Hoorcollege 6 week 7 (Kalat Hoofdstuk 11)
Emoties
Moeilijk te meten; emotionele gedragingen zijn wel meetbaar.
Cognieites, gevoelens, psychologoische gevoelens, fysiologische veranderingen, acties en
gedachten zijn allemaal aspecten die tot emoties behoren.
zenuwstelsel
Sympatische- en parasympatische zenuwstelsel > autonome
flight Rust modus ( free ze
fight or
-
-
de vier ✓ '
↳ s
actief i
emoties ook
b
stil !
bewust van
gevaar
→
arousal /
✓ kan wachten b gevaar
James-Lange theorie: gevaar —> fysiologische veranderingen —> gevoel van angst
Kritiek op James-Lange theorie
- Pure autonomic failure —> nogsteeds emoties kunnen voelen, desondanks gebrek aan
feedback
- Verschillende emoties hebben dezelfde fysiologische reacties
- langzaam
Cannon-Bard theorie
Wordt nu het meest gehanteerd
Bedreigende situatie —> ANGST —> fysiologische reacties (commonsense theorie)
Zes basisemoties kritiek
- Context
- gebaren/lichaamshouding
- toon van stem
Zijn allen van belang voor duidelijkere interpretatie van emoties.
De kijk is nu dat emoties op een continuüm bestaan. Het fysiologische bewijs sluit op dit idee aan
(linkerhersenhelft is voor benadering en rechterhersenhelft is voor ontwijking)
Morele beslissingen —> boek
Hersenschade aan de prefrontale cortex —> afgezwakte emoties. Ze voelen zich minder ongemakkelijk
bij het maken van ‘ongewenste’ beslissingen
Aanval en ontsnappingsgedrag
Aanvallen en ontslappingsgedrag lijken veel op elkaar, fysiologisch en gedragsmatig. Verschilt per
individu en situatie.
Aanvallen
ij
ij
, Omgeving
Naast hormonen speelt de omgeving ook een grote rol. Misbruikte kinderen vertonen bijvoorbeeld vaker
agressief gedrag. Op onderstaande grafiek is een weergave van MAO activiteit en antisociaal gedrag te
zien.
Bij lage activiteit van het gen zal er veel agressiviteit
plaatsvinden bij ernstig
mishandelde kinderen
Startle-reflex —> verhoogd bij mensen met
paniekstoornis. Mensen met een kleine
hippocampus zijn meer geneigd om PTSS te
ontwikkelen.
De amygdala
Bij het kijken naar mensen die wegkijken als ze boos zijn gaat de amygdala-activiteit omhoog (werkt
ook zo bij het kijken naar wegkijkende angstige mensen). Dit zijn moeilijk te interprterende stimuli en
vergen dus meer activiteit van de amygdala
Schade
Moeite met herkennen van gezichtsuitdrukkingen. Ze letten namelijk minder op de ogen en meer op de
neus en mond, terwijl de ogen juist veel informatie verschaffen.
Angst verlagen
GABA —> inhibitoire neurotransmitter. Zorgt voor minder snel ontstaan van actiepotentiaal
Emoties
Moeilijk te meten; emotionele gedragingen zijn wel meetbaar.
Cognieites, gevoelens, psychologoische gevoelens, fysiologische veranderingen, acties en
gedachten zijn allemaal aspecten die tot emoties behoren.
zenuwstelsel
Sympatische- en parasympatische zenuwstelsel > autonome
flight Rust modus ( free ze
fight or
-
-
de vier ✓ '
↳ s
actief i
emoties ook
b
stil !
bewust van
gevaar
→
arousal /
✓ kan wachten b gevaar
James-Lange theorie: gevaar —> fysiologische veranderingen —> gevoel van angst
Kritiek op James-Lange theorie
- Pure autonomic failure —> nogsteeds emoties kunnen voelen, desondanks gebrek aan
feedback
- Verschillende emoties hebben dezelfde fysiologische reacties
- langzaam
Cannon-Bard theorie
Wordt nu het meest gehanteerd
Bedreigende situatie —> ANGST —> fysiologische reacties (commonsense theorie)
Zes basisemoties kritiek
- Context
- gebaren/lichaamshouding
- toon van stem
Zijn allen van belang voor duidelijkere interpretatie van emoties.
De kijk is nu dat emoties op een continuüm bestaan. Het fysiologische bewijs sluit op dit idee aan
(linkerhersenhelft is voor benadering en rechterhersenhelft is voor ontwijking)
Morele beslissingen —> boek
Hersenschade aan de prefrontale cortex —> afgezwakte emoties. Ze voelen zich minder ongemakkelijk
bij het maken van ‘ongewenste’ beslissingen
Aanval en ontsnappingsgedrag
Aanvallen en ontslappingsgedrag lijken veel op elkaar, fysiologisch en gedragsmatig. Verschilt per
individu en situatie.
Aanvallen
ij
ij
, Omgeving
Naast hormonen speelt de omgeving ook een grote rol. Misbruikte kinderen vertonen bijvoorbeeld vaker
agressief gedrag. Op onderstaande grafiek is een weergave van MAO activiteit en antisociaal gedrag te
zien.
Bij lage activiteit van het gen zal er veel agressiviteit
plaatsvinden bij ernstig
mishandelde kinderen
Startle-reflex —> verhoogd bij mensen met
paniekstoornis. Mensen met een kleine
hippocampus zijn meer geneigd om PTSS te
ontwikkelen.
De amygdala
Bij het kijken naar mensen die wegkijken als ze boos zijn gaat de amygdala-activiteit omhoog (werkt
ook zo bij het kijken naar wegkijkende angstige mensen). Dit zijn moeilijk te interprterende stimuli en
vergen dus meer activiteit van de amygdala
Schade
Moeite met herkennen van gezichtsuitdrukkingen. Ze letten namelijk minder op de ogen en meer op de
neus en mond, terwijl de ogen juist veel informatie verschaffen.
Angst verlagen
GABA —> inhibitoire neurotransmitter. Zorgt voor minder snel ontstaan van actiepotentiaal