Samenvatting hoofdstuk 5 BaK inleiding
Hoofdstuk 5, geheugen
Het geheugen is een systeem dat informatie codeert, opslaan en terughaalt. Het
informatieverwerkingsmodel legt nadruk op de wijze waarop informatie systematisch wordt
veranderd bij het coderen, opslaan en terughalen.
Eerste elementaire functie van het geheugen is coderen. Heeft te maken met het omzetten
van informatie op een manier die het beste in het geheugensysteem past. Tijdens
elaboratie wordt nieuwe informatie gekoppeld aan informatie die al in je geheugen ligt
opgeslagen.
Tweede essentiële elementaire functie is opslaan. Het langdurig bewaren van gecodeerd
materiaal.
De derde elementaire functie behoudt het terughalen van informatie uit het geheugen. Het
lokaliseren en weer bewustzijn van de informatie uit het geheugen.
Samen zorgen deze functies ervoor dat een sensorische ervaring wordt omgezet in een
blijvend geheugenspoor met een bepaald patroon of betekenis.
Eerste stadium (sensorisch); indrukken blijven niet langer dan een paar seconden
opgeslagen. Het echoïsch geheugen is het sensorisch geheugen voor geluiden. Het iconische
geheugen is voor de visuele stimulatie, tactiel is voor de tastzin, olfactorisch is voor de geur,
smaak sensorisch is voor de smaak. Kan 12 items bevatten.
Tweede stadium (werk); Heeft een beperkte capaciteit en houdt hoogstens 1 minuut de
informatie vast wanneer het niet vaker gerepeteerd wordt. Eerder het
kortetermijngeheugen genoemd. Een mentale werkplaats waar we spelen met dingen uit
het langetermijngeheugen (denken!). Kan 7 items bevatten.
De bottleneck waar studenten tegenaan lopen kan omzeild worden door codering,
repeteren en actief herhalen.
Met chunking creëer je ruimte in het werkgeheugen door stukjes informatie samen te
voegen tot een kleinere betekenisvolle eenheid.
Repeteren eist geen actieve verwerking maar kan er wel voor zorgen dat de informatie iets
langer in het werkgeheugen blijft zitten.
, Actieve herhaling, ook wel elaboratie genoemd, is een goede manier om informatie in het
lange termijn geheugen op te slaan.
Centrale bestuurder; Distributiecentrum. Bepaald waar de aandacht op gericht wordt.
Akoestische codering (fonologische lus); Woorden kunnen horen. Verbale patronen opslaan.
Visuele/ ruimtelijke codering (schetsboek); Mentale plattegrond, visueel beeld wanneer je
iets kwijt bent.
Episodische buffer; Verhaallijnen onthouden. Maakt een herrinerbare, coherent episode van
visuele, ruimtelijke, chronologische en fonologische aspecten.
Taalverwerkingsmodule (semantische buffer); betekenis toekennen aan woorden die we zien
of horen.
Volgend de theorie van verwerkingsniveaus zorgt het maken van meer verbindingen in het
LTG ervoor dat nieuwe informatie een betekenis wint en dus beter herinnerd wordt.
Derde stadium (lange); Grootste capaciteit, langste bewaard. Twee afdelingen;
Procedureel geheugen is een archief voor procedures van handelingen en het
Declaratief geheugen waar informatie wordt opgeslagen over feiten en ervaringen.
Sommigen raken het ene geheugen kwijt en houden het andere.
Hoofdstuk 5, geheugen
Het geheugen is een systeem dat informatie codeert, opslaan en terughaalt. Het
informatieverwerkingsmodel legt nadruk op de wijze waarop informatie systematisch wordt
veranderd bij het coderen, opslaan en terughalen.
Eerste elementaire functie van het geheugen is coderen. Heeft te maken met het omzetten
van informatie op een manier die het beste in het geheugensysteem past. Tijdens
elaboratie wordt nieuwe informatie gekoppeld aan informatie die al in je geheugen ligt
opgeslagen.
Tweede essentiële elementaire functie is opslaan. Het langdurig bewaren van gecodeerd
materiaal.
De derde elementaire functie behoudt het terughalen van informatie uit het geheugen. Het
lokaliseren en weer bewustzijn van de informatie uit het geheugen.
Samen zorgen deze functies ervoor dat een sensorische ervaring wordt omgezet in een
blijvend geheugenspoor met een bepaald patroon of betekenis.
Eerste stadium (sensorisch); indrukken blijven niet langer dan een paar seconden
opgeslagen. Het echoïsch geheugen is het sensorisch geheugen voor geluiden. Het iconische
geheugen is voor de visuele stimulatie, tactiel is voor de tastzin, olfactorisch is voor de geur,
smaak sensorisch is voor de smaak. Kan 12 items bevatten.
Tweede stadium (werk); Heeft een beperkte capaciteit en houdt hoogstens 1 minuut de
informatie vast wanneer het niet vaker gerepeteerd wordt. Eerder het
kortetermijngeheugen genoemd. Een mentale werkplaats waar we spelen met dingen uit
het langetermijngeheugen (denken!). Kan 7 items bevatten.
De bottleneck waar studenten tegenaan lopen kan omzeild worden door codering,
repeteren en actief herhalen.
Met chunking creëer je ruimte in het werkgeheugen door stukjes informatie samen te
voegen tot een kleinere betekenisvolle eenheid.
Repeteren eist geen actieve verwerking maar kan er wel voor zorgen dat de informatie iets
langer in het werkgeheugen blijft zitten.
, Actieve herhaling, ook wel elaboratie genoemd, is een goede manier om informatie in het
lange termijn geheugen op te slaan.
Centrale bestuurder; Distributiecentrum. Bepaald waar de aandacht op gericht wordt.
Akoestische codering (fonologische lus); Woorden kunnen horen. Verbale patronen opslaan.
Visuele/ ruimtelijke codering (schetsboek); Mentale plattegrond, visueel beeld wanneer je
iets kwijt bent.
Episodische buffer; Verhaallijnen onthouden. Maakt een herrinerbare, coherent episode van
visuele, ruimtelijke, chronologische en fonologische aspecten.
Taalverwerkingsmodule (semantische buffer); betekenis toekennen aan woorden die we zien
of horen.
Volgend de theorie van verwerkingsniveaus zorgt het maken van meer verbindingen in het
LTG ervoor dat nieuwe informatie een betekenis wint en dus beter herinnerd wordt.
Derde stadium (lange); Grootste capaciteit, langste bewaard. Twee afdelingen;
Procedureel geheugen is een archief voor procedures van handelingen en het
Declaratief geheugen waar informatie wordt opgeslagen over feiten en ervaringen.
Sommigen raken het ene geheugen kwijt en houden het andere.