EXAMEN : HOOFDSTUKKEN C4 – D1 – E1 – E2 – E3
C4 DE STANDENSAMENLEVING
drie standen:
mensen zijn juridisch niet gelijk
bepaald door geboorte
de geestelijkheid of clerus (groep met de geestelijken) tonsuur
de adel (groep met de edelen) helm en schild
de derde stand (groep met alle andere mensen) werktuig
GEESTELIJKHEID ADEL DERDE STAND
Plichten: Plichten: Plichten:
bidden rechtspraak werken
bestuur belastingen betalen
oorlogsvoering krijgsdienst
Rechten:
geen krijgsdienst Rechten:
geen belastingen
vrijgesteld van veel
ze krijgen hinden
belastingen
sociale hiërarchie of
maatschappelijke rangorde: een rangorde van mensen in de maatschappij van laag naar hoog &
andersom.
Ontstaan van de samenleving:
rond het jaar 1000
Grondbezit heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld.
Later is vooral de afkomst bepalend.
, Maatschappelijke veranderingen zetten de standensamenleving onder druk:
tot en met 11e eeuw, landbouwsamenleving (landbouw)
in tweede helft van de middeleeuwen, agrarisch-stedelijke samenleving (handel en nijverheid)
de steden worden rijk en machtig
de stedelingen krijgen rechten (zelfbestuur & eigen rechtspraak)
de adel en geestelijken verliezen vanaf de 15 e-16e eeuw aan macht en aanzien
Het einde van de standensamenleving:
In de 18e eeuw vindt men meer en meer dat alle mensen van nature gelijk zijn.
In 1789 breekt in Frankrijk een opstand die leidt tot de afschaffing van de standensamenleving.
John Locke
D1 DE ISLAM
Het ontstaan :
begin van de 7e eeuw – Arabië - Mohammed (ca. 570-632)
In Mekka verkondigt Mohammed het geloof in één god, Allah
Mohammed tegenstand vlucht naar Medina in 622 (= begin islamitische tijdrekening)
630 terugkeer naar Mekka hij maakt Mekka tot het godsdienstige centrum van Islam
632 dood Mohammed twee stromingen ( de soennieten+ & de sjiieten-)
Islam betekent : totale overgave aan God
Vijf pijlers van de islam:
1. geloofsbelijdenis
2. dagelijkse rituele gebed
3. geven aan de armen
4. vasten
5. bedevaart naar Mekka
De imam = de voorganger van het gebed