvorming hebben betrekking op het functioneren van een
samenwerkingsverband. Deze onderwerpen zien op de bevoegdheden, rechten en verplichtingen
van betrokkenen en hoe zij binnen de organisatie met elkaar om dienen te gaan. De inrichting van
het samenwerkingsverband heeft betrekking op de wijze waarop de aandeelhouders, vennoten of
leden zich hebben georganiseerd. Tussen hen onderling gelden voorschriften waarnaar zij zich over
en weer dienen te gedragen. Dit wordt ook wel organisatierecht genoemd, dat is vastgelegd in de
wet, statuten en reglementen. In het geval van een personenvennootschap kan het zijn geregeld in
de overeenkomst van vennootschap. Onderwerpen die onder het organisatierecht vallen zijn de
toebedeelde bevoegdheden aan het bestuur, de algemene vergadering en de raad van commissarissen
en de wijze waarop de organisatie wordt vertegenwoordigd.
Samenwerkingsverbanden die vorm hebben gekregen in een rechtsfiguur met rechtspersoonlijkheid
nemen als zelfstandig rechtssubject deel aan het rechtsverkeer. Dit houdt in dat de rechtspersoon
zelf aansprakelijk kan worden gesteld. Schuldeisers kunnen in beginsel enkel verhaal halen op het
vermogen van de rechtspersoon, niet op het vermogen van de personen binnen de organisatie. Dit
wordt het voorrecht van exclusieve aansprakelijkheid genoemd. Anders gezegd vormt het vermogen
van de rechtspersoon een afgescheiden vermogen. De schuldeiser van een aandeelhouder van een
bv kan bijvoorbeeld geen verhaal nemen op het vermogen van deze vennootschap. Wel kan hij
verhaal nemen op de aandelen zelf, deze vallen in het vermogen van de schuldenaar/aandeelhouder.
De bestuurders, commissarissen en aandeelhouders zijn in beginsel niet aansprakelijk voor de
verbintenissen van de besloten of naamloze vennootschap. De vennootschap is exclusief
aansprakelijk. Het oprichten van een kapitaalvennootschap geschiedt dan ook vooral om het
ondernemersrisico af te wentelen. Het voorrecht van exclusieve aansprakelijkheid kan de schuldeisers
dwars zitten door misbruik van de vennootschap. De Nederlandse wet kent daarom bepalingen ter
bescherming van schuldeisers. Niet alleen het organisatierecht, maar ook de schuldeiserbescherming
staat centraal in de regelgeving omtrent vennootschappen. Dit blijkt al vanaf de oprichting van de
rechtspersoon, waarbij aan verschillende wettelijke vereisten moet worden voldaan. Daarnaast
moeten de jaarrekening, statuten en de namen van de bestuurder worden gepubliceerd. Ook bestaat
er voor de besloten en de naamloze vennootschap het kapitaal- en vermogensbeschermingsrecht
en vloeien uit zowel de wet als uit de rechtspraak regels voort omtrent de aansprakelijkheid van
toezichthouders en bestuurders. Deze vier onderwerpen moeten ervoor zorgen dat het voorrecht
van exclusieve aansprakelijkheid de schuldeisers niet benadeelt.
Omdat bij de personenvennootschappen de vennoten wel zelf persoonlijk aansprakelijk zijn en hier
dus geen voorrecht van exclusieve aansprakelijkheid van de vennootschap geldt, zijn de regels ter
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 4
Bron : Rechtspersoon, vennootschap en onderneming – J.B. Huizink
, bescherming van schuldeisers van personenvennootschappen minder omvangrijk dan bij de
privaatrechtelijke rechtspersonen. De schuldeiserbescherming speelt bij personenvennootschappen
een kleine rol vanwege de persoonlijke aansprakelijkheid van de vennoten.
Rechtspersonen zijn rechtsfiguren die het mogelijk maken dat samenwerkingsverbanden als
rechtssubject kunnen functioneren. In Boek 2 BW heeft de wetgever geen definitie van een
‘rechtspersoon’ gegeven. De eerste drie artikelen sommen slechts op welke rechtsfiguren
rechtspersoonlijkheid hebben. Volgens artikel 5 van Boek 2 BW worden rechtspersonen wat betreft
het vermogensrecht gelijkgesteld aan natuurlijke personen, tenzij uit de wet het tegendeel blijkt.
Dit houdt in dat rechtspersonen over het algemeen niet voorkomen in het personen- en familierecht.
Wel kan bijvoorbeeld het gezag over een kind worden opgedragen aan een stichting, zie artikel
1:302 BW.
Ook wat betreft de bepalingen van Boek 2 staat een rechtspersoon gelijk met een natuurlijk persoon.
Rechtspersonen kunnen toetreden tot andere rechtspersonen als aandeelhouder of een andere
rechtspersoon oprichten. Bovendien kan een rechtspersoon zelf in rechte optreden.
Er zijn verschillende theorieën omtrent het begrip ‘rechtspersoonlijkheid’.
De Franse Planiol kwam met de leer van de collectieve eigendom. Hij ziet de rechtspersoon als een
samenwerkingsverband met een bepaald vermogen, waartoe alleen de rechtspersoon zelf gerechtigd
is en niet de betrokkenen.
De Duitse rechtsgeleerde Brinz heeft de leer van het doelvermogen ontwikkeld. Volgens hem is
de rechtspersoon geen rechtssubject, maar staat de doelstelling van de rechtspersoon centraal.
Volgens de orgaantheorie van de Duitse rechtsgeleerde Von Gierke is het geen fictie, maar kunnen
naast mensen ook rechtspersonen een eigen bestaan leiden. De samenwerkingsverbanden functioneren
net zoals de mens als een persoon dankzij hun organen. Organen van een rechtspersoon zijn
bijvoorbeeld de algemene vergadering en het bestuur.
De Duitse rechtsgeleerde Von Savigny heeft de fictieleer ontwikkeld. Volgens deze leer berust
rechtspersoonlijkheid op een fictie, alleen de mens kan een persoon zijn.
Volgens de leer van de juridische realiteit, die door Meijers in zijn Algemene Begrippen wordt
aangehangen, is het in het positieve recht aanvaard dat anderen dan natuurlijke persoon als
rechtssubject – drager van rechten en plichten – aan het rechtsverkeer deelnemen.
Personenvennootschappen in Nederland kunnen geen rechtspersoonlijkheid bezitten.
1.2 Positionering in het burgerlijk recht
De regelingen van privaatrechtelijke rechtspersonen zijn vastgelegd in Boek 2 BW. De
personenvennootschappen zijn geregeld in het Wetboek van Koophandel en Boek 7A BW. De Wet
op de Ondernemingsraden is van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen. Boek 2 BW is
in 1976 ingevoerd. Daarvoor waren de besloten en de naamloze vennootschap geregeld in het
Wetboek van Koophandel. De bepalingen van Boek 2 BW hebben een bijdrage geleverd aan de
ontwikkeling van het rechtspersonen- en vennootschapsrecht in Nederland.
In sommige gevallen volstaat de regelgeving van Boek 2 BW niet en moet worden gekeken naar
het algemene vermogensrecht, bijvoorbeeld als het gaat om vernietigbaarheid en nietigheid van
rechtshandelingen en vertegenwoordiging op grond van volmacht.
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 5
Bron : Rechtspersoon, vennootschap en onderneming – J.B. Huizink