Hoofdstuk 1: Algemene inleiding
1. WAT IS IBM-SPSS?
- SPSS = Statistical package for the social sciences
- Gebruiksvriendelijk
2. DOELSTELLINGEN VAN DIT HANDBOEK
- Centraal: niet-mathematische benadering van statistiek en kwantitatieve grafische
weergave van data
3. VEREISTE VOORKENNIS
- Geen voorkennis vereist
4. TOEPASSING BINNEN HET DOMEIN VAN DE CRIMINOLOGIE
- Criminografie
o = wetenschap die zich bezig houdt met het beschrijven van
criminaliteitsgeralteerde fenomenen
o Vaak nagenoeg kwantitatieve gegevens
o Beschrijven van criminaliteitsvormen, sociale reacties … EN;
o Samenhang tussen variabelen weergeven
- Beschrijving van samenhang tussen variabelen à Beschrijvende bivariate en multivariate
statistiek
- Verklaren van statistische distributie (verdeling) van één afhankelijke variabele aan de
hand van de verdeling van één of meerdere onafhankelijke variabelen à Verklarend
onderzoek
5. CRIMINOLOGISCHE GEGEVENSBESTANDEN EN WIJZE VAN VERZAMELEN
- Primaire data-analyse
o Data zelf verzamelen en analyseren
- Secundaire data-analyse
o Gebruik maken van bestaande gegevens, verzameld door anderen
o Data bruikbaar maken voor analyses = data-cleaning
6. ANALYSENIVEAUS VAN GEGEVENSBESTANDEN
- Analyseniveaus = aggregatieniveaus
- Soms moet je eerst ruwe gegevens verzamelen op lager analyseniveau optellen tot
niveau van hogere eenheid
7. EEN OPFRISSING VAN BASISBEGRIPPEN VARIABELEN, EENHEDEN EN WAARDEN
- Statistische eenheden = onderzoekseenheden waarover men uitspraken wil doen
- Variabelen = kenmerken van eenheden
,- Meetniveaus
o Nominaal niveau
§ Geen rangschikking mogelijk
§ Bv. geslacht, afkomst, beroep …
o Ordinaal niveau
§ Wel rangschikking mogelijk, niet mogelijk uit te drukken in mathematische
eenheid
§ Bv. “niet akkoord tot wel akkoord”
o Metrisch niveau
§ Wel rangschikking mogelijk, vast definieerbaar interval
§ Intervalniveau (geen absoluut nulpunt)
§ Rationiveau (absoluut nulpunt)
- Continu versus discreet
o Continu = alle getallen zijn mogelijk als uitkomsten (ook getallen na komma)
o Discreet = alleen bepaalde waarden (alleen gehele getallen)
8. DE RELATIE TUSSEN MEETNIVEAUS EN ANALYSETECHNIEK
- Meetniveau heeft invloed op te kiezen analysetechniek
o Parametrisch niveau (ordinaal of nominaal)
o Metrisch niveau
ð Data van verschillend meetniveau à Kiezen voor analysetechniek van laagste niveau
- In de criminologie is de afhankelijke variabele vaak heel scheef verdeeld
o Criminaliteit is nu eenmaal scheef verdeeld
9. WERKWIJZE IN DIT HANDBOEK
- In dit handboek werken we vooral menu-gestuurd
- Syntax als controle
10. DE GEGEVENSBESTANDEN GEBRUIKT BIJ DE OEFENINGEN
- Zie Ufora
Hoofdstuk 2: Voor de eerste keer aan de slag met IBM SPSS Statistics 27
1. INLEIDING
- In dit hoofdstuk wordt de dataset BUURTBEWONERS_1.zsav gebruikt
2. OPENEN IN SPSS
- Vanuit openingsscherm zijn er enkele mogelijkheden:
o Help en support
o Tutorials over SPSS
o “What’s New”
- Data editor bestaat uit twee tabbladen:
o Variable View
§ Codeboek
, § Beschrijving van variabelen of kenmerken
o Data View
§ Verzameling van de data
3. TOELICHTING BIJ DE KOLOMMEN IN VARIABLE VIEW
- Name
o Naam variabele
o Meestal nummer (ID_respondent)
- Type
o Numeric à cijfers
o String à letters of andere tekens
- Width
o Aantal karakters dat ingevoerde waarde mag hebben
- Decimals
o Aantal decimalen
- Label
o Beschrijving variabele
- Values
o Waarden van variabele van label voorzien
- Missing
o Waarden die ontbreken hier specifiëren
- Columns
o Kolombreedte
- Align
o Uitlijning van tabblad
- Measure
o Meetniveau variabele
4. OPVRAGEN CODEBOEK
- Codeboek opvragen om vertrouwd te raken met de informatie in de dataset
5. SPSS-VENSTERS
- Data editor
o Variable view
o Data view
- Outputvenster
o Resultaten van analyses
Overzicht:
Venster Functie-inhoud Bestand Extensie
Data-editor Hierin vind je de DATA .zsav
data en variabelen
Syntax Formules SYNTAX .sps
output Resultaten van OUTPUT .spo
analyses
, 6. AFSLUITEN IN SPSS
- Zowel Data Editor als Ouput worden apart opgeslagen
7. OPDRACHT: MAAK KENNIS MET HET DATABESTAND
BUURTBEWONERS_1.ZSAV
- Aantal oefenvraagjes i.v.m. dit bestand
Hoofdstuk 3: Het invoeren en bewerken van ruwe data
1. INLEIDING
2. HET RECHTSTREEKS INVOEREN VAN GEGEVENS UIT VRAGENLIJSTEN
- Bv. invoeren van gegevens afkomstig uit vragenlijsten
o Staat volledig uitgelegd hoe je deze manueel moet ingeven
- OPM: In ‘label’ kan je de volledige vraag noteren (handig voor later)
3. AANMAKEN VAN NIEUWE VARIABELEN VIA DE PROCEDURE COMPUTE
- Via Compute nieuwe variabelen aanmaken
- OPM: Alle vragen moeten in dezelfde richting geformuleerd zijn
4. DE PROCEDURE SELECT CASES
- Select cases is belangrijk voor wanneer we een aantal gevallen niet bij de analyse willen
betrekken
- Onder Select staan verschillende methoden om waarnemingen te selecteren:
o All cases
§ Alle waarnemingen
o If condition is satisfied
§ Waarnemingen die voldoen aan één of meer voorwaarden
o Random sample of cases
§ Selectie van een steekproef
o Based on time or case range
§ Selectie waarnemingen o.b.v. rijnummer
o Use filter variable
§ Alle waarnemingen die voor deze variabele geen nul of ontbrekende
waarde hebben
5. COMPLEXE VARIABELEN MAKEN VIA HET ACHTEREENVOLGEND GEBRUIK VAN
PROCEDURES RECODE EN COMPUTE
- Nieuwe schaalvariabele maken a.d.h.v. Compute en Recode
- Via Recode kunnen we in SPSS nieuwe variabele aanmaken
o Transform/Recode into same variable
§ Variabele wordt gehercodeerd à oude codering wordt vervangen door
nieuwe
1. WAT IS IBM-SPSS?
- SPSS = Statistical package for the social sciences
- Gebruiksvriendelijk
2. DOELSTELLINGEN VAN DIT HANDBOEK
- Centraal: niet-mathematische benadering van statistiek en kwantitatieve grafische
weergave van data
3. VEREISTE VOORKENNIS
- Geen voorkennis vereist
4. TOEPASSING BINNEN HET DOMEIN VAN DE CRIMINOLOGIE
- Criminografie
o = wetenschap die zich bezig houdt met het beschrijven van
criminaliteitsgeralteerde fenomenen
o Vaak nagenoeg kwantitatieve gegevens
o Beschrijven van criminaliteitsvormen, sociale reacties … EN;
o Samenhang tussen variabelen weergeven
- Beschrijving van samenhang tussen variabelen à Beschrijvende bivariate en multivariate
statistiek
- Verklaren van statistische distributie (verdeling) van één afhankelijke variabele aan de
hand van de verdeling van één of meerdere onafhankelijke variabelen à Verklarend
onderzoek
5. CRIMINOLOGISCHE GEGEVENSBESTANDEN EN WIJZE VAN VERZAMELEN
- Primaire data-analyse
o Data zelf verzamelen en analyseren
- Secundaire data-analyse
o Gebruik maken van bestaande gegevens, verzameld door anderen
o Data bruikbaar maken voor analyses = data-cleaning
6. ANALYSENIVEAUS VAN GEGEVENSBESTANDEN
- Analyseniveaus = aggregatieniveaus
- Soms moet je eerst ruwe gegevens verzamelen op lager analyseniveau optellen tot
niveau van hogere eenheid
7. EEN OPFRISSING VAN BASISBEGRIPPEN VARIABELEN, EENHEDEN EN WAARDEN
- Statistische eenheden = onderzoekseenheden waarover men uitspraken wil doen
- Variabelen = kenmerken van eenheden
,- Meetniveaus
o Nominaal niveau
§ Geen rangschikking mogelijk
§ Bv. geslacht, afkomst, beroep …
o Ordinaal niveau
§ Wel rangschikking mogelijk, niet mogelijk uit te drukken in mathematische
eenheid
§ Bv. “niet akkoord tot wel akkoord”
o Metrisch niveau
§ Wel rangschikking mogelijk, vast definieerbaar interval
§ Intervalniveau (geen absoluut nulpunt)
§ Rationiveau (absoluut nulpunt)
- Continu versus discreet
o Continu = alle getallen zijn mogelijk als uitkomsten (ook getallen na komma)
o Discreet = alleen bepaalde waarden (alleen gehele getallen)
8. DE RELATIE TUSSEN MEETNIVEAUS EN ANALYSETECHNIEK
- Meetniveau heeft invloed op te kiezen analysetechniek
o Parametrisch niveau (ordinaal of nominaal)
o Metrisch niveau
ð Data van verschillend meetniveau à Kiezen voor analysetechniek van laagste niveau
- In de criminologie is de afhankelijke variabele vaak heel scheef verdeeld
o Criminaliteit is nu eenmaal scheef verdeeld
9. WERKWIJZE IN DIT HANDBOEK
- In dit handboek werken we vooral menu-gestuurd
- Syntax als controle
10. DE GEGEVENSBESTANDEN GEBRUIKT BIJ DE OEFENINGEN
- Zie Ufora
Hoofdstuk 2: Voor de eerste keer aan de slag met IBM SPSS Statistics 27
1. INLEIDING
- In dit hoofdstuk wordt de dataset BUURTBEWONERS_1.zsav gebruikt
2. OPENEN IN SPSS
- Vanuit openingsscherm zijn er enkele mogelijkheden:
o Help en support
o Tutorials over SPSS
o “What’s New”
- Data editor bestaat uit twee tabbladen:
o Variable View
§ Codeboek
, § Beschrijving van variabelen of kenmerken
o Data View
§ Verzameling van de data
3. TOELICHTING BIJ DE KOLOMMEN IN VARIABLE VIEW
- Name
o Naam variabele
o Meestal nummer (ID_respondent)
- Type
o Numeric à cijfers
o String à letters of andere tekens
- Width
o Aantal karakters dat ingevoerde waarde mag hebben
- Decimals
o Aantal decimalen
- Label
o Beschrijving variabele
- Values
o Waarden van variabele van label voorzien
- Missing
o Waarden die ontbreken hier specifiëren
- Columns
o Kolombreedte
- Align
o Uitlijning van tabblad
- Measure
o Meetniveau variabele
4. OPVRAGEN CODEBOEK
- Codeboek opvragen om vertrouwd te raken met de informatie in de dataset
5. SPSS-VENSTERS
- Data editor
o Variable view
o Data view
- Outputvenster
o Resultaten van analyses
Overzicht:
Venster Functie-inhoud Bestand Extensie
Data-editor Hierin vind je de DATA .zsav
data en variabelen
Syntax Formules SYNTAX .sps
output Resultaten van OUTPUT .spo
analyses
, 6. AFSLUITEN IN SPSS
- Zowel Data Editor als Ouput worden apart opgeslagen
7. OPDRACHT: MAAK KENNIS MET HET DATABESTAND
BUURTBEWONERS_1.ZSAV
- Aantal oefenvraagjes i.v.m. dit bestand
Hoofdstuk 3: Het invoeren en bewerken van ruwe data
1. INLEIDING
2. HET RECHTSTREEKS INVOEREN VAN GEGEVENS UIT VRAGENLIJSTEN
- Bv. invoeren van gegevens afkomstig uit vragenlijsten
o Staat volledig uitgelegd hoe je deze manueel moet ingeven
- OPM: In ‘label’ kan je de volledige vraag noteren (handig voor later)
3. AANMAKEN VAN NIEUWE VARIABELEN VIA DE PROCEDURE COMPUTE
- Via Compute nieuwe variabelen aanmaken
- OPM: Alle vragen moeten in dezelfde richting geformuleerd zijn
4. DE PROCEDURE SELECT CASES
- Select cases is belangrijk voor wanneer we een aantal gevallen niet bij de analyse willen
betrekken
- Onder Select staan verschillende methoden om waarnemingen te selecteren:
o All cases
§ Alle waarnemingen
o If condition is satisfied
§ Waarnemingen die voldoen aan één of meer voorwaarden
o Random sample of cases
§ Selectie van een steekproef
o Based on time or case range
§ Selectie waarnemingen o.b.v. rijnummer
o Use filter variable
§ Alle waarnemingen die voor deze variabele geen nul of ontbrekende
waarde hebben
5. COMPLEXE VARIABELEN MAKEN VIA HET ACHTEREENVOLGEND GEBRUIK VAN
PROCEDURES RECODE EN COMPUTE
- Nieuwe schaalvariabele maken a.d.h.v. Compute en Recode
- Via Recode kunnen we in SPSS nieuwe variabele aanmaken
o Transform/Recode into same variable
§ Variabele wordt gehercodeerd à oude codering wordt vervangen door
nieuwe