Vragen ……………………………………………………….………………………………..2
Week 1…………………………………………………………………………………………2
Week 2………………………………………………………………………………………....6
Week 3…………………………………………………………………………………………7
Week 4…………………………………………………………………………………………7
Week 5…………………………………………………………………………………………8
Week 6………………………………………………………………………………………..13
Vragen en antwoorden……………………………………………………………………...16
Week 1………………………………………………………………………………………..16
Week 2………………………………………………………………………………………..20
Week 3………………………………………………………………………………………..21
Week 4……………………………………………………………………………………..…21
Week 5………………………………………………………………………………………..22
Week 6………………………………………………………………………………………..27
1
,Vragen
Week 1
1. Wat is het verschil tussen beschrijvende en inferentiële statistiek?
Beschrijvende statistiek zijn grafieken, tabellen en numerieke samenvattingen zoals
gemiddelden en percentages die worden gebruikt om data eenvoudig te beschrijven en
begrijpelijk te maken. Statistische gevolgtrekkingen (inferentiële statistiek) zijn
voorspellingen over een populatie met behulp van data uit een steekproef van die
populatie.
2. Wat is het verschil tussen validiteit en betrouwbaarheid?
Een meting moet validiteit en betrouwbaarheid hebben. Validiteit betekent dat de
meting moet meten wat hij beoogt te meten. Een gebrek aan validiteit leidt tot bias.
Betrouwbaarheid houdt in dat de meting consistent moet zijn in die zin dat een
proefpersoon hetzelfde antwoord geeft wanneer hij opnieuw wordt gevraagd. Een
gebrek aan betrouwbaarheid leidt tot fouten.
3. Wat zijn de vier verschillende meetniveaus en hun bijbehorende eigenschappen?
Maakt Maakt Gebruikt Beschikt over
categoriseren rangschikking gelijke echt nulpunt
mogelijk mogelijk intervallen
Nominaal x
Ordinaal x x
Interval x x x
Verhouding x x x x
4. Wat is het verschil tussen discrete en continue variabelen?
Een variabele is discreet als de mogelijke waarden een reeks afzonderlijke getallen
vormen met tussenruimten. Een variabele is continu als die een oneindig continuüm van
mogelijke reële getallen (inclusief decimalen) kan hebben.
5. Wat zijn de drie soorten vertekening die kunnen leiden tot verschillende resultaten van
steekproef tot steekproef?
• Vooringenomenheid bij het selecteren van steekproeven (sampling bias). Bij niet-
waarschijnlijkheidssteekproeven is het niet mogelijk om de waarschijnlijkheden
van de mogelijke steekproeven te bepalen. Niet-waarschijnlijkheidssteekproeven
leiden tot steekproefvertekening. Er zijn drie soorten niet-
waarschijnlijkheidssteekproeven:
o Vrijwillige steekproeven. Alleen vrijwilligers als proefpersonen.
o Selectie vooringenomenheid. Slechts één type onderwerp.
o Onderrepresentatie. De steekproef mist vertegenwoordiging van sommige
groepen binnen de populatie.
• Respons bias. Slecht geformuleerde of verwarrende vragen (of andere invloeden
van buitenaf) zorgen ervoor dat mensen foutief antwoorden.
2
, • Non-respons bias. Dit gebeurt wanneer een deel van de proefpersonen niet kan
worden bereikt of weigert deel te nemen, waardoor data ontbreken.
6. Wat zijn systematische willekeurige steekproeven?
Deze methode bestaat uit drie stappen:
1. Nummer overslaan (k) = populatie (N) / steekproef (n)
2. Selecteer willekeurig een proefpersoon uit de eerste k namen in het
steekproefkader.
3. Selecteer elk ke onderwerp dat daarna wordt vermeld.
7. Wat zijn gestratificeerde willekeurige steekproeven en wanneer zijn deze
(dis)proportioneel?
Gestratificeerde willekeurige steekproeven is een type kanssteekproef waarbij de
populatie in afzonderlijke groepen wordt verdeeld, strata genaamd, en vervolgens een
eenvoudige willekeurige steekproef uit elk stratum wordt geselecteerd. Gestratificeerde
willekeurige steekproeven zijn proportioneel als de proporties van de strata dezelfde
zijn als die in de gehele populatie. Gestratificeerde willekeurige steekproeven zijn
disproportioneel als de proporties van de strata verschillen van de populatieproporties;
dit wordt gebruikt als de groep zo'n klein deel van de populatie is dat deze mogelijk niet
voldoende vertegenwoordigd is in een eenvoudige willekeurige steekproef om
nauwkeurige gevolgtrekkingen mogelijk te maken.
8. Wat zijn clustersteekproeven?
Clustersteekproeven zijn een soort kanssteekproeven; het verdeelt de populatie in een
groot aantal clusters, zoals stadsblokken, en selecteert een willekeurige steekproef van
clusters waarin alle mensen worden gebruikt als proefpersonen in de steekproef.
9. Wat zijn meertrapssteekproeven?
Een type kanssteekproef: clusters worden willekeurig geselecteerd en mensen binnen
die clusters worden willekeurig geselecteerd als proefpersonen.
10. Wat is de empirische regel?
De empirische regel stelt dat als een histogram klokvormig is, dan;
̅ − 𝒔 en 𝒚
1. Ligt ongeveer 68% van de waarnemingen tussen 𝒚 ̅ + 𝒔.
̅ − 𝟐𝒔 en 𝒚
2. Ligt ongeveer 95% van de waarnemingen tussen 𝒚 ̅ + 𝟐𝒔.
3