Actuele vraagstukken in Zuid-Amerika
§1 Exploitatie van het Amazonegebied
Door toenemende welvaart vraagt de wereld om meer voedsel, grondstoffen en brandstoffen.
Mno’s exploiteren dus naar het Amazonegebied en Bolivia, ten koste van natuur, milieu en
bevolking.
A-gebied zorgt voor opname CO2, biodiversiteit en leefgebied 500 inheemse stammen. Het A-
gebied wordt aangetast door ontbossing, vervuiling (m.a.g; landdegredatie door erosie,
aardverschuivingen, verstromingen).
- Veeteelt(A); meer exploitatie vlees naar Europa. Voor weides wordt regenwoud gekapt
of platgebrand(=ontginning=geschikt maken van natuur voor land- of mijnbouw).
- Plantages en akkerbouw(A+B); veel plantagelandbouw(=landbouw op grote bedrijven
met moderne methoden waar in monoculturen gewassen worden geproduceerd voor de
wereldmarkt). Veel soja(A), voor veevoer(toenemende vleesvraag). Plantages creeëren
banen(welvaart), maar ook ontbossing en bodem/watervervuiling(kunstmest). Veel
cocabladeren(B), voor cocaïne.
- Hout; bouwmateriaal. Tropisch hout is hard en goedkoop(lage lonen, geen aanleg
nieuwe plantages nodig).
- Waterkrachtcentrales(A); 150 stuwdammen. Snelle economische groei zorgt voor meer
vraag naar elektriciteit. Groene energie, maar ontbossing en slib word tegengehouden
(voedingsstoffen vis(en dus inheemse volkeren) tegen gehouden).
- Mijnbouw(A+B); A exporteert goud, ijzer, uranium en olie. Levert geld op, maar
ontbossing, vervuiling(chemicaliën) en verdrijving van inheemse volkeren. B (gaat)
lithium, metaal, olie en gas expoteren en verwacht economische impuls. Maar ook
ontbossing, vervuiling en verdrijving inheemse volkeren.
- Infrastructuur; nodig voor handel. Men komt makkelijker in het bos, meer ontbossing.
Het belang van het A-gebied wordt erkend. Zuid-Amerikaanse landen maken wetten
(+organisaties voor handhaving) ter bescherming. De EU en VN steunen deze initiatieven. WNF
en Greenpeace tekende verdrag met sojaproducenten; geen bos meer kappen. Westerse bedr-
ijven willen geen producten waarvoor regenwoud is gekapt. Organisaties streven naar erkenning
van landrechten voor de inheemse bevolking(=rechten voor oorspronkelijke bewoners).
, Samenvatting AK H3
§3 Natuurlijke gevaren
Zuid-Amerika heeft vaak te maken met natuurrampen (=ramp door natuurlijke oorzaak met
grote economische schade en/of veel slachtoffers. Voorbeelden zijn;
- Overstromingen (en modderstromen); door ontbossing steeds vaker en heftiger. Door
zware en langdurige regenval kunnen bodem en revieren water niet goed opnemen.
Aardverschuivingen (=naar beneden schuiven van waterige puinmassa over glijvlak)
overspoelen dorpen(hoge bevolkingsdichtheid in kwetsbare gebieden).
- Orkanen; (=tropische storm met windsnelheden boven windkracht 12(=117km/u)).
Orkanen/stormen buiten tropen zorgen voor stormvloed(=sterke verhoging waterstand
langs de kust, de wind stuwt het water op).
- Aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s; vooral in Westen, door
platentektoniek. Aardbevingen zorgen voor tsunami’s. Vulkaanuitbarstingen gaan samen
met lahars(=snel bewegende modderstroom op vulkaanhelling, door leeggelopen meer,
smelten sneeuw/ijs of zware regenval tijdens vulkaanuitbarsting).
Natuurrampen kunnen economische groei vertragen (kost geld, sterfte), hazardmanagment
(=maatregelen om natuurramp te voorkomen + te verminderen) is dus belangrijk.
- Preventieve maatregelen;
1. In kaart brengen welke gebieden risico lopen
2. Verkleinen risico’s; letten op signalen die ramp aankondigen, niet/weinig
bouwen in risico gebieden, bestaande gebouwen en infrastructuur te
beschermen, afvoer water verbeteren.
3. Monitor- en waarschuwingssystemen opzetten.
4. Evacuatieoefeningen, hulpdiensten genoeg capaciteit, materiaal noodhulp.
- Curatieve maatregelen; noodhulp moet snel op gang komen na ramp. Hulpdiensten op
elkaar afgestemd, goede communicatie tussen overheden en hulpverleners.
De risicoperceptie(=inschatting door bewoners gebied van mogelijk gevaar) speelt een rol met
het nemen van maatregelen.
Inwoners van Colombia en Ecuador willen maatregelen nemen, maar er gebeurt niks
door geldgebrek en slechte coördinatie. In Chili is erg kwetsbaar maar treft goede maatregelen
(bouwvoorschriften en waarschuwingssystemen). Argentinië is minder kwetsbaar, maar heeft
prima maatregelen. Brazilië maakt grote stappen. In Peru, Paraguay en Bolivia is het
hazardmanaggement onvoldoende, er is te weinig geld, internationale organisaties
ondersteunen.