Sector-oriëntatie
De student:
Heeft inzicht in de Nederlandse zuivelsector en kent de rol en het belang van die
zuivelsector.
De Nederlandse zuivelsector staat aan de top van de wereld. Er gaat een grote omzet in rond. In de
zuivelindustrie fuseren veel bedrijven tot grote bedrijven.
De wereldwijde melkproductie is de laatste jaren gestegen. In Azië is een grote groei, ze kunnen daar
zelf geen koeien houden.
Weet wat het verschil is tussen zuivelproducten en zuivelingrediënten en kan
voorbeelden geven.
Zuivelproducten: melk, yoghurt, kaas, vla en pap, desserts, karnemelk, melkdranken, koffiemelk,
boter, kwark, room
Zuivelingrediënten: cultures, kaas coating, stremsel, permeaat, destillaat, zuurselmedia, kleurstoffen
en conserveringsmiddelen nodig om bijvoorbeeld kaas te maken
Kan cijfers interpreteren op het gebied van productie, consumptie, import en export.
110 kg zuivelproducten per persoon per jaar
FrieslandCampina is de vijfde grootste zuivelconcern ter wereld
Ongeveer 22 zuivelbedrijven in Nederland
Samenstelling en structuur van melk
De student:
Weet wat de samenstelling is van koemelk in hoofdbestanddelen
Melk bestaat uit water en droge bestanddelen. De droge bestanddelen zijn lactose (melksuiker), vet
(verzadigd en onverzadigd), eiwit (caseïne en serum-eiwit) en zouten (minerale bestanddelen,
organische zuren, diversen)
De samenstelling wordt beïnvloed door:
- Lactatiestadium
- Leeftijd, bronst, drachtigheid
- Voeding, klimaat, tijd van het jaar
- Ras en individu van de koe
Kent de structuur en de eigenschappen van melk
87% water, 4% vet, 1% zouten, 3,5% eiwit en 4,5% lactose
Opgelost: serum-eiwit, lactose en zouten
Onopgeloste bolletjes: vet en caseïne
VET
Zit als bolletjes in het water
Diameter van 3,5 µm
Voorkomen samenvloeien van vetbolmembraan en elektrostatisch afstoting
Vloeibaar bij 37 ⁰C
Als het vet er helemaal uitgehaald wordt heet het melkplasma