Er zijn 2 verschillende conformaties;
a. Een open zijde aan de cytosolische kant met een hoge affiniteit voor ADP en P i
b. Een open zijde aan de matrix kant met een hoge affiniteit voor ATP.
De werking
Als ADP bindt aan de cytosolische kant zal er een conformatieverandering zijn
waardoor het complex open gaat zijn naar de matrixkant. Hier verliest het zijn
affiniteit voor ADP waardoor het ADP gaat lossen.
Aan de matrix kant hebben we een hoge affiniteit voor ATP waardoor het gaat
binden. Hierdoor zal er weer een conformatie verandering zijn. Het complex zal nu
open zijn aan de cytosolische kant waar de affiniteit voor ATP laag is en het dus
loslaat.
Waarom doen we dit?
We doen dit omdat de units in de matrix zitten en ATP hier dus wordt gemaakt en
eveneens in de matrix wordt vrijgelaten.
Het probleem hier is dat alle syntheses een reductie stappen cytosolisch gebeuren
ATP moet dus getransporteerd worden naar het cytosol en ADP en P i moeten van
het cytosol naar de matrix worden getransporteerd. Hiervoor zorgt ATP-ADP
translocase.
ATP/ADP translocase en de protonen gradient
Het is gedreven door de protonen gradient. De protonen gradient is afhankelijk van
de concentratie en ladings gradient. Hier speelt eigenlijk enkel de ladings gradient
een rol.
ADP heeft 3 negatieve ladingen en ATP heeft er 4. Er wordt dus iets negatiever
gebracht aan de positieve kant waardoor men de ladings gradient gaat gebruiken.
, Wat kunnen we allemaal doen met de protonen
gradient?
Om ATP te synthetiseren
We gebruiken het voor transport.
Zonder transport gaan de mitochondrien niet functioneren.
Voor de productie van warmte
Om aan NADPH-synthese te kunnen doen
Om een elektronen potentiaal op te bouwen.
2