Occlusie en Bewegingsleer van het Kauwstelsel
Samenvatting: Occlusie en Bewegingsleer
van het Kauwstelsel
Spieren van het kauwstelsel:
• Dwarsgestreept of willekeurig
• Opgebouwd uit spiercellen (myofibrillen), omgeven door bindweefselschede
• Verschillende vezels samen is spierbundel
• Isotonisch contraheren met gelijke kracht
• Isometrisch contraheren met gelijke lengte
• m. masseter, m. temporalis, m. pterygoideus medialis en lateralis, en suprahoidale spieren
Neuronen van het kauwstelsel:
• Bestaan uit:
o Cellichaam en zenuwvezels
• Afferente en efferente:
o Afferent brengt info naar centraal zenuwstelsel
o Efferent brengt info van centraal zenuwstelsel naar buiten
• Functioneel onderscheidt:
o Receptief, info opvangen
o Conductief, info geleiden
o Transmissief, van het ene stelsel naar het andere stelsel
Receptoren:
• Mechanosensoren:
o Spierspoelen, detecteren veranderingen in de spierlengte en actuele spierlengte
o Golgi-peeslichaampjes, detecteren spanning, beschermende functie
• Thermosensoren:
o Aan lichaamsoppervlakken
• Chemosensoren
o In smaakbekers van de tong en verhemelte
• Pijnsensoren
o Bevinden zich in vrijwel alle structuren (geldt ook voor mechanosensoren)
Synapsen:
• Overgangen tussen de zenuwcellen voor het doorsturen van informatie
• Één richting doorgankelijk
1
Dylan De Neve
, Occlusie en Bewegingsleer van het Kauwstelsel
Regulering van houding en bewegingen van de onderkaak:
• Reflexen (automatische bewegingen):
o Strekreflex:
▪ Na strekken volgt contractie
▪ Belangrijkste reflex
o Flex-reflex:
▪ Terugtrekken van lichaamsdeel na stimulatie
o Autogene inhibitie
▪ Omgekeerde strekreflex
▪ Relaxatie na extensief strekken
• Stereotiepe bewegingen:
o Geprogrammeerd maar onbewust (kauwen)
• Geïntensioneerde bewegingen:
o Gewilde, via cortex aangezette bewegingen (getrainde kaakbewegingen)
Occlusaal vlak:
• Van bovenaf bekeken
• Vlak bestaande uit knobbels, fossae en marginale kammen
Aproximaal vlak:
• Mesiaal en distaal vlak van de tand
Occlusale vernauwing:
• Ligt tussen de grootste kroonomtrek en marginale kam
Tandmobiliteit:
• Mogelijk in 2 richtingen:
o Axiaal of verticaal
o Horizontaal
• Invloeden:
o Verhoogt bij kauwen van hard voedsel
o Verhoogt bij het ontwaken
o Groter bij de vrouwen en stijgt tijdens hormonale invloed
o Vermindert bij het ouder worden
o Vermindert bij regelmatig kaakklemmen (parodontaal ligament wordt kleiner)
• Hypomobiliteit:
o Bij ankylose (tand vergroeit met kaakbot)
o Indien er geen antagonist aanwezig is
• Hypermobiliteit:
o Mogelijk bij verminderde parodontale steun
• Volledige terugkeer is te vergrijgen na een interval van 2 minuten
2
Dylan De Neve
Samenvatting: Occlusie en Bewegingsleer
van het Kauwstelsel
Spieren van het kauwstelsel:
• Dwarsgestreept of willekeurig
• Opgebouwd uit spiercellen (myofibrillen), omgeven door bindweefselschede
• Verschillende vezels samen is spierbundel
• Isotonisch contraheren met gelijke kracht
• Isometrisch contraheren met gelijke lengte
• m. masseter, m. temporalis, m. pterygoideus medialis en lateralis, en suprahoidale spieren
Neuronen van het kauwstelsel:
• Bestaan uit:
o Cellichaam en zenuwvezels
• Afferente en efferente:
o Afferent brengt info naar centraal zenuwstelsel
o Efferent brengt info van centraal zenuwstelsel naar buiten
• Functioneel onderscheidt:
o Receptief, info opvangen
o Conductief, info geleiden
o Transmissief, van het ene stelsel naar het andere stelsel
Receptoren:
• Mechanosensoren:
o Spierspoelen, detecteren veranderingen in de spierlengte en actuele spierlengte
o Golgi-peeslichaampjes, detecteren spanning, beschermende functie
• Thermosensoren:
o Aan lichaamsoppervlakken
• Chemosensoren
o In smaakbekers van de tong en verhemelte
• Pijnsensoren
o Bevinden zich in vrijwel alle structuren (geldt ook voor mechanosensoren)
Synapsen:
• Overgangen tussen de zenuwcellen voor het doorsturen van informatie
• Één richting doorgankelijk
1
Dylan De Neve
, Occlusie en Bewegingsleer van het Kauwstelsel
Regulering van houding en bewegingen van de onderkaak:
• Reflexen (automatische bewegingen):
o Strekreflex:
▪ Na strekken volgt contractie
▪ Belangrijkste reflex
o Flex-reflex:
▪ Terugtrekken van lichaamsdeel na stimulatie
o Autogene inhibitie
▪ Omgekeerde strekreflex
▪ Relaxatie na extensief strekken
• Stereotiepe bewegingen:
o Geprogrammeerd maar onbewust (kauwen)
• Geïntensioneerde bewegingen:
o Gewilde, via cortex aangezette bewegingen (getrainde kaakbewegingen)
Occlusaal vlak:
• Van bovenaf bekeken
• Vlak bestaande uit knobbels, fossae en marginale kammen
Aproximaal vlak:
• Mesiaal en distaal vlak van de tand
Occlusale vernauwing:
• Ligt tussen de grootste kroonomtrek en marginale kam
Tandmobiliteit:
• Mogelijk in 2 richtingen:
o Axiaal of verticaal
o Horizontaal
• Invloeden:
o Verhoogt bij kauwen van hard voedsel
o Verhoogt bij het ontwaken
o Groter bij de vrouwen en stijgt tijdens hormonale invloed
o Vermindert bij het ouder worden
o Vermindert bij regelmatig kaakklemmen (parodontaal ligament wordt kleiner)
• Hypomobiliteit:
o Bij ankylose (tand vergroeit met kaakbot)
o Indien er geen antagonist aanwezig is
• Hypermobiliteit:
o Mogelijk bij verminderde parodontale steun
• Volledige terugkeer is te vergrijgen na een interval van 2 minuten
2
Dylan De Neve