Fotografie: schrijven met licht
Rekening houden met:
- Voldoende lichtinval
- Passende compositie
- Bepalen van het scherpteveld
- Juiste keuze en gebruik van materiaal
1. De camera
Camera obscura = verduisterde kamer of doos waarbij in 1 van de wanden een gaatje zit.
het invallende licht zorgt voor een gespiegelde of omgekeerde afbeelding van de
buitenwereld op de tegenoverliggende wand
Heel populair: liet uitvergroting van de omgeving zien
Het was een hulpmiddel voor schilders Veermeer en Van Eyck voor hun schilderijen
Menselijk oog heeft veel gelijkenissen met de camera obscura:
- ons netvlies vangt ook omgekeerd, gespiegeld beeld op
Ook is het vergelijkbaar met camera, omdat deze afstamt van de camera obscura:
Gelijkenissen Oog Camera
Lichdosering Pupil Diafragma & sluiter
Scherpstelling Lens Objectief
Receptie Retina Beeldsensor
Opslag Visueel geheugen Geheugenkaart
1.1 Lichtdosering
Het diafragma
- Pupil kleiner bij teveel licht
- Pupil gorter bij tekort aan licht
Bij camera is de pupil het diafragma/ lensopening
, - Bestaat uit mechanisme met bewegende metalen lamellen
- Bij gekozen diafragma krijgen lamellen grote of kleine lensopening
- Bij teveel licht -> diafragma meer gesloten
- Bij gebrek aan licht -> diafragma meer geopend
- Stand diafragma uitgedrukt in diafragmagetal (f-getal)
bv. f.1.4
Cijfer geeft verhouding weer tussen brandpuntafstand en een cijfer dat de grootte van
lensopening bepaalt
Niet nodig om brandpuntafstand te kennen om geschikt f-getal in te stellen
Wel deze foto (getallenreeks) begrijpen
- Getallen vermeerderen/ verminderen zich exponentieel
per stap wordt lensopening qua hoeveelheid gehalveerd (naar rechts draaien) of
verdubbeld (naar links draaien)
Verdubbeling/ halvering van lensopening = f-stop
bij tekort aan licht, f-stop verder openen -> kleiner getal nemen
Vb: bij f:16 te weinig licht -> f-stop verder openen naar bv. f:11
- Hoe groter f-getal -> hoe kleiner de opp. van lensopening -> hoe minder licht erdoor komt
- Begint altijd met f:1.4 niet bij f:1, want daarbij zal het lenzensysteem altijd zorgen voor
lichtverlies
- Diafragma bepaald of foto juist belicht, overbelicht of onderbelicht zal zijn
MAAR bepaald ook de scherptediepte
Gedeelte van foto dat door kijker is scherpgesteld
- Hoe groter de lensopening (vb. f:1.4) -> hoe kleiner de scherpdiepte
- Voor zoveel mogelijk scherpte in diepte van foto -> diafragma zo groot mogelijk f-getal
- Keuze voor veel of weinig scherptediepte hangt van gewenste resultaat af
focussen op onderwerp, achtergrond minder scherp
architect zal steeds zo groot mogelijke scherptediepte hebben om zo geen details verloren
te laten gaan in bv. foto’s van gebouwen
Bij wazige achtergrond -> minder scherptediepte -> lensopening groter
Bij heldere achtergrond -> veel scherptediepte -> lensopening kleiner