Samenvatting Sportbeleid
Powerpoints:
1. Geschiedenis van het sportbeleid
- Na WO II wordt sport steeds belangrijker
- Belgische sportbeleid (unitair)
- 1934: HRLOS: Hoogen Raad voor LO en Sport
o Sport valt onder ministerie van onderwijs
o LO en sport in het onderwijs
- 1945: Bestuur voor LO en Sport
o Sport valt onder het ministerie van Volksgezondheid en Gezin
- 1956: NILOS: Nationaal Instituut voor LO en Sport
o NILOS is verantwoordelijk voor de subsidiering van verenigingen en groeperingen die
de aanmoediging van de LO en van de sportbeoefening tot doel hebben en dit op
basis van kwantitatieve criteria
o NILOS is ook verantwoordelijk voor de uitbouw en het beheer van een aantal
rijkssportcentra
o NILOS moet voorzien in kadervorming complementair aan het reeds bestaand
aanbod van de bestaande instellingen
- 1962-1963
o NILOS wordt BLOSO en ADEPS: deze zijn verantwoordelijk voor het
sportbeleidskader op bovenlokaal niveau
o Er is enkel een nationaal sportbeleid. BLOSO en ADEPS moeten samenwerken.
o 73 nationale sportbonden
o 109000 leden medisch gekeurd waarvan 40% turners
o KBVB: 345000 leden waarvan 50% spelende leden
o BOIC
▪ Verantwoordelijk voor de voorbereiding van en deelname aan de
Olympische Spelen
- 1964
o Gemeentes:
▪ Ze hebben een Schepen van sport
▪ Er zijn nog geen sportdiensten
▪ Soms is er een Sportraad in grotere steden
- 1965-1966
o BLOSO Taken:
▪ Subsidies geven aan groeperingen die sport steunen
▪ Centra bouwen
▪ Opleiding monitoren
▪ Problemen sport bestuderen
▪ Infocentrum oprichten
▪ Sport en LO verspreiden bij de massa
▪ Prijzen en trofeeën toekennen
▪ Opleiding cursussen voor trainers
▪ Organisatie sportkampen
▪ 2 rijkssportcentra: Spa en Nieuwpoort
Kenny Basteleus Samenvatting Sportbeleid 2020-2021
, 2
- 1965
o Sportinfrastructuur Vlaanderen
▪ 62 sporthallen
▪ 35 overdekte zwembaden
▪ 88 openluchtsportcentra
- 1969
o 1e stroomversnelling in Vlaanderen
o Geboorte Vlaams Sportbeleid – culturele autonomie
o Oprichting sportraad in enkele grotere steden – spreekbuis naar lokale overheid
o Nog geen gemeentelijke sportdiensten
o BLOSO: Ministerie van de Nederlandse Cultuur
o ADEPS: Ministerie van de Franse Cultuur
- 1969 – 1981
o Sport Voor Allen
▪ Sport niet enkel gericht op prestaties
▪ Motieven om aan sport te doen: ontspanning, recreatie, gezondheid, sociale
interactie
▪ Sport niet enkel voor de ‘upper class’
▪ Sport voor iedereen
▪ Grootschalige sportpromotiecampagnes
▪ Sport+ clubs: recreatieve sport, lifetime sport
▪ Lokale vrijwilligers werden sportgangmakers
▪ Doelgerichte jaarcampagnes voor 50+ers, vrouwen en andersvaliden
o Sportinfrastructuur
▪ Tussen 1968 en 1978: infrastructureel spreidingsbeleid
▪ Taak van de overheid:
• Drempelverlagende sportinfrastructuur bouwen, bereikbaar voor
zoveel mogelijk mensen om sportparticipatie op lokaal niveau te
ondersteunen
• Begin jaren 70: er worden heel wat zwembaden en lokale
sporthallen gebouwd
• Ook veel lokale besturen, schoolnetten en privé hielpen mee in
uitbouw sportfinrastructuur
- 1975-1980
o Eerste decreten (pg. 177 opsomming van de decreten)
o Er komt een 2e stroomversnelling in het sportbeleid:
▪ Oprichting Vlaamse sportbonden
▪ Oprichting gemeentelijke sportdiensten
o Belangrijk decreet:
▪ Decreet 7/12/1976: toekenning weddetoelagen voor sportfunctionarissen
belast met de animatie en die werkzaam zijn in erkende gemeentelijke
sportcentra die de sport en de sportieve vrijetijdsbesteding in de
Nederlandstalige gemeenschap bevorderen
• De gemeentes krijgen een weddetoelage voor een sportfunctionaris
als voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
o Gemeente heeft sportcentrum
o Er is een erkende gemeentelijke sportraad
o Er is overleg tussen sportraad en gemeentebestuur
Kenny Basteleus Samenvatting Sportbeleid 2020-2021
, 3
• Doel: Gekwalificeerde sportfunctionarissen in dienst nemen om op
die manier de sport te stimuleren en te promoten.
• Gemeenten hadden geen geld meer nadat ze sportinfrastructuur
gebouwd hadden.
• Subsidies waren heel welkom
o Nog een belangrijk decreet:
▪ Decreet 2/3/1977: Decreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van
landelijke georganiseerde sportverenigingen:
• Opsplitsen nationale bonden in Vlaamse en Franstalige vleugel
• Dit decreet is de basis voor het ontstaan van de Vlaamse federaties
o Subsidies sinds 1975:
▪ BLOSO; aan sportbonden
▪ ADEPS: rechtstreeks aan clubs
▪ Vanaf 1978 BLOSO enkel subsidies aan Vlaamse sportbonden (o.i.v. Decreet
2/3/1977). In 1978 erkent BLOSO 91 Vlaamse Sportbonden
o 1978: Enkele nationale bonden blijven bestaan om volgende redenen:
▪ Nodig voor deelname aan internationale kampioenschappen
▪ Nodig voor organisatie nationale kampioenschappen
▪ BOIC blijft ook bestaan
- 1980:
o Sport wordt Gemeenschapsmaterie
o Sportbeleid komt in handen van de Vlaamse Gemeenschap
o De nationale overheid heeft geen bevoegdheid inzake sport
o Er is geen Belgisch sportbeleid meer
o Vlaamse, Franse en Duitse gemeenschap zijn autonoom en nemen los van elkaar
beslissingen
o BLOSO = sportadministratie voor Vlaanderen, niet meer voor België
- Beleidsimpulsen BLOSO/overheid
o 1983-1986: Gemeentelijk en schoolsportbeleid
o 1987-1991: Provinciaal sportbeleid
o 1989: Vlaamse Sportfederatie (VSF) – belangen van sportfederaties in Vlaanderen
behartigen
- Resultaten Vlaams sportbeleid in 1989
o 78 erkende Vlaamse bonden (91 in 1978!!) – fusies
o 833 000 leden
o 111 gemeentes hebben sportfunctionaris
o 51 gemeentes hebben parttime sportfunctionaris
o 174 gemeentes hebben sportdienst
- Resultaten Vlaams sportbeleid in 1989
o Sportinfrastructuur:
▪ 259 grote en 400 kleine sporthallen
▪ 147 tennishallen
▪ 11 ijsschaatsbanen
▪ 149 overdekte zwembaden
▪ 155 openluchtzwembaden
▪ 211 atletiekpistes
▪ 284 maneges
▪ 89 watersportcentra
Kenny Basteleus Samenvatting Sportbeleid 2020-2021
, 4
▪ 6631 openluchtsportvelden (gras, beton, asfalt)
▪ 2517 tenniscourts (gravel of kunststof)
▪ 931 polyvalente velden
- 1990-1999
o Lokale besturen spelen een belangrijke rol
o Verschillende decreten
Datum van uitgave Opschrift
27 maart 1991 Decreet betreffende medisch verantwoorde sportbeoefening
1 december 1993 Decreet betreffende de erkenning en subsidiëring van Stichting Vlaamse
Schoolsport
5 april 1995 Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van gemeentelijke
sportdiensten, provinciale sportdiensten en de sportdienst van de Vlaamse
Gemeenschapscommissie
24 juli 1996 Decreet betreffende het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar
14 oktober 1997 Strategisch Plan voor Sportend Vlaanderen
13 april 1999 Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van Vlaamse
sprotfederaties
o BLOSO voert landelijke promotiecampagnes:
▪ Als het kriebelt, moet je sporten (1992-1996)
• Reactie op verzwakte fysieke conditie Vlaamse jeugd
• Nadruk op georganiseerde sportbeoefening
• Sporten in clubverband beste garantie voor regelmatige
sportbeoefening die bijdraagt tot de fysieke fitheid
- 1999:
o 1e minister van sport in Vlaamse Regering
- 1999-2004 (verzelfstandiging van het sportbeleid)
o ‘Bij een sportclubs zit je goed’ – promo om te gaan sporten in een sportclub
o Het contract Jeugdsport wordt opgestart
o FOLLO – Flexibele opdracht voor de leerkracht LO
▪ Doel: sportbeoefening jongeren verhogen door samenwerking scholen,
sportclubs, gemeentebesturen
o Voeren van een integraal topsportbeleid: coördinatie van:
▪ Infrastructuur
▪ Evenementen
▪ Tewerkstelling topsporters
▪ Topsportscholen
▪ Subsidies
Met als resultaat een Vlaams Topsportactieplan in 2004
- 2004-2014:
o 2e x minister van Sport in Vlaamse regering
o Topsport met het Topsportactieplan
o + Breedtesport: De pijlers van de breedtesport (pg 186-187)
▪ Verhogen sportparticipatie zodat mensen levenslang sporten
▪ Verhogen kwaliteit sportaanbod op alle niveaus
▪ Promoten van gezonde sportbeoefening en vrijwaren van integriteit van
sport op alle niveaus
Kenny Basteleus Samenvatting Sportbeleid 2020-2021